De zomer van 1996: Plots was buitenspelen niet meer evident

De vreselijke feiten die vanaf de zomer van 1996 met het losbarsten van de zaak-Dutroux aan het licht kwamen, hadden ook gevolgen voor de jeugd van toen. Kinderen mochten niet meer zonder begeleiding ravotten, alleen naar school fietsen was plots niet meer evident en vreemden moesten met nog grotere argwaan worden bekeken. Wat herinnert de jeugd van toen zich van die gitzwarte zomer?

Frederik was 11 jaar in 1996. Hij heeft nog levendige herinneringen aan de periode. "Sommige beelden gaan me voor altijd bijblijven, zoals die ene man in zijn Anderlecht-shirt die naar Marc Dutroux staat te roepen als hij onder politiebegeleiding uit het Justitiepaleis van Neufchâteau wordt geëscorteerd." Hij herinnert zich wel weinig concrete veranderingen in zijn eigen leven. "Ik denk dat het lastiger was voor meisjes dan voor jongens, maar pakweg op CM-kamp merkte ik wel dat de begeleiders voorzichtiger waren."

Dat laatste strookt met de herinneringen van Lieselot die 16 jaar was in die zomer, haar blijven vooral de gevolgen binnen de Chiro bij. "Dropping mocht niet meer en er waren strikte maatregelen op kamp. Dat jaar was zelfs het nachtspel afgeschaft. Jammer, want het was mijn laatste jaar voor ik leiding werd en ik keek daar erg naar uit", zegt ze. Los van de jeugdbeweging werden haar ouders ineens ook veel strenger als het over fuiven en uitstappen ging. Vóór Dutroux ging ze met haar vriendinnen uit met de fiets, nadien kwam er altijd een ouder haar en haar vriendinnen ophalen.

Philip was net 18 jaar geworden in 1996 en werd leider bij zijn scoutsgroep. Hij merkte snel dat er anders werd omgegaan met kinderen. "Vroeger was het normaal dat we bij het zwemmen alle kinderen in een grote kleedkamer stopten, door Dutroux was dat niet meer het geval", vertelt hij. "We werden er ons van bewust dat er ook vieze dingen konden gebeuren en dat ouders alles verkeerd kon interpreteren. In die tijd zag iedereen overal kindermisbruikers."

"Wij waren op scoutskamp op zo'n 20 kilometer van waar Marc Dutroux die zomer is opgepakt", zegt Annelies die toen net nog geen 14 jaar oud was. "Tijdens het kamp zelf wisten we het niet, maar achteraf is er daarover toch een kleine hysterie ontstaan." Ze kwam samen met haar scoutsvriendinnen immers tot de vaststelling dat ook zij - "zo'n hele groep met alleen maar meisjes"- het slachtoffer hadden kunnen zijn van Dutroux of iemand anders met slechte bedoelingen. "Daarna werd elke man met een bril en een snor voor ons een pedofiel. Dat was een heel kinderlijke of zelfs puberale reactie van ons, maar achteraf gezien heel begrijpelijk."

"Mijn broer mocht meer, want hij was een jongen"

"Ik mocht plots niet meer met de fiets naar school", zegt Hanne die 12 jaar was in 1996. "Ook het bosje achter ons huis mocht ik niet meer in. Nu ja, ik heb dat stiekem wel een aantal keer gedaan." Na het losbarsten van de zaak-Dutroux kwam haar moeder haar altijd en overal ophalen. "Ook als we met een groep meisjes waren, mochten we met de fiets nergens meer naartoe, tenzij er een jongen bij was. Alsof die ene jongen iets zou kunnen gedaan hebben." Hanne heeft een broer die een jaar ouder is, hij mocht wel nog alleen met de fiets op stap. "Hij mocht meer, want hij was een jongen."

Doordat in de zaak-Dutroux meisjes verdwenen, waren veel ouders eerder geneigd om hun dochters te beschermen. Zo heeft Kevin die 14 jaar was tijdens die zomer zelf niet echt veranderingen opgemerkt. "Misschien was ik al wat te oud of misschien was het meer iets voor meisjes. Misschien zegt het ook veel over mijn ouders", vertelt hij. "Het kan ook zijn dat ouders sowieso meer beschermend zijn voor meisjes dan voor jongens.

Jongens die toen nog wat jonger waren, herinneren dat ze in de nasleep van de zaak-Dutroux wel degelijk beter in de gaten werden gehouden. "Ik weet nog dat ik plots niet meer alleen naar het bootje mocht. Het bootje was een speeltuinspeeltje op het plein waar we toen woonden", zegt Gianni die amper 7 was in 1996.

Pieterjan -die toen 8 was- herinnert zich nog weinig van die zomer en de nasleep. "Het voornaamste wat me is bijgebleven is dat ik ver weg moest blijven van witte bestelwagens, maar dat kan ook later dan 1996 geweest zijn. Het was wel zo dat we ineens niet meer mochten spelen langs het wandelpad naast de beek die achter de huizen in onze straat loopt, omdat dat niet genoeg in het zicht van mijn ouders of de buren was."

Veel volwassenen wisten op dat moment vaak niet goed hoe om te gaan met de vreselijke gebeurtenissen. "Mijn ouders zijn zeer rationele mensen, maar bij het nieuws over de zaak-Dutroux heb ik mijn vader voor het eerst zien huilen. Ik heb hem dat daarna niet meer weten doen. Dat heeft wel een diepe indruk bij mij nagelaten", vertelt Elisabeth, 8 jaar in 1996. Tijdens die zomer verloor ze ook deels haar kinderlijke naïviteit. "Ik heb dan voor het eerst beseft dat volwassenen ook slechte bedoelingen kunnen hebben", zegt ze. "Daarvoor dacht ik dat alle grote mensen al zo slim en groot waren dat die nooit niets verkeerd deden."