46 miljoen mensen leven in slavernij

Volgens de ngo Walk Free waren er vorig jaar wereldwijd ongeveer 46 miljoen mensen die in één of andere vorm van slavernij leven. India en Noord-Korea tellen het meeste slaven, maar ook Bangladesh, Oezbekistan, Rusland, Congo, Cambodja en Qatar krijgen een veeg uit de pan.

Het aantal van 46 miljoen slaven ligt 30% hoger dan het vorige jaar, maar Walk Free -dat zijn zetel heeft in Australië- wijt dat deels aan betere informatie over het probleem. Toch is een deel van die stijging wellicht ook het gevolg van de vluchtelingencrises die mensen kwetsbaarder maakt.

De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) -een onderdeel van de Verenigde Naties- maakt melding van 21 miljoen slaven, maar geeft toe dat niet alle vormen meegeteld worden. Walk Free is breder in de criteria en spreekt over gewone slavernij, mensen die gedwongen worden schulden af te betalen via werk, gedwongen prostitutie, kindsoldaten en dergelijke.

In totaal maakt de ngo melding van 167 landen waar slavernij voorkomt. In India zijn er de meeste slaven (18,3 5 miljoen) voor China, Pakistan, Bangladesh en Oezbekistan. Die vijf landen zijn goed voor 58% van alle slaven ter wereld. Wel heeft de Walk Free Foundation lof voor de manier waarop de Indiase regering het voorbije jaar het probleem erkent en aanpakt. 

In verhouding tot de aantal inwoners heeft het communistische Noord-Korea de meeste slaven en dwangarbeiders. Daar zouden 1,1 miljoen mensen of 4,5% van de bevolking in één of andere vorm van slavernij gehouden worden, voor Oezbekistan, Cambodja, India en Qatar.

De landen die het minst doen om slavernij ongedaan te maken zijn Noord-Korea, Iran, Eritrea, Equatoriaal Guinea, Hong Kong, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Papoea-Nieuw-Guinea, Guinée, Congo en Zuid-Soedan.

De landen die het meest ondernemen tegen slavernij zijn Nederland, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Zweden, Australië, Portugal, Kroatie¨, Spanje, België en Noorwegen.