Meest recent

    955 burgerdoden in Aleppo in drie maanden tijd

    Volgens het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten in Londen zijn bij aanvallen in de Noord-Syrische stad Aleppo de voorbije drie maanden zowat 7.000 burgerslachtoffers gevallen. 955 burgers - onder hen 219 kinderen - werden gedood, zeker 6.000 anderen raakten gewond.

    De stad Aleppo wordt al sinds 22 april door de beide strijdende partijen onophoudelijk belegerd. 563 mensen kwamen om door luchtaanvallen door het regime van president Bashar al-Assad, zegt het observatorium.

    Represailles van de rebellen op door de regering gecontroleerde gebieden in Aleppo, leidden tot minstens 356 burgerslachtoffers. Daarnaast kwamen nog minstens 23 mensen om bij beschietingen door Koerdische rebellen en 13 bij geweld in de stad.

    Na 90 dagen belegering hebben niet alleen massale schade aangericht aan burgerwoningen, maar ook aan openbare gebouwen en ziekenhuizen.

    Zondag slaagden de regeringstroepen (gesteund door de Libanese Hezbollah en privémilities van Syrische, Arabische en Aziatische strijders) erin om Castello Road in te nemen, de enige bevoorradingsroute naar de door de rebellen gecontroleerde gebieden in het oosten van Aleppo. Er wordt daarom gevreesd voor een humanitaire crisis voor duizenden inwoners van die zones.

    Geen voorstander van tijdelijk bestand

    De Verenigde Naties hebben de strijdende partijen opgeroepen tot een wekelijks bestand, waarbij telkens gedurende twee dagen de wapens zouden worden neergelegd zodat de hulpverleners hun werk kunnen doen.

    Het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten is daar niet voor te vinden. "Deze tijdelijke wapenstilstand zal het bloedvergieten niet stoppen en ook niet verhinderen dat burgers afgeslacht worden. Het zal de moordenaars en diegenen die misdaden begaan tegen de mensen van Aleppo en het Syrische volk de kans geven op adem te komen, waarna ze opnieuw hun gang zullen gaan."