Wie is nu de grootste olympiër aller tijden?

Sportieve sprookjes laten zich het best schrijven tegen de achtergrond van de Olympische Spelen. Onder een stolp van emoties en met als inzet een medaille voor je land, kan er veel gebeuren. Het zijn dié verrassingen, die dagen waarop David van Goliath wint of een atleet boven zichzelf uitstijgt, die het verschil maken tussen Olympische Spelen en een ander sportevenement. Verbinden en verenigen, helemaal zoals Pierre de Coubertin het eind 19e eeuw gewild heeft. Maar ’t loopt hier in Rio wel al eens mank met die gedachte van 1896 en geen idee of de Franse baron zich gemengd zou hebben in een discussie over de grootste olympiër aller tijden.
Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved. This material may not be published, broadcast, rewritten or redistribu

Om precies te snappen hoe belangrijk de Olympische Spelen zijn voor atleten, moet je maar eens kijken naar de tranen van Novak Djokovic van een paar dagen geleden. De Serviër heeft alles gewonnen in z’n carrière, behalve olympisch goud. En met Roger Federer veilig en wel in Zwitserland, zag hij z’n kans schoon om hier zes rondjes te winnen en met goud naar huis terug te keren. Maar hij verloor van de Argentijn Juan Del Potro in de eerste ronde en was ontroostbaar. En ook in het dubbelspel kon Djokovic na één pot al inpakken. Twee kansen, geen medailles.

Wat een verschil met Michael Phelps. De Amerikaanse zwemmer won 8 medailles in Athene (6 goud, 2 brons), 8 in Peking (8 keer goud), 6 in Londen (4 goud, 2 zilver) en hier in Rio al vier keer goud. En hij is hier nog niet klaar. Vanavond zwemt hij nog de finale van de 100 meter vlinderslag. En dan kàn hij op een fenomenaal aantal van 27 olympische medailles afklokken, waarvan 23 keer goud. De grootste olympiër aller tijden? Of niet?

Daar loopt hier sinds een dag of twee een heftige discussie over. Natuurlijk is hij de grootste, met zoveel medailles, zegt de één. Ja, maar da’s gemakkelijk als zwemmer, je hebt 7-8 kansen om medailles te winnen per Olympische Spelen, dat is niet eerlijk tegenover pakweg basketbal, roeien of tennis. Als beide argumenten hout snijden, blijft de vraag: wat is de definitie van de grootste olympiër aller tijden?

Is het inderdaad degene die de meeste medailles heeft gewonnen? Dan wint Michael Phelps. Zonder concurrentie. Of is een olympiër iemand die generaties lang z’n sport domineert?

Concurrentie

Met vier Olympische Spelen waar hij goud wint, blijft Phelps ook dan nog een stevige kandidaat voor de titel. Maar daar krijgt hij toch al concurrentie van z’n landgenoot Carl Lewis (foto onder), met goud op vier Olympische Spelen (1984-1996), de Britse roeier Redgrave (goud op 5 Olympische Spelen) of de Hongaarse schermer Gerevich die maar liefst zes (6!) keer goud won op evenveel spelen.

Is het misschien waar je als atleet voor staat, de boodschap die je uitdraagt? Jesse Owens is zo iemand. Voor de ogen van Adolf Hitler won hij in 1936 als zwarte atleet vier keer goud. Van een dikke vinger gesproken. En wie weet hoeveel gouden plakken Owens nog had kunnen winnen als er in ’40 of ’44 Olympische Spelen geweest waren? Geen 26 ongetwijfeld, maar toch.

Fanny Blankers Koen? Opmerkelijk verhaal van een vliegende huisvrouw. De lijst is eindeloos. Misschien zijn de rugbymannen van Fiji wel grote olympiërs omdat ze hier gisteren in Rio goud wonnen, de eerste olympische medaille ooit voor hun land.

Er is geen algemene wetenschappelijke definitie van wat de grootste olympir aller tijden moet zijn. Maar Michael Phelps vinkt toch wel héél veel voorwaarden af. En waar hij in het verleden nog een brompot was, lijkt hij hier in Rio – als kersvers vader – hartelijker en gelukkiger dan ooit. Dan is het publiek nog net iets guller met dat soort fictieve titels. Het zou voor alle duidelijkheid ook niet onverdiend zijn.

Maar of de Coubertin er wakker van gelegen zou hebben? Twijfelachtig. Net zoals hij met z’n ogen zou rollen dat Libanese atleten hier niet met de Israelische ploeg in een bus willen zitten. Of Servische sportlui naar verluidt geen contact zouden mogen hebben met de Kosovaren. Maar goed, 1896 is 2016 niet.

We schrijven over het Athene van Koning George 1 met op de deelnemerslijst 14 landen, 241 atleten en 0 vrouwen en op dat laatste cijfer moet de Coubertin ook niet trots zijn. De wereld is hier en daar wat eerlijker geworden, en een stuk complexer. Maar niet minder interessant.