Dictators moeten vanaf nu oppassen - Katrien Vanderschoot

Ex-dictator Hissène Habré uit Tsjaad is in Senegal streng veroordeeld. Dit vonnis over foltering en uitroeiing, lijkt in onze rechtspraak vanzelfsprekend. Maar voor Afrika is dit een belangrijke stap. Een land veroordeelt een dictator uit een ander land.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Katrien Vanderschoot is Afrika-kenner van VRT Nieuws.

Ex-dictator Hissène Habré van Tsjaad veroordeeld tot levenslang
Gejuich barst los in de rechtszaal in Dakar wanneer de rechter zijn vonnis heeft voorgelezen. De beklaagde, Hissène Habre, 72, zit erbij zoals hij het hele proces tegen wil en dank heeft gevolgd. Zwijgend, verscholen achter zijn gouden zonnebril, witte boubou, sjaal en tulband.

De voormalige bondgenoot van Frankrijk en de VS tegen Khaddafi, staat terecht voor foltering, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. Het lijstje is lang: moord, onmenselijke behandeling van gevangenen, systematische foltering, verkrachting, seksuele slavernij.

Het woord “schrikbewind” vat zijn hele beleid in Tsjaad tussen 1982 en 1990 samen, volgens de rechter. 40.000 tegenstanders hebben het leven gelaten. 

Lange strijd

Dit proces in een van de Buitengewone Afrikaanse Kamers in Dakar is er pas gekomen na een lange strijd van de slachtoffers en nabestaanden, die samen met enkele mensenrechtenorganisaties twintig jaar lang zijn blijven vechten om deze man voor de rechter te krijgen, ook al was hij intussen uit de belangstelling verdwenen zoals nog wel een aantal andere ondergedoken dictators uit het koude oorlogsverleden.

Een van zijn slachtoffers, Souleyman Guengueng, verklaarde op het proces dat hij “celgenoten zag sterven van de honger, van zorgen, van foltering, van ziekte”, en hij zwoer dat hij, als hij er zelf levend zou uit geraken, gerechtigheid zou doen geschieden.

Via België

Toen de Belgische genocidewet er kwam in 1993, en ons land om het even wie kon berechten voor misdaden tegen de mensheid waar dan ook ze waren begaan, zagen de slachtoffers van Hissène Habré hun kans. Ze spanden een zaak aan in België, en Belgische onderzoeksrechters konden in Tsjaad een grote bewijslast gaan verzamelen tegen de dictator die intussen was gevlucht naar Senegal.

Maar dat land weigerde om Habré uit te leveren. Een juridisch steekspel hield jarenlang aan, want een vervolging door Senegal in 2000, en een veroordeling bij verstek tot de doodstraf, in Tsjaad, in 2008, konden de voormalige dictator niet deren.

Pas na veel lobbywerk en een machtswissel in Senegal zelf, zagen de slachtoffers het licht aan het eind van de tunnel. Senegal richtte in 2012 een speciale rechtbank op, mét de universele jurisdictie zoals die in onze genocidewet had gestaan. Daardoor kon alles in versneld tempo gaan: Habré werd een jaar later aangehouden en zijn proces ging vorig jaar in juli van start.

Precedent

Dit vonnis waarbij misdaden als foltering en systematische uitroeiing streng werden veroordeeld, lijken in onze rechtspraak vanzelfsprekend. Ook in de Internationale Tribunalen komt niemand meer weg met dit soort gruwel. Maar voor Afrika is dit een belangrijke stap.

“Dat slachtoffers zelf naar een rechtbank kunnen trekken, zelfs een schadevergoeding kunnen eisen, is ongezien”, zegt juriste Martien Schotsmans, directeur van RCD Justice et Paix, die mee de burgerlijke partijen steunt. “Maar het is ook een belangrijk juridisch precedent. Niet alleen omdat een Afrikaanse rechtbank zelf voor het eerst de ergste misdaden kan bestraffen, maar ook omdat de verschillende rechtssystemen steeds meer complementair worden. Misdaden die niet door het Internationaal Strafhof of door andere Tribunalen kunnen worden berecht, kunnen dat nu bijvoorbeeld wel in een rechtbank van een afzonderlijk land.”

Met andere woorden, er zijn steeds minder mazen in het net waardoor dictators straffeloos kunnen wegzwemmen.

Bewustwording

De vraag kan gesteld worden of de zaak Habré geen pervers effect zal hebben. Zullen dictators en schijnverkozenen, of ze nu Afewerki, Nguema Obiang, of Dos Santos heten (om er maar een paar te noemen), zich niet nog meer gaan vastklampen aan de macht, nu ook “bevriende” naties door de publieke opinie steeds meer worden aangepord om recht te spreken?

Mogelijk. Maar tegelijk maakt dit proces en de media-aandacht die het krijgt, veel vooral jonge Afrikanen zelfbewust, ze mogen nu geloven dat niemand ongestraft zal blijven, ook niet in Afrika, door een Afrikaanse justitie. Daarom is dit proces een mijlpaal.