Armoede daalt bij senioren

Vorig jaar liep een op de vijf Belgen risico op armoede of sociale uitsluiting, een cijfer dat al jarenlang stabiel blijft. Vooral eenoudergezinnen en werklozen zijn daarbij kwetsbare groepen. Opmerkelijk is wel dat de armoede bij senioren in tien jaar tijd met meer dan een derde is afgenomen. Dat blijkt uit de nieuwe armoedecijfers van de Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie, waarvan de resultaten komen van een bevraging bij 6.000 Belgische huishoudens.
© Thomas S. / Andia.fr

Het totale armoederisico in België blijft stabiel over de jaren heen, maar 65-plussers zijn daarop een uitzondering. Het armoedecijfer van senioren is gedaald van 23 procent in 2006 tot 15 procent in 2015. Voor het eerst is het armoedecijfer van senioren daarmee vergelijkbaar met dat van de totale bevolking. "Twee factoren kunnen deze daling verklaren: de verhoging van de minimumpensioenen en de toenemende participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt, waardoor ze hogere pensioenen ontvangen", luidt het.

In 2015 werd 15 procent van de bevolking beschouwd als een risicogroep voor monetaire armoede. Het gaat om mensen die in een huishouden wonen waarvan het totale beschikbare inkomen lager ligt dan 1.083 euro per maand voor alleenstaanden en 2.274 euro voor huishoudens met twee volwassenen en twee kinderen. Vooral eenoudergezinnen (36 procent) en werklozen (41 procent) lopen een verhoogd armoederisico.

Daarnaast werd 6 procent van de bevolking geconfronteerd met "ernstige materiële deprivatie", wat inhoudt dat ze te weinig geld hadden om in een aantal essentiële behoeften te voorzien. Ten slotte leefde 15 procent in huishoudens waar volwassenen gemiddeld minder dan een vijfde van de tijd hadden gewerkt.