Een perfecte Italiaanse storm? - Michaël Van Droogenbroeck

In Italië liggen alle puzzelstukken klaar voor een nieuwe bankencrisis. Alleen een dringende herkapitalisering en herstructurering van de financiële sector in Italië kan soelaas bieden. Maar dat kan niet zomaar met belastinggeld, door nieuwe Europese regels moeten eerst de aandeelhouders en de obligatiehouders mee opdraaien voor de verliezen.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Michaël Van Droogenbroeck is financieel journalist bij VRT Nieuws.

De druk om in te grijpen is groot, want anders dreigt een nieuwe financiële crisis. Maar zonder meer de Europese regels doorvoeren – en de obligatiehouders mee laten betalen - zou tot een nieuwe vertrouwenscrisis leiden, zo kort na de brexit. En dus ligt er meer in de weegschaal dan enkel het redden van de Italiaanse banken.

Wanbetalingen

Italië is een echt lappendeken als het over banken gaat. In Italië zijn er liefst 640 verschillende banken. Daarbij enkele grootbanken, maar de meeste zijn kleine banken, vaak lokaal en soms ook religieus gebonden. Een grondige herstructurering van die financiële sector is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Spanje, nog niet gebeurd.

Het grote probleem is dat een groot deel van die Italiaanse banken met wanbetalingen kampen. Dat komt omdat een belangrijk deel van de leningen (zowel aan gezinnen als aan kmo’s) niet meer wordt terugbetaald. Gemiddeld gaat het om 18 procent van alle leningen, wat een gigantisch aantal is. In absolute bedragen gaat het over 360 miljard euro dat de Italiaanse banken dreigen te mislopen.

Dat stelt de bankensector in Italië voor een groot probleem. Om een bankencrisis te vermijden is een herkapitalisering dringend nodig. De regels die Europa in de nasleep van de financiële crisis van 2008 uitwerkte, zijn duidelijk: eerst moeten de aandeelhouders en de obligatiehouders van de betrokken banken worden aangesproken, en pas daarna kan de overheid zelf nog bijspringen om de banken te redden. Dat moet voorkomen dat landen door het redden van hun banken zelf geïnfecteerd geraken en in betalingsproblemen komen.

Renzi aarzelt

De Italiaanse premier Renzi weet dus wat gedaan, alleen: een groot deel van de obligatiehouders zijn Italiaanse gezinnen. Door de obligatiehouders aan te spreken, worden zij dus ook rechtstreeks getroffen.

Dat kan een bijkomende negatieve impact hebben op de Italiaanse economie, maar kan ook de populariteit van Renzi zelf aantasten. Hij wil daarom, ondanks die nieuwe regels, toch met belastinggeld de Italiaanse banken redden.

De tijd dringt. Italië wordt op alle mogelijke manieren aangemaand snel in te grijpen, om zo erger te voorkomen en vooral ook te vermijden dat de Italiaanse problemen de rest van Europa besmetten. Maar Italië wordt ook opgedrongen om daarbij de Europese regels te volgen, en dus eerst de beleggers te laten betalen en pas daarna belastinggeld te gebruiken om de banken te redden.

Nu afbreuk doen aan die duidelijke afspraken, die de voorbije jaren moeizaam tot stand gekomen zijn, is nefast voor de geloofwaardigheid van de hele financiële sector in Europa. Maar de obligatiehouders, en dus een massa Italiaanse gezinnen, nu mee laten betalen, maakt van Europa de boeman. En ook dat doet sommige beleidsmakers, zo kort na de brexit, huiveren. Helaas, tijd om nog langer te dralen, is er niet.