De Europese elite - Rob Heirbaut

Het is een veel gehoorde kritiek: "Europa wordt geleid door de elite en door bureaucraten". Maar klopt dat wel? Collega Rob Heirbaut beschrijft op basis van jarenlange ervaring met die Europese instellingen hoe elitair die eurocraten zijn.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Hendrik Vos en Rob Heirbaut schrijven om de twee weken beurtelings een opinietekst, respectievelijk analysetekst, over Europese politiek. Vos is hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij directeur is van het Centrum voor EU-studies. Heirbaut is VRT-journalist, gespecialiseerd in de EU.

Het viel op in de analyses en verklaringen net het Britse referendum. Als er iemand verantwoordelijk is voor de brexit, dan zijn het zeker en vast ook de eurocraten, bureaucraten en technocraten in Brussel. Er kunnen nog andere termen worden uitgevonden, zolang ze maar op –craat eindigen en in één adem met Brussel worden genoemd. “Brusselse elite” mag ook, en de vermelding dat ze zich in een “ivoren toren” bevinden is ook niet slecht.

De Britse tabloids gaan al vele jaren te keer tegen “Brussels bureaucrats”. Nu rolde het uit de mond van een minister die op de stoep van de Wetstraat, om een reactie gevraagd op de uitslag in het Verenigd Koninkrijk, verklaarde dat men voortaan meer naar de burger moest luisteren en niet naar de eurocraten. Het klonk als een reactie van Peter Mertens (PVDA) na het referendum in Griekenland vorig jaar.

De excellentie vergat even dat hij zelf ook een eurocraat is, wanneer hij met zijn collega-ministers uit andere landen in de Raad van Ministers van de EU vergadert en beslissingen neemt, wat tot Europese richtlijnen en verordeningen leidt. Niet eens zo ver weg, maar gewoon aan het andere eind van de Wetstraat, een dikke kilometer verderop.

Juncker

Een paar dagen later ging N-VA-voorzitter Bart De Wever nog wat verder. In de studio van "De zevende dag" haalde hij zwaar uit naar Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie. "Een onverkozen bureaucraat, niemand kent hem."

Wellicht was De Wever vergeten hoe Juncker aan de job is geraakt. In de aanloop naar de Europese verkiezingen van 2014 voerden voor het eerst in de geschiedenis vijf mensen openlijk campagne om Commissievoorzitter te worden.

Juncker was de kandidaat van de Europese Volkspartij, die de grootste fractie vormde in het nieuw verkozen parlement. De Europese regeringsleiders aanvaardden vervolgens dat Juncker Commissievoorzitter zou worden.

Alleen David Cameron en Viktor Orban stemden tegen. Later kreeg Juncker het vertrouwen van een grote meerderheid in het Europees Parlement, dat hem tot Commissievoorzitter verkoos.

De N-VA zat niet in de regering toen de regeringsleiders Juncker aanvaardden (Di Rupo was toen ontslagnemend premier), de N-VA-europarlementsleden stemden tegen Juncker, ze vonden hem ongeschikt als Commissievoorzitter en vinden dat nog altijd.

Zeggen dat Juncker niét verkozen is, is echter een loopje nemen met de waarheid. Het Europees Parlement kan Juncker trouwens tot ontslag dwingen, net zoals een nationaal parlement een regering ten val kan brengen. Niets belet een europarlementslid om op zoek te gaan naar bondgenoten om aan een meerderheid te geraken.

Bart De Wever is niet de enige die zich ergert aan Juncker. Zijn traditionele pro-Europese visie, voor een federaal Europa, botst met die van al wie pleit voor een confederaal Europa, waarin de lidstaten de touwtjes in handen houden.

Dat Juncker een vrolijke Frans is, die schouderklopjes, kushandjes en volwaardige kussen geeft aan regeringsleiders, valt niet bij iedereen in goede aarde net zomin als het feit dat hij graag een glas drinkt en een kettingroker is. Een profvoetballer die rookt kan op meer begrip rekenen dan een Commissievoorzitter.

Juncker zelf is niet ongevoelig voor deze kritiek. “Ik ben geen robot, geen technocraat”, zei hij in het Europees Parlement. Geruchten dat hij op het punt staat om ontslag te nemen (door gezondheidsproblemen, en omdat hij teleurgesteld is door de gang van zaken in de EU) drukte hij de kop in.

Juncker is een politicus pur sang, was jarenlang premier van Luxemburg, en vindt net dat de Europese Commissie meer een “politieke” instelling moet zijn dan een bureaucratie. Hij heeft een mening en die gaat vaak in tegen wat vele regeringen willen.

Zijn voorstellen om asielzoekers te spreiden over Europa, worden niet uitgevoerd. Dat hij flexibel was tegenover Griekenland, werd hem niet in dank afgenomen. Dat hij Frankrijk niet aan de schandpaal nagelt wegens een te hoog begrotingstekort, al evenmin.

Precies door zijn bewuste politieke stellingnames krijgt hij de wind van voren van politici die liever hebben dat hij zwijgt, en zich wat meer als een technocraat zou gedragen die uitvoert wat zij beslissen. Tussen haakjes: wanneer de ministers van Financiën van de eurozone keer op keer zeggen dat ze zich laten leiden door wat de Trojka (samengesteld uit hoge ambtenaren van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het IMF) aanbeveelt, horen we hen nooit klagen over technocraten.

Terug naar de Europese Commissie. De kritiek op de Europese Commissie heeft ook te maken met haar aparte rol. Ze is niet te vergelijken met de regering van een land. Volgens sommigen zou ze dat moeten worden, maar dan zou de Europese Unie op een land (of zelfs een superstaat) beginnen te lijken, en dat willen anderen dan weer niet.

De Commissie is destijds gecreëerd omdat men wist dat nationale administraties altijd het belang van hun eigen land, hun eigen bedrijven, hun eigen bevolking, zullen vooropstellen.

Daarom moest er een instelling komen die het “Europese belang” moest dienen: regels en wetten bedenken die, omdat ze voor heel Europa gelden, een meerwaarde bieden ten opzichte van de uiteenlopende wetten van de 28 lidstaten.

De Europese Commissie zet zulke wetten op papier. Daarna stuurt ze die door naar het Europees Parlement en de Raad van Ministers (= de lidstaten). Zij beslissen finaal welke regels er uiteindelijk worden ingevoerd. Wanneer de lidstaten die regels (die ze dus zelf mee hebben bedacht) niet uitvoeren, worden ze op de vingers getikt door de Europese Commissie.

En dat frustreert vele nationale politici. Vaak zijn het hun voorgangers die de regels hebben bedacht. Of dwingen de regels hen om onpopulaire maatregelen te nemen. En dan beginnen ze te klagen over Brussels bureaucraten in ivoren torens. 

Soms spreken lidstaten af dat, wanneer ze het onderling zo oneens zijn dat er geen voldoende grote meerderheid is om een beslissing te nemen, de Europese Commissie de knoop mag doorhakken. Ze geven de macht die ze zelf hebben, dan uit handen aan de Europese Commissie.

Het gaat om uitvoerende beslissingen, te vergelijken met koninklijke of ministeriële besluiten bij ons. Zo komt het dat de Commissie het laatste woord kan krijgen in gevoelige dossiers. De toelating van genetisch gewijzigde gewassen is daar een voorbeeld van. Of de verlenging van de vergunning voor glyfosaat.

De lidstaten geraken er niet uit, er is een patstelling, en de hete aardappel wordt doorgeschoven naar de Europese Commissie. Die dan een politiek geladen beslissing moet nemen, en vervolgens de schietschijf wordt van al wie het niet eens is met die beslissing.

De naam Vytenis Andriukaitis zegt u wellicht niets. Hij (ja, het is een man) is Europees Commissaris, bevoegd voor Voedselveiligheid en Volksgezondheid, en ook voor het dossier van de onkruidverdelger glyfosaat.

Dat hij verveeld zat met dat dossier, bleek duidelijk toen hij er onlangs een persconferentie over gaf. De lidstaten moeten hun verantwoordelijkheid niet doorschuiven naar de Europese Commissie, zei hij (wat ze achteraf toch deden). Hij hield zich als een robot ook aan de tekst die voor hem was voorbereid door een leger ambtenaren en woordvoerders, bang om een verkeerde uitspraak te doen.

Iets waar andere Europese Commissarissen ook last van hebben. Marianne Thyssen, op haar allereerste persconferentie als commissaris voor Werk, kreeg een vraag van een Britse journalist om te reageren op een uitspraak van David Cameron over het vrij verkeer van werknemers. Een hot issue, toen en nu nog meer. “Dat moet u vragen aan de woordvoerder van voorzitter Juncker”, antwoordde Thyssen.

Bij ons is Marianne Thyssen natuurlijk wel een bekende politicus, in andere landen is ze dat niet. Hetzelfde geldt voor de meeste andere Europese commissarissen. Sommige zijn premier geweest in hun eigen land, andere minister. (Vytutis Andriukaitis was minister van Gezondheid in Litouwen).

Buiten hun landsgrenzen kent vrijwel niemand hen. Toen de Brit Lord Hill ontslag nam als Europees commissaris voor Financiële Diensten, was dat wellicht voor vele zenders, kranten en nieuwssites de eerste keer dat ze een bericht maakten over de man.

Europese commissarissen ogen en klinken vaak technocratisch, drukken zich uit in moeilijk verstaanbaar Engels, gebruiken een ondoorgrondelijk jargon en willen steevast voor “jobs and growth” zorgen.

Ambtenaren

In tegenstelling tot ministers bij ons, beschikken de commissarissen echter slechts over een beperkt aantal kabinetsmedewerkers. De voorbereiding en uitwerking van hun beleid wordt dus gedaan door ambtenaren van de Europese Commissie. Europese ambtenaren hebben daardoor meer macht dan ambtenaren op Vlaamse en federale ministeries.

Om ambtenaar te worden moet je eerst moeilijke examens afleggen, daarna wacht een carrière met een mooie wedde. Europese ambtenaren verdienen veel meer dan nationale ambtenaren (ook omdat ze slechts een beperkte belasting aan de Europese Unie moeten betalen, en niet aan de nationale fiscus).

Toch klaagt de personeelsdienst van de Europese instellingen dat het voor sommige functies moeilijk is om kandidaten uit rijke lidstaten aan te werven, omdat de privésector (nog!) beter betaalt dan de Europese Commissie. Bovendien is een hoog loon geen garantie voor arbeidsvreugde.

Bijklussen

De Commissie is een zeer hiërarchische organisatie, waar eigen initiatief naar verluidt niet wordt aangemoedigd, met logge procedures. Sommige ambtenaren voelen zich opgesloten in een gouden kooi: ze doen hun werk niet graag, maar ze kunnen (of willen) ook niet wegvliegen naar een minder betaalde job.

Veel ambtenaren zijn desondanks overtuigde aanhangers van het Europese project. Het Britse referendum en de groeiende euroscepsis, ze kunnen het moeilijk plaatsen, net omdat ze ervan overtuigd zijn dat wat zij doen net goed is voor de “Europese burger”.

De negatieve perceptie van Europese ambtenaren en Europese commissarissen zal zeker niet verbeteren wanneer blijkt dat ze na hun carrière gaan bijklussen bij bedrijven (en vragen daarover weigeren te beantwoorden, zoals Neelie Kroes).

En wat te denken van gewezen Europees commissaris voor Industrie Günther Verheugen? Hij weigert naar de onderzoekscommissie van het Europees Parlement over de emissiemetingen en sjoemelsoftware te komen. Het versterkt de indruk dat commissarissen zich verheven voelen boven alles en iedereen.

"Voordeel voor de burger"

De 27 regeringsleiders die overblijven na het vertrek van David Cameron beloven dat ze gaan laten zien dat Europa niet bureaucratisch is en veel voordelen oplevert voor de burger. Deze boodschap hoorden we ook na het Franse en Nederlandse neen tegen de Europese Grondwet.

Een van de populairste dossiers om mee uit te pakken, is dat van de roamingkosten. De voorbije jaren verplichtte de Europese Unie keer (op voorstel van de Europese Commissie) op keer de telecombedrijven om mobiel bellen en internetgebruik in het buitenland goedkoper te maken.

In juni 2017 verdwijnen de roamingkosten helemaal, en maakt het geen verschil meer of je vanuit Poederlee of Vilnius naar je vriend of vriendin belt. Alle Europese politici zullen euforische persberichten de wereld insturen over dit blijde nieuws en de geweldige vooruitgang die dit betekent voor de burger.

Voordeel voor wie?

En de burger, die haalt wellicht zijn schouders op. Wie reist er vaak naar het buitenland? “Zakenlui, bankiers en eurocraten”, ik hoor het de Britse Euroscepticus Nigel Farage al zeggen.

Net zoals hij in de nacht van 23 op 24 juni verkondigde dat de uitslag van het Britse referendum een overwinning was voor “real people, for ordinary people, for decent people”. Uit zijn mond, een man in het pak, goed betaald door de Europese belastingbetaler en daarvoor als werknemer in de Londense City, klinkt dat ongeloofwaardig en populistisch. Maar hij scoort er wel mee, net zoals zijn ranzige kritiek op het vrij verkeer van werknemers binnen Europa.

Dat is een van de vier vrijheden (naast vrij verkeer van diensten, kapitaal en goederen), en een hoeksteen van de Europese integratie, klinkt het dan steevast. Gaan werken in een ander land is nu veel makkelijker dan vroeger.

Voor mensen met een universitair diploma die verschillende talen spreken, biedt zoiets kansen om de horizon te verruimen en een internationale carrière uit te bouwen. Voor een laaggeschoolde arbeider betekent het dat hij zijn job kan verliezen aan een laagopgeleide Pool of Litouwer, die via (misbruik van) het systeem van detachering hetzelfde werk komt doen voor veel minder geld.

Farage en co spelen hier op in en proberen zichzelf als opstandelingen te positioneren, tegen de “Europese elite”. Die “elite”, dat zijn ook de 27 regeringsleiders die woensdagochtend zonder de Britten vergaderden, zeggen dan weer dat ze het uiteindelijk toch allemaal voor de burger doen. Ze willen nu harder hun best doen.

Eurosceptici vertellen dat de Europese Unie in feite al van in het begin een eliteproject was. Dat klopt: het is bedacht door politici, en kwam niet tot stand na een volksrevolte.

Maar dat wil niet zeggen dat het tégen de burger gericht was. De elite die de Europese Economische Gemeenschap oprichtte, deed dat omdat de elites van de natiestaten in de decennia ervoor miljoenen burgers, “real people, ordinary people, decent people”, de dood hadden ingejaagd.

Dat voorkomen was het doel, en dat doel is bereikt. Die vrede, veiligheid en welvaart garanderen, ook voor de toekomstige generaties, dat is de uitdaging van vandaag. En liefst op een democratische en transparante manier.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.