Waarheen met ons leger? - Jens Franssen

Vrijdag start een NAVO-top. Eén van de angendapunten is ons Belgische leger. Vooral de vraag of ons land wel genoeg investeert in defensie.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Jens Franssen is journalist bij VRT Nieuws. Hij volgt de buitenlandse gebeurtenissen en onder meer defensie voor VRT Nieuws.

Ons land gaat de komende decennia voor maar liefst negen miljard investeren in nieuwe militair materiaal en ook structureel komt er weer meer financiële ademruimte voor defensie. Samenwerken –poolen of sharen - is daarbij het codewoord. Maar met wie? Na de brexit ligt Europa in de touwen.

Aan de andere kant van de oceaan schreeuwt Donald Trump dat die NAVO een regelrechte ‘ripp off’ is. Moet onze defensie strategisch kiezen tussen de pest en de cholera? 

Geen Europees leger

Europa is politiek knock out. De Britten weten voorlopig zelf niet goed hoe het nu verder moet. In Frankrijk en Nederland roept rechts om uitstap-referenda en in Hongarije is een semi-autoritair bewind aan de macht.

De brexit toont aan dat het ondenkbare niet alleen politiek maar ook geo-strategisch soms wél mogelijk is. Met de brexit is overigens Europa en dus ook ons land een stuk onveiliger geworden. Het Verenigd Koninkrijk is immers samen met Frankrijk één van de enige twee overgebleven EU-landen dat over unieke defensiecapaciteiten beschikt in verschillende spectra zoals een vliegdekschip, performante onderzeeërs met een nucleaire capaciteit en getrainde elitesoldaten die snel overal ter wereld ontplooid kunnen worden.

Door de brexit is dat unieke Brits militair gereedschap mogelijk een stuk minder beschikbaar voor een gecentraliseerd Europees veiligheidsbeleid.

Bovendien levert het VK een netto bijdrage aan het Europees Defensie Agentschap (EDA). Als ook die samenwerking wordt opgeschort, betekent dat dat de overheadkosten zullen moeten worden opgehoest door de resterende leden. Een eerste berekening leert dat dat voor ons land jaarlijks netto honderdduizenden euro’s kan kosten.

Wie nog droomde van een krachtdadig Europees Leger kan die illusie dus maar beter opbergen. De al kwakkelende Europese defensieprogramma’s om de kleine gefragmenteerde Europese legers beter op elkaar aan te sluiten lijken in de nabije toekomst nog stroever en trager te zullen verlopen.

Niet dat Europese militairen niet kunnen of willen samenwerken, Europese politici lijken alle kanten tegelijk uit te marcheren. Steeds duidelijker blijkt dat Londen, Parijs en Madrid simpelweg hun ultieme veiligheidspolis (wat defensie tenslotte is) niet zonder slag of staat in de handen van Europese bureaucraten willen leggen.

Onder buren

Betekent dat nu het einde van de Europese samenwerking wat defensie betreft? Niet noodzakelijk. Maar mogelijk ligt de toekomst voorlopig meer bij verregaande vormen van bilaterale samenwerking waarbij quick-wins zoals inter-operationaliteit en korte beslissingslijnen de doorslag zullen geven.

Ons land kijkt voor samenwerking dus best naar onze buurlanden. Een Belgo-Nederlandse marine waarbij het onderhoud en de inzet van militair materieel verregaand samen worden gedaan is vandaag al een feit. Nederlandse en Belgische militairen volgen ook steeds meer dezelfde opleidingen en ook onze gevechtsvliegtuigen bewaken beurt om beurt het luchtruim van de hele Benelux.

Zo’n kleinere flexibele samenwerkingen tussen buren zullen we waarschijnlijk steeds vaker te zien krijgen tussen kleinere staten. In Centraal- en Noord-Europa zijn daar mogelijkheden zat.

Weg met die NAVO

Ook die tweede hoeksteen voor ons veiligheidsbeleid, de NAVO, ligt onder vuur. Amerikaans vuur deze keer. De Amerikaanse presidentskandidaat Trump heeft overigens wél een punt als hij zegt dat (vanuit Amerikaanse ogen) de NAVO geldverslinding is.

Verhoudingsgewijs zit de bijdrage tussen de VS en Europa helemaal scheef. Washington wil wel solidair zijn, maar niet langer de netto betaler zijn voor Europa’s veiligheidspolis.

Geen toeval dat in Amerika stemmen opgaan om de NAVO weer bij zijn volle naam te noemen, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Het duidt op een verlangen om terug te keren naar de initiële prioriteiten van de NAVO, die een militaire levensverzekering inhouden voor Europa tegen de Russische bedreiging.

Het betekent ook dat militaire avonturen in Afghanistan of in het nabijere Midden-Oosten, toch althans wat de VS betreft, niet langer zomaar op het to do-lijstje van de NAVO staan.

Dat betekent niet dat de VS Europa militair volledig zal loslaten. Integendeel, voor Washington is een politiek stabiel Europa erg belangrijk. Het betekent wel dat ook ons land, bijvoorbeeld bij grote bestellingen van militair materieel zoals gevechtsvliegtuigen, zich op zijn minst moet bewust zijn dat de nauwe vrienden vandaag binnen twee decennia misschien tot koele kennissen zijn verworden.

Een fragmenterend Europa en de afwezige Amerikaanse blik stellen militaire strategen en politici van kleine Europese landjes op de proef. Politici bedrijven de kunst van het haalbare, militaire strategen moeten rekening houden met het ondenkbare.