Spoorloze terrorist verdween van terreurlijst tot na aanslagen in Brussel

Oussama Atar, de man die de veiligheidsdiensten niét vinden, stond even op de terreurlijst van het OCAD, maar verdween daar later weer van. Pas na de aanslagen van 22 maart in Brussel belandde hij er weer op. Hoe kon dit gebeuren?

De politie is op dit moment volop op zoek naar de gevaarlijke Oussama Atar. In de nacht van donderdag op vrijdag hield de politie acht huiszoekingen in Brussel. Maar daarbij werd Atar zelf niet gevonden. Zijn moeder, zus en een man werden wel opgepakt, maar in de loop van de avond werden ze alweer vrijgelaten.

Atar staat maar sinds de aanslagen in Brussel weer op de terreurlijst van het OCAD, dat informatie over terreurdreiging verzamelt. Nochtans had Atar al eerder op die lijst gestaan.

In 2012 belandde hij al even op de lijst van terreurverdachten en teruggekeerde Syriëstrijders, om er vervolgens weer van te verdwijnen. Hij zou niet meer aan de voorwaarden voldaan hebben om op de beruchte lijst te staan. Waarom dit is gebeurd roept nu vragen op. 

Regering tussengekomen

Atar heeft in het verleden namelijk in verschillende gevangenissen in Irak gezeten. Maar de regering is tussenbeide gekomen om hem vrij te laten. Onder meer nadat in 2010 enkele honderden medestanders in Brussel hadden betoogd voor zijn vrijlating. De vraag is: was Buitenlandse Zaken toen niet op de hoogte van wie Atar was?

De Staatsveiligheid verzekert dat ze Atars dossier nadien wel hebben opgevolgd: ze waren hem niet vergeten en waren zich ervan bewust dat hij opgevolgd moest worden, maar na zijn vertrek naar Syrië is hij van hun radar verdwenen.  

Daarnaast verdedigt men zich door te zeggen dat een vermelding op de terreurlijst niet betekent dat iemand 24 op 24 uur gevolgd wordt en omgekeerd: dat een schrapping van de lijst niet betekent dat die persoon niet meer gevolgd wordt door de inlichtingendiensten. Maar intussen is het duidelijk dat Atar nog altijd spoorloos is en dat hij dringend gezocht wordt.