"Het lijkt wel of ze het EK voetbal hebben gewonnen"

In Turkije zijn gisterenavond en afgelopen nacht tienduizenden mensen op straat gekomen om hun steun te betuigen aan president Recep Tayyip Erdogan, na de mislukte staatsgreep van gisteravond. "Het lijkt wel of ze het EK voetbal hebben gewonnen", zegt VRT-journalist Marijn Trio ter plaatse.

Op centrale pleinen in de steden Istanbul, Ankara en Izmir kleurt het rood van de Turkse vlaggen waarmee de aanhangers van Erdogan zwaaien. Er zijn ook gezangen, auto's claxonneren en er wordt gescandeerd om het mislukken van de coup te vieren. Op kop jonge mannen, gevolgd door families met jonge kinderen. Ze roepen "Allah akhbar" (Allah is groot), getuigen mensen ter plaatse.

"Overal hangen Turkse vlaggen. Het lijkt wel of ze het EK voetbal hebben gewonnen", zegt VRT-journalist Marijn Trio in Istanbul. "Voor de tienduizenden Turken die op straat gekomen zijn is Erdogan een held. De tanks zijn nergens meer te zien en als het van deze Erdogan-aanhangers afhangt, komen ze ook nooit meer terug." De Turkse overheid, met president Erdogan op kop, had opgeroepen om opnieuw op straat te komen "om de democratie" te verdedigen. Duizenden hebben dus kennelijk aan die oproep gehoor gegeven.

Eergisteren al kwamen tienduizenden Turken naar buiten om hun ongenoegen te uiten over de staatsgreep die een deel van het leger aan het uitvoeren was op dat moment. Ook toen had Erdogan daartoe opgeroepen. Onder meer door die volkswoede is de staatsgreep uiteindelijk mislukt. Bij de onlusten lieten zeker 265 mensen het leven, het merendeel burgers.

Doodstraf

Een deel van de Erdogan-aanhangers heeft te kennen gegeven de doodstraf te willen zien voor de putschisten. De Turkse president vindt dat het parlement daarover moet kunnen debatteren.

"Het is het recht in een democratisch land dat elke vraag bekeken en bediscussieerd wordt", zei hij na oproepen van aanhangers in Istanbul.

Om het debat over de doodstraf te kunnen voeren "is geen toestemming vereist van waar dan ook", merkte Erdogan nog op, enkele uren nadat mensenrechtenorganisatie Amnesty International nog had gewaarschuwd tegen de invoering van de doodstraf na de mislukte coup.