Bijna 2 miljoen inwoners in Aleppo zitten zonder water

Meer dan 1,5 miljoen inwoners van de Noord-Syrische stad zitten al vuer dagen zonder stromend water als gevolg van de hevige gevechten tussen het Syrische leger en een rebellencoalitie. Dat meldt VN-kinderrechtenorganisatie Unicef, die de situatie in de stad als catastrofaal omschrijft.

Op 31 juli raakten cruciale elektrische leidingen beschadigd bij gevechten tussen de rebellen en de regeringstroepen. Die leverden onder meer stroom voor de waterpompen die Aleppo voorzien van een vaste watertoevoer. Vier dagen later probeerden de lokale autoriteiten de schade te herstellen, maar die inspanning bleek is tevergeefs gebleken.

In een persbericht roept de VN op tot "humanitaire pauzes" in het gevecht. Tijdens die pauzes zouden hulpverleners de aangerichte schade kunnen herstellen en humanitaire hulp aan inwoners van de stad leveren. De VN veroordeelt ook de tactiek van de belegering, die gebruikt wordt om de tegenpartij uit te hongeren. Dat heeft tot gevolg dat ook burgers worden uitgehongerd. "Dit komt neer op een oorlogsmisdaad", zegt de VN.

Ondertussen drijft Unicef haar inspanningen op om drinkbaar water en voedingsmiddelen tot bij de inwoners van Aleppo te krijgen. "Tenzij de watertoevoer hersteld wordt, zullen inwoners zich genoodzaakt zien om onveilige waterbronnen aan te boren. De levens van kinderen en families zijn in gevaar."

Later vandaag komt de VN-Veiligheidsraad bijeen over Syrië. Daarbij zal ook Steffan de Mistura aanwezig zijn, de speciale VN-gezant voor Syrië.