Extremisten eisen bloedbad in Pakistaans ziekenhuis op

Bij een bomaanslag in een ziekenhuis in de Pakistaanse stad Quetta zijn al zeker 70 doden gevallen. De aanslag was gericht tegen een bijeenkomst van advocaten en journalisten om de vermoorde stafhouder Bilal Anwar Kasi te herdenken. Een scheurgroep van de Pakistaanse taliban heeft de aanslag opgeëist.
Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved. This material may not be published, broadcast, rewritten or redistribu

Vanochtend was de meest prominente advocaat en stafhouder van de balie in Quetta, Bilal Anwar Kasi, op straat doodgeschoten door onbekenden. Zijn lichaam was naar een ziekenhuis gebracht, waar een honderdtal sympathisanten, meestal advocaten en journalisten, hem kwamen groeten.

In de menigte heeft één zelfmoordterrorist zich tijdens de ceremonie in het ziekenhuis opgeblazen. Volgens de lokale overheid zijn er bij het bloedbad minstens 70 mensen gedood en vielen er meer dan honderd gewonden. 

"Het is een echt bloedbad. Overal liggen lichamen, overal is er gebroken glas, de overlevenden zijn gechoqueerd", vertellen getuigen. De chaos op de spoedafdeling, in de buurt waar de bom ontplofte, is enorm. Meer dan 50 advocaten worden verzorgd in verschillende ziekenhuizen in de stad. Sommigen onder hen verkeren in kritieke toestand en de dodentol zou dan ook nog kunnen oplopen.

De Pakistaanse premier Nawaz Sharif heeft de aanslag van van vandaag scherp veroordeeld. Pakistaanse advocatenverenigingen hebben opgeroepen tot een dag van rouw en een boycot van rechtbanken in heel Pakistan morgen uit protest tegen de aanslag.

Quetta ligt in een olierijke provincie Baluchistan nabij de grens met Afghanistan en Afghanistan. De streek werd al vaker getroffen door religieus geweld tussen soennieten en sjiieten, door moslimextremisten en er is ook een lokale separatistische beweging actief naast drugbendes die heroïne vanuit Afghanistan naar Iran smokkelen. Ook de terreurgroep IS probeert in de provincie voet aan de grond te krijgen.

Scheurgroep van taliban en IS eisen aanslag op

Intussen is de aanslag al drie keer opgeëist door verschillende terreurgroepen. Eén van de meest geloofwaardige opeisingen komt van de Jamaat ur-Ahrar, een afscheuring van de Pakistaanse taliban. 

Die groep dreigt met nog meer aanslagen in Pakistan en belooft om snel een video over de aanslag van vandaag te verspreiden. Die groep is ook verantwoordelijk voor de aanslag op Paasdag in de Pakistaanse stad Lahore, waarbij 72 mensen zijn vermoord, onder hen veel kinderen.

Afscheuring van de Pakistaanse taliban

De Jamaat ur-Ahrar ("Vereniging van Vrije Mannen") heeft zich twee jaar geleden afgescheurd van de Pakistaanse taliban, officieel de Tashriq-e Taliban Pakistan (TTP). De Jamaat was het toen niet eens met een tijdelijk bestand tussen de taliban en de Pakistaanse regering.

Volgens sommige bronnen zou de Jamaat ur-Ahrar nadien trouw hebben gezworen aan de terreurgroep IS die delen van Syrië en Irak in handen heeft, maar dat is niet openlijk bevestigd. De voorbije maanden zou de Jamaat opnieuw toenadering hebben gezocht tot de taliban in Pakistan. Enkele dagen geleden was de Jamaat door de Amerikaanse regering op de lijst van internationale terreurgroepen geplaatst.

Vanavond heeft ook de terreurgroep IS de aanslag opgeëist. Volgens het propagandabureau van IS was de aanslag in Quetta gericht "tegen medewerkers van het ministerie van Justitie en politiemannen".

Net als de taliban wil de Jamaat ur-Ahrar in Pakistan een islamitische staat vestigen die gebaseerd zou moeten zijn op de sharia en islamitische rechters. Die groepen viseren -net als IS- daarom de sterke traditie van seculiere advocaten en rechtbanken die -net zoals in India- dateren uit de Britse tijd. De taliban beschouwen dat rechtssysteem als een "overblijfsel van het kolonialisme".

Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved. This material may not be published, broadcast, rewritten or redistribu