"Nood aan overkoepelende coördinatie bij aanslag Zaventem"

Op Zaventem was er niemand die alle hulpdiensten coördineerde, en een dergelijke coördinator had verwarring kunnen voorkomen. Dat heeft Erik Engels, de topman van de Vlaams-Brabantse noodcentrale, gezegd in de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen.
Een ambulance voor de getroffen vertrekhal op zaventem.

Het ontbreken van een overkoepelende leidinggevende voor de nooddiensten op Brussels Airport na de aanslagen was een probleem. "Ja, we hebben dat gemist", zei topman Erik Engels van de Leuvense noodcentrale vandaag in de parlementaire onderzoekscommissie. Hij blijft er wel bij dat de medische aanpak de juiste was en dat er voldoende ziekenwagens naar Zaventem zijn gestuurd..

Zijn er meteen voldoende ziekenwagens uitgestuurd na de ontploffingen in Zaventem? De vraag houdt de onderzoekscommissie al enkele weken bezig. Veruit de meeste getuigen vonden van wel, zwaaiend met de afgesproken noodplannen. Brussels brandweercommandant Tanguy du Bus de Warnaffe vindt echter van niet, zoals hij ook op 22 maart meermaals doorgaf aan de Leuvens noodcentrale die beslist over de inzet van de medische middelen.

Omdat de vragen aanhielden, besloot de onderzoekscommissie om topman Erik Engels en zijn Brusselse evenknie opnieuw te horen. Engels liet verstaan dat de noodkreten van du Bus de Warnaffe voor verwarring zorgden, omdat ze niet helemaal strookten met de informatie die de medische leidinggevende ter plaatse doorgaf. "We wisten niet wie die oproepers waren. Op dat moment weet je dat ergens iets aan het fout lopen is", aldus Engels.

Dat gevoel overtuigde de Leuvense noodcentrale er van om te vertrouwen op de medisch directeur ter plaatse, een militaire MUG-arts die nauwelijks tien minuten na de explosies al in Zaventem was. Engels verzekerde dat die man duidelijke taal sprak, precieze situatieschetsen doorgaf en meteen liet verstaan dat de uitrol op het terrein aan de gang was.

"Op dat moment moet je een afweging maken. We hebben contacten, ervaring en krijgen feedback dat de medische discipline zich daar georganiseerd heeft", argumenteerde Engels. "Er was sprake van een vooruitgeschoven medische post en een ambulancepark. We hadden dus het gevoel: dat zit goed, dat is daar vertrokken."

Niettemin bleven er echter noodkreten om meer ambulances doorkomen van brandweercommandant du Bus de Warnaffe, iets waar Engels toch vragen bij had. Hij wees op de duidelijke taakverdeling tussen de verschillende disciplines, waarvan de brandweer en de medische tak er twee zijn. "Je laat de leiding van de andere discipline haar werk doen. Daar voorkom je chaos mee, dat leidt tot snelle en adequate oplossingen."

Overkoepelende leiding

Iemand die de overkoepelende leiding op zich neemt, kan zo'n verwarring op het terrein helpen vermijden. Dat is ook voorzien in de noodplannen.

Maar eerder bleek al dat zo'n operationele leider - een Dir CP-Ops (Directeur CommandoPost Operaties - op 22 maart in Zaventem nooit formeel is aangeduid. "Ja, dat hebben we gemist", zei Engels. Maar dus om de coördinatie te verzekeren, niet omdat daardoor te weinig medische middelen ter plaatse gestuurd zouden zijn.

"Dir Med (Directeur Medische Hulpverlening) Erik Mergny heeft hier al gezegd dat er nooit te weinig medisch personeel, materiaal of ziekenwagens geweest is", besloot hij.

Betere samenwerking

Overigens hebben de verantwoordelijken van de noodcentrale van Vlaams-Brabant en de brandweer van Brussel toegegeven dat ze niet op dezelfde manier werken. En dat heeft bij de aanslag op Zaventem soms verwarring veroorzaakt.

De beide hulpdiensten kunnen dus nog beter samenwerken bij grote incidenten, zoals de aanslagen van 22 maart, als ze hun werking meer op elkaar zouden afstemmen..

"Politie moet MIVB verwittigen"

Nog in de onderzoekscommissie naar de aanslagen heeft directeur Alain Lefèvre van het Crisiscentrum gezegd dat het de taak van de politie is om aan de MIVB te laten weten dat de metro dicht moet.

Een klein uur na de aanslag op Zaventem besliste minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) dat de Brusselse metro dicht moest. Het was op dat ogenblik aan de federale politie om die beslissing uit te voeren, volgens Lefèvre.

Maar de verantwoordelijke van de politie stuurde pas een kwartier later een mail naar het hoofd van de spoorwegpolitie, en die zag de mail dan nog niet, omdat hij te druk bezig was. Vier minuten later ontplofte de bom in het metrostation Maalbeek.