Hammarskjöld en de Koude Oorlog – Walter Zinzen

Op 17 september 1961 kwam Dag Hammarskjöld, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, om. Een nieuw onderzoek moet uitklaren of hij verongelukt is dan wel vermoord en wie achter zijn dood zat.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Walter Zinzen is oud-journalist van de VRT en wordt regelmatig gevraagd bij Vlaamse tv- en radio-programma's als Congo- of politiek deskundige.

1961 was een annus horribilis voor Congo en de Verenigde Naties. Op 17 januari werd Patrice Lumumba, de eerste premier van het onafhankelijke Congo, vermoord. In Katanga. Op 17 september kwam Dag Hammarskjöld, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, om. Zijn vliegtuig was neergestort bij Ndola in Zambia, een buurland van Katanga.

Wie Lumumba vermoord heeft, is na vele jaren geheimzinnigheid bekend. (Dankzij het opzoekingswerk van de Amerikaanse journaliste Madeleine Kalb en de Belgische socioloog Ludo De Witte.) Het ging om een netwerk van tegenstanders in Congo zelf, Amerikanen en Belgen, die om diverse redenen Lumumba uit de weg wilden ruimen.

Wie achter de dood van Hammarskjöld zit, is nog altijd een geheim. Officieel weet men zelfs niet eens of hij verongelukt dan wel vermoord is. Of men wil het niet weten. Maar alles wijst erop dat Hammarskjöld het slachtoffer is geworden van min of meer dezelfde complotteurs als Lumumba. Anders gezegd: beiden zijn ‘gesneuveld’ in de Koude Oorlog. En de inzet was in beide gevallen Katanga.

Chaos en bloedvergieten in ex-Belgisch Congo

In 1960 waren niet minder dan 17 Afrikaanse landen onafhankelijk geworden. Dat gebeurde met warme steun van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, die beide het kolonialisme verafschuwden. Maar beide hadden ook een oogje op de grondstoffen die in die landen te vinden waren. De Amerikanen en de vroegere koloniale mogendheden wilden te allen prijze vermijden dat de nieuwe staten onder de invloed van de Sovjets zouden komen.

Dat was al helemaal het geval voor voormalig Belgisch Congo, qua grondstoffen een van de rijkste Afrikaanse landen. Maar het verzonk meteen na de onafhankelijkheid in chaos en bloedvergieten. De regering-Lumumba werd geconfronteerd met een muiterij in het leger. België bezette daarop alle Congolese steden, zogenaamd om landgenoten te evacueren. In de provincie Katanga werd de muiterij in de kortste keren bedwongen door Belgische militairen. Hier werden geen landgenoten geëvacueerd, integendeel. Ze werden verplicht op post te blijven.

Op 11 juli 1960 (11 dagen na de onafhankelijkheid) riep de provinciale regering de onafhankelijkheid van Katanga uit. Moïse Tshombe werd er president. Gevolg: de Congolese schatkist in Kinshasa (toen nog Leopoldstad) liep 80 % van haar inkomsten mis. Want Katanga was de “poumon économique” van Congo met zijn enorme koper- en kobaltmijnen. En niet te vergeten zijn uranium, waarmee de Amerikaanse kernbommen waren geproduceerd die op Hiroshima en Nagasaki waren gegooid. Al die bodemschatten werden geëxploiteerd door de Union Minière, een Belgische maatschappij, niet ten onrechte beschouwd als een staat in de staat.

De regering-Lumumba was, onder meer door de muiterij, niet in staat om Katanga op eigen kracht te heroveren en kon ook elders in Congo geen rust en orde doen terugkeren. Daarom deed de premier een beroep op de Verenigde Naties, toen geleid door de Zweedse diplomaat Dag Hammarskjöld. Die organiseerde de eerste grote vredesoperatie uit de geschiedenis van de VN.

In alle steden in Congo werden in totaal zo’n 20.000 blauwhelmen gestationeerd. Hun opdracht: de Belgische bezetters de deur wijzen en de huurlingen, die in Katanga actief waren, onschadelijk maken. Ook Tshombe moest na enig tegenstribbelen VN-troepen in Katanga accepteren maar Hammarskjöld weigerde in eerste instantie geweld te gebruiken om een einde te maken aan de secessie.

Dat was niet naar de zin van Lumumba, die de hulp inriep van de Sovjet-Unie om Katanga binnen te vallen. Dat kwam hem duur te staan. De Amerikaanse president Eisenhower beval de CIA hem te vermoorden. Ook Belgen, Fransen, Britten en zijn binnenlandse tegenstanders kwamen in actie. Hij werd afgezet als eerste minister, gevangengenomen en op transport gezet naar Katanga. Daar werd hij gefusilleerd door Katangese gendarmes, op bevel en in het bijzijn van de Katangese regering (en in aanwezigheid van Belgische politiemensen).

Vele en machtige vijanden

Hammarskjöld probeerde ondertussen nog altijd op vredelievende wijze de Katangese secessie te beëindigen. Hij maakte zich daarbij vele en machtige vijanden. Vooreerst bij de Union Minière, die de Katangese secessie mee had georganiseerd om in alle rust en vrede winst te blijven maken, en geen belastingen wilde afdragen aan het chaotische Leopoldstad.

Maar ook de Belgische regering was helemaal niet opgezet met Hammarskjöld. Premier Eyskens, minister Spaak van Buitenlandse Zaken en zeker ook koning Boudewijn, beschouwden Tshombe als een vriend van België en zijn economische belangen. Hammarskjöld ontpopte zich bovendien als een fel tegenstander van de apartheid. In Zuid-Afrika was Verwoerd volop bezig met het uitbouwen ervan . Maar ook elders weigerden blanken een zwarte meerderheidsregering te aanvaarden. Dat was met name zo in Rhodesië , waartoe het huidige Zambia en Zimbabwe behoorden.

De (blanke) Rhodesiërs droomden hardop van een federatie met Katanga, die dan zou grenzen aan Zuid-Afrika... De Amerikanen van hun kant hadden ook bijzonder weinig sympathie voor Hammarskjöld. Zuid-Afrika en Rhodesië waren immers bondgenoten in de koude oorlog, die toen in Afrika geweldig aan het opwarmen was. En Katanga was het symbool van het vrije, maar toch vooral kapitalistische Westen. Zeker niet dat van de Afrikaanse ontvoogding. De socialist Hammarskjöld zat dat in de weg.

Nieuw onderzoek naar dood Hammarskjöld

Het is dus geen toeval dat zijn verre opvolger Ban Ki-moon 55 jaar later een nieuw onderzoek naar zijn dood heeft gelast op basis van documenten die onlangs in Zuid-Afrika opgedoken zijn. Dat het vliegtuig waarmee Hammarskjöld naar Ndola vloog niet verongelukt is, wisten we eigenlijk al. Drie jaar geleden hebben een Zweedse onderzoeker en de Britse krant The Guardian omwonenden (tussen de 70 en de 80 jaar oud) van het vliegveld geïnterviewd. Vrijwel allemaal hebben ze gezien hoe een ander, kleiner, vliegtuig de DC-6 van Hammarskjöld heeft beschoten. Toch kwamen de Rhodesische overheden indertijd tot de conclusie dat de crash een ongeluk was. Met de omwonende getuigen hebben ze nooit gesproken. Er was één overlevende. Die zou voor de crash een ontploffing hebben gehoord. Zijn verklaring werd genegeerd. Hij overleed in het ziekenhuis , hoewel men hem – volgens een arts die hem onderzocht heeft – had kunnen redden. (The Guardian 17/08/2011)

De documenten, die de Zuid-Afrikanen nu in het apartheidsarchief hebben opgedolven, zouden ons eventueel kunnen leren wie de opdracht tot de aanslag heeft gegeven en wie hem heeft uitgevoerd. Zuid-Afrikaanse huurlingen, de CIA en de Union Minière worden genoemd. Maar hoe geloofwaardig die documenten zijn, moet nog worden onderzocht. Specialisten terzake zijn sceptisch.

O ja, op 28 februari 1986 werd nog een prominente Zweed vermoord: Olof Palme. Ook hij was fel tegen de apartheid gekant. Ook deze moord is nooit opgelost.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.