Kraftwerk vangt bot in aanslepende plagiaatzaak

Het Grondwettelijk Hof in Duitsland heeft de cultgroep Kraftwerk in het ongelijk gesteld in een zaak over auteursrechten die al sinds 1997 aansleept. Het Hof in Karlsruhe besliste dat in sommige gevallen de artistieke vrijheid voorgaat op economische belangen.

De leden van de elektropopgroep Kraftwerk hadden eind de jaren 90 klacht ingediend omdat een kort motief uit een van hun songs zonder toestemming was gebruikt. Maar als dat gebruik "marginaal" (verwaarloosbaar) is, dan "neemt de artistieke vrijheid voorrang op de belangen van de eigenaar van de auteursrechten", oordeelde het Grondwettelijke Hof in Karlsruhe.

Dat vonnis heeft zo zijn belang voor de popmuziek in het algemeen, voor de hiphopscène in het bijzonder: daar wordt duchtig gebruik gemaakt van sampling, het door de muziekmolen halen van stukjes bekende muziek.

Met zijn vonnis gaat het Hof lijnrecht in tegen dat van het federale gerechtshof, dat in 2012 Kraftwerk in het gelijk had gesteld. Voor dat Hof was zelfs het ongevraagd gebruik van een piepklein klankfragment een overtreding van het auteursrecht.

Ralf Hütter en Florian Schneider-Esleben, leden van de legendarische Duitse groep, lopen al sinds 1997 de rechtbanken plat om het naar hun mening ongeoorloofde gebruik van twee seconden percussiegeluid uit hun "Metall auf Metall" (1977) door de Duitse rapster Sabrina Setlur in haar nummer "Nur mir" (Enkel ik) veroordeeld te zien. Hütter probeerde de rechters diets te maken dat de Tien Geboden - met name het gebod "Gij zult niet stelen" - prevaleert op enige artistieke vrijheid.

Vraag is nu wat de Duitse uitspraak op Europees vlak gaat betekenen. De Europese reglementering ter zake, daterend uit 2002, neemt namelijk een flinke bocht rond de hete brij van het samplen.