Politiek wil meer mogelijkheden om terreurverdachten op te volgen

Er komt kritiek op de manier waarop terreurverdachten worden opgevolgd. Volgens de Vilvoordse burgemeester Hans Bonte is de OCAD-lijst niet sluitend, en ook volgens de N-VA moeten er meer mogelijkheden komen om terreurverdachten beter op te volgen.

De veiligheidsdiensten zijn met man en macht op zoek naar Oussama Atar, de terrorist die ze vrijdag niet vonden bij de huiszoekingen in het Brusselse. Dat Atar even op de OCAD-lijst stond, en er weer van verdween, maakt ondertussen de tongen los.

Vilvoords burgemeester Hans Bonte (SP.A) vraagt een betere uitwisseling van informatie tussen politiezones, tussen lokale besturen of vanuit de staatsveiligheid. "Het is een fundamenteel probleem dat iemand met zo'n profiel ondergedoken kan blijven, en altijd weer is het in Brussel."

Achilleshiel

De hoofdstad, zo denkt hij, is de "achilleshiel" van ons veiligheidsbeleid. Ook al omdat daar vastgehouden wordt aan de terreurlijst van het OCAD, het controle-orgaan dat de terreurdreiging inschat. "Het OCAD kampt met moeilijkheden om te bepalen wie er wel en wie er niet op staat. Bovendien heb je als lokaal bestuur vaak het gissen naar de redenen dat iemand op die lijst staat." Bonte wil dat de lokale besturen verder kijken. "In Vilvoorde volgen wij een veel ruimere groep van mensen op dan enkel zij die op de lijst staan, maar dat vergt natuurlijk extra middelen, en in Brussel komt men daar niet toe."

Ook N-VA-Kamerfractieleider Peter De Roover wil meer mogelijkheden in de strijd tegen terreur. "De vraag is of we niet vroeger kunnen optreden tegen bepaalde mensen, nog voor ze effectief iets doen. Want er is ook een periode van radicalsering, beïnvloeding en voorbereiding."

Volgens De Roover zal een veel grotere groep mensen gevolgd moeten worden. "En het vraagt natuurlijk heel veel middelen om die allemaal op te volgen. Dat is een grote uitdaging." De Roover kondigt aan dat zijn partij na de parlementaire vakantie een aantal wetgevende initiatieven zal nemen.