"Tekort aan spoedartsen blijft wel degelijk probleem"

Er is nog steeds een groot tekort aan artsen op de spoeddiensten. De Belgische Vereniging voor Spoedartsen weerlegt de positieve noot in het rapport van de Zorginspectie dat gisteren werd gepubliceerd. Volgens de Zorginspectie is het vroegere tekort aan voldoende opgeleid personeel op de spoeddiensten en de diensten intensieve verzorging met succes aangepakt. Maar de Vereniging voor Spoedartsen stelt zich vragen bij de manier waarop het probleem is aangepakt.

Het tekort aan goed opgeleide artsen op de spoeddiensten en de diensten intensieve verzorging is al langer een probleem. Tijdens inspectierondes in 2013 en 2015 kregen nogal wat ziekenhuizen hiervoor een zogenoemd "knipperlicht". Zo was het in enkele ziekenhuizen de gewoonte dat dezelfde arts de spoed moest bemannen en uitrukken met de mug. Als er een mugoproep kwam, was er dus geen arts aanwezig op de spoed.

Volgens het gisteren gepubliceerde inspectierapport van de Vlaamse overheid echter is tijdens een nieuwe controle vorig jaar gebleken dat 28 van de 29 "knipperlichten" waren aangepakt.

Bij de Belgische Vereniging van Spoedartsen wordt minder enthousiast gereageerd. Daar klinkt het dat de manier waarop de ziekenhuizen het tekort hebben opgevangen verre van ideaal is. In de nieuwe situatie worden namelijk allerlei specialisten onder druk gezet om mee te draaien op de spoed.

"Ik kan me voorstellen dat een internist een aantal uren raadplegingen doet en een aantal uren zich ter beschikking gaat stellen van de spoedgevallendienst. Op die manier wordt er gebricoleerd om 24 uur op 7 de permanenties rond te krijgen", zegt Jan Stroobants van de vereniging. Hij wijst erop dat die artsen de taak niet met hun volle goesting opnemen en "dat is natuurlijk niet gezond".

De vereniging vraagt dat de overheid in geen geval zou besparen op de spoed en bepaalde permanentiediensten beter zou vergoeden.