Federaal procureur vraagt gemeenschappen terreurverdachten beter op te volgen

In een interview met VRT Nieuws vraagt federaal procureur Frédéric Van Leeuw de gemeenschappen in ons land terreurverdachten beter op te volgen en dit "zowel wanneer ze terugkomen uit oorlogszones, wanneer ze in de gevangenis zitten en wanneer ze die weer verlaten". "Dat is een taak van de gemeenschappen die de persoonsgebonden bevoegdheden hebben", zegt hij.

Het is een van de belangrijkste magistraten van ons land: Frédéric Van Leeuw, sinds april 2014 procureur van het federaal parket dat dossiers ter harte neemt die het lokale niveau overstijgen. Het is dit parket dat onderzoek voert naar terreurdaden en die ook probeert te voorkomen.

Om dat laatste beter te kunnen doen, doet Van Leeuw een oproep aan de verschillende gemeenschappen om terreurverdachten beter op te volgen. "We zijn sterk vragende partij hiervoor, zowel wanneer ze terugkomen uit oorlogszones, wanneer ze in de gevangenis zitten als wanneer ze die weer verlaten. We moeten hen beter opvolgen en psychiatrisch begeleiden. Dat is een taak voor de gemeenschappen die de persoonsgebonden bevoegdheden hebben, maar eigenlijk is dat een taak van iedereen."

"Justitie kan niet alle problemen oplossen", verduidelijkt hij. "We hebben ook ingrepen in andere domeinen nodig, sociologisch of stedenbouwkundig bijvoorbeeld. Op die manier kunnen we bepaalde probleemwijken grondig aanpakken." De Leeuw hoopt zo bijvoorbeeld "negatieve solidariteit" waarbij een buurt collectief het stilzwijgen bewaart en informatie achterhoudt om te zetten naar "positieve solidariteit".

(Tekst gaat verder onder de video)

Van Leeuw verheugt zich over de nieuwe wetten in verband met terreurbestrijding die de federale regering heeft ingevoerd. "Bijvoorbeeld de mogelijkheid om ook 's nachts huiszoekingen uit te voeren of om telefoontaps in wapendossiers in te leggen, is erg nuttig. Bij Salah Abdeslam waren we genoodzaakt om overdag een operatie uit te voeren. Sinds de wet is veranderd, zijn we al verschillende keren ’s nachts in actie gekomen. Dat betekent minder risico én de verdachten weten niet wanneer we zullen aankomen."

Dat neemt niet weg dat Van Leeuw hoopt dat de regering het gerecht nog meer hulpmiddelen in handen geeft. Daarbij verwijst hij naar Italië. "Italië heeft bijvoorbeeld wetgeving over beschermde getuigen. Het land heeft honderd zulke getuigen en daarnaast duizend spijtoptanten. Ook wij zouden over zulke bronnen van informatie moeten kunnen beschikken."

Tegelijk durft Van Leeuw niet te garanderen dat justitie altijd alles zal kunnen voorkomen. "We sporen actief wapens op, maar vaak belanden die vaak op het allerlaatste moment in handen van de terroristen zelf. Bovendien heeft de aanslag in Nice bewezen dat mensen met slechte bedoelingen altijd wel een wapen zullen vinden."