"Net nu wij vluchten, valt Europa ook uit elkaar"

Jamal, 39, is een Syrische elektricien. Hij vluchtte met zijn gezin 9 maanden geleden vanuit Syrië naar het Griekse eiland Lesbos. Hij heeft 2 vrouwen en 6 kinderen, zijn oudste zoon is dertien en jongste dochter slechts enkele maanden. Zijn eerste vrouw en dochter kwamen om tijdens bombardementen in Syrië. Hij wil met zijn gezin naar Canada reizen met hoop op een beter leven. Hij doet aan ons zijn verhaal.
arne deboosere

"Een bom viel recht op ons huis in Syrië. Mijn vrouw werd gedood door de kracht van de explosie. De ledematen werden van haar tenger lichaam gerukt. Ze was onherkenbaar verminkt. Mijn zevenjarige dochter is mooier gebleven, herkenbaar, maar ook zij heeft het niet gehaald. Mijn zoon heeft alles zien gebeuren, fysiek is hij quasi ongedeerd. Maar hij is bang. Elke keer als hij een geluid hoort, krimpt mijn vijfjarige zoon in elkaar en gaat in een hoekje schuilen."

Jamal leerde ik kennen tijdens mijn bezoek aan het Pikpa-kamp in Lesbos, een kamp voor kwetsbare vluchtelingen. Deze zomervakantie reisde ik naar Lesbos. Als je het nieuws over de vluchtelingen in ons land de laatste weken volgt, lees je dat de asielcrisis in ons land luwt, hoor je dat asielcentra in ons land de deuren sluiten en zie je ministers pochen dat België procentueel Europees koploper is inzake vrijwillige terugkeer van vluchtelingen naar hun land van herkomst.

Je zou wel eens verkeerdelijk kunnen denken dat de vluchtelingencrisis zich oplost. Uiteraard is dit niet zo, de crisis heeft zich verplaatst tot buiten onze landsgrenzen. Wereldwijd zijn er nog steeds meer dan 60 miljoen mensen op de vlucht. Dit jaar alleen al zijn er op de Middellandse Zee 2.443 mensen omgekomen. 34% meer dan de eerste vijf maanden van 2015.

Maar het zijn onpersoonlijke cijfers. Who cares. We worden er in ons land minder mee geconfronteerd. Makkelijk. Maar het gaat wel degelijk om mensen zoals u en ik, die lijden. Massaal lijden. Nog steeds. Mensen die lijden een gezicht geven, is essentieel. Daarom ben ik naar Lesbos getrokken. Daarom Jamal zijn verhaal.

arne deboosere

"Negen maanden geleden is het gebeurd. Via via kreeg ik te horen dat mijn huis was gebombardeerd. Wat ik te zien kreeg, was verschrikkelijk. Van mijn vrouw schoot niets meer over, mijn dochter was herkenbaar maar ook gedood. Mijn zoontje vond ik huilend in een hoekje, compleet in shock. Toen besloot ik te vluchten. Assad mag niet nog meer wegnemen van wat ik liefheb.

In Syrië is het de gewoonte om meerdere vrouwen te hebben. Mijn tweede vrouw en onze vier kinderen waren gelukkig niet thuis. We zijn zo snel mogelijk het land uit gevlucht."

Tocht

De tocht was verschrikkelijk. Mijn jongste dochter is nog geen jaar oud. Mijn oudste zoon is dertien. Het is een extreem harde tocht voor volwassenen, laat staan dat je die moet ondernemen met kinderen. Maar hen achterlaten, was geen optie. Niet nadat ze al twee kostbare levens van mij hebben afgenomen in Syrië.

We liepen door de hitte, door de bergen, dagenlang… Elke keer opnieuw moesten we betalen toen we een volgende smokkelaar tegenkwamen. Ondertussen leef je continu met de angst om gepakt te worden. Ik heb mensen zien sterven tijdens onze tocht. Verschrikkelijk. Vijf maanden waren we onderweg. Het leek oneindig lang te duren.

Het eigenaardige is dat mensen steeds praten over dat laatste euvel, de overtocht met de boot. Maar dat is het minst moeilijke van de hele reis. Je zit op het water en wacht af. Je kan niets doen, dat is het minste inspannende van de tocht. Je bent er bijna."

"Turkije is geen goed land", gaat hij voort. "Hoe we in Turkije werden behandeld, is niet te verwoorden. ’s Nachts moesten we zo snel mogelijk in die boot kruipen, terwijl ze ons onder schot hielden. Ik heb gehoord dat de grenswachters ook effectief durven schieten op Syriërs. Onmenselijk."

“Het was donker en erg koud op het water, maar de mensen bleven ijzig kalm. Ik denk dat we anderhalf uur op die boot zaten, dan hebben reddingswerkers ons ervan gehaald. En ons veilig naar het eiland Lesbos gebracht."

"Ze voerden ons naar het vluchtelingenkamp Moria. Het grootse kamp van Lesbos, waar op dit moment zo’n 2.000 vluchtelingen verplicht verblijven. Voor de deal van de EU met Turkije was het een transitkamp. Mensen bleven er enkele dagen. Nu moeten ze maanden wachten voor ze zelfs maar hun eerste interview krijgen om asiel te kunnen aanvragen. Het is een verblijfplaats geworden. Een verblijfplaats in erbarmelijke omstandigheden."

Moria

"Erger dan Guantánamo", spreekt Jamal heftig gesticulerend. "Ga ernaartoe en fotografeer het! Iedereen moet weten hoe verschrikkelijk het is om daar te verblijven."

"Het is een kamp omgeven door hoge hekken en prikkeldraad. Overal prikkeldraad. Mijn jongste dochter is ziek geworden tijdens onze tocht, maar het personeel in het kamp weigerde om er een dokter bij te halen. Mijn zoon, die zijn moeder en zuster heeft zien sterven, heeft door de bominslag iets aan zijn ogen. Ze weigerden hem te helpen. Je kinderen zien lijden, is vreselijk."

"Het wordt hier in de zomer vaak heter dan dertig graden. Als je wil eten moet je twee uur op voorhand in de hitte, in de volle zon, in de rij gaan staan. Wachten. Als je dat niet doet, is het eten op voor het jouw beurt is. In dat kamp zit je met gigantisch veel mensen op elkaar gepakt in de hitte. Heel de dag doe je niets. Je slaapt op de grond, in een bloedhete veel te kleine tent, met vreemden."

"Je kan niets doen. Je mag niets doen. Enkel wachten. Maar je weet niet op wat. Je weet niet wanneer je nieuws krijgt. Je weet niet wat voor nieuws je gaat krijgen. Je wordt er hopeloos van. Moedeloos. Het is te begrijpen dat er soms protest is in het kamp. Mensen zijn gefrustreerd. Radeloos. Het is geen manier om mensen te behandelen. Ik ben ook een mens, zoals jij."

Pikpa

"Nu zitten we hier in het Pikpa-kamp. Hier is het goed. Gelukkig moesten we maar vier dagen in Moria blijven. Vier harde dagen." Het Pikpa- kamp is een heel ander kamp. Een privé-initiatief. Er hangt een hippie-achtige sfeer, het is open. Geen hekken, geen prikkeldraad. Iedereen mag gaan en staan waar hij wil. Het is een kamp voor kwetsbare vluchtelingen."

"Je ziet hier mannen, vrouwen, families. Gesluierde Arabische vrouwen lopen naast opgemaakte Ethiopische meisjes gehuld in minuscule short en top. Het contrast kan niet groter zijn. Maar er hangt een gemoedelijke sfeer. Samenleven gaat goed. In het kamp worden erg veel activiteiten georganiseerd zodat mensen niet heel de tijd zitten te wachten. Ze kunnen hun zinnen verzetten. Ze hebben iets om handen."

"Er komen leerkrachten langs, die Engelse en Griekse les geven. Een yogaleraar probeert de vluchtelingen te ontspannen en leniger te maken. Ook andere vrijwilligers komen langs om met de kinderen allerlei activiteiten ondernemen. De kinderen kunnen vrij spelen en even terug kind zijn."

“Omdat mijn jongste dochter ziek was en mijn zoon verzorging aan zijn ogen nodig had, mocht ik met het hele gezin naar hier verhuizen. Mijn zoon kan ook nog steeds niet tegen luide onvoorspelbare geluiden. Hier is het rustig." "Hier is het oké", glimlacht Jamal. "Kom ik toon je mijn hut."

Hij neemt me mee naar zijn houten huisje en haalt er zijn gezin erbij. "Hier slaap ik". En toont een ruimte van ongeveer 4 op 4 meter met stapelbedden, een tafeltje en twee stoelen. "We hebben hier ons eigen ijskastje en kunnen koken in de gemeenschappelijke keuken. We kunnen koken voor onze kinderen, kost die ze gewoon zijn. Geen grootkeuken zoals in het Moria-kamp. Ik slaap enkel met mijn gezin in dit huis. Mijn dochter werd verzorgd en mijn zoon krijgt elke dag druppetjes in zijn ogen, voorgeschreven door de dokter."

arne deboosere

Wanneer ik binnen zit, komen ook zijn vrouw en kinderen erbij. Een mooie familie. De oudste zoon van 13 kan goed Engels en begint zijn vader met zijn gebrekkig Engels te helpen. Het gesprek verloopt vlotter want Jamal spreekt beperkt Engels en mijn Arabisch is "niet zo goed".

"Hij is wees", zegt de dertienjarige jongen wijzend naar zijn jongste broer. "Zijn mama en zus slapen nu in Syrië." Hij vouwt zijn handen samen. Zijn mama "boem boem", en beeldt uit dat haar armen en benen overal lagen. Gruwelijk hoe gedetailleerd hij het beschrijft. Gruwelijk wat deze kinderen hebben moeten meemaken.

Jamals vrouw staat op en toont me de papieren van henzelf en de kinderen. We mogen hier op Lesbos gaan waar we willen, zegt ze. Enkel op Lesbos. Ze biedt me thee aan. Ook al hebben ze amper iets, toch willen ze delen.

"Vanwaar ben jij", vraagt Jamal. "België", antwoord ik. Hij begint te glimlachen. "Ik volg het voetbal", zegt hij. “jullie hebben goed gespeeld. Hongarije afgemaakt met vier – nul. Jammer wel van Wales. Ik ken geen Belgische voetbalspelers. Messi ken ik wel en Ronaldo."

"Maar ik wil niet naar Europa, zegt hij. Net nu wij vluchten valt Europa ook uit elkaar. We hebben dubbele pech. Maar Cameron wou ons Syriërs sowieso niet, daar zal de brexit weinig aan veranderen."

Het verbaast me hoe goed hij van alles op de hoogte is. "Ik wil naar Canada", gaat Jamal voort. "Daar zijn we van de eerste minister Trudeau nog wel welkom. Daar kunnen mijn kinderen terug naar school. In Syrië ging dat niet meer. Kinderen moeten naar school, dat is het allerbelangrijkste. Ik kan amper lezen en schrijven. Mijn kinderen moeten dat wel kunnen."

"Ik hoop dat mijn zoon dokter wordt", zegt Jamal. De dertienjarige zoon zit tussen ons in en glimlacht. "Of voetballer", zegt deze, "zoals Ronaldo". "Nee", zegt de vader. "Niet Ronaldo, zoals Messi die is veel beter!" Vader en zoon glimlachen.

Leslie Hodge is psychologe en journaliste, samen met fotograaf Arne Deboosere trok ze naar Lesbos om eerlijke portretten te maken van de vluchtelingen. Ze willen met deze portretreeks aandacht vragen voor de penibele situatie waarin duizenden vluchtelingen zich nog steeds bevinden. De expositie #StriveforLife wordt op 26, 27 en 28 augustus tentoongesteld in de A-tower in Antwerpen.