Scholen weigeren te vaak kinderen met beperking

Scholen weigeren nog te vaak om kinderen met een beperking in te schrijven. Dat zegt kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen na een tussentijdse evaluatie van het M-decreet.
© Joncheray / Andia.fr
Archieffoto

Het M-decreet over inclusief onderwijs dringt er op aan dat kinderen met een beperking die speciale zorgen nodig hebben, zo veel mogelijk in gewone scholen terechtkomen, in plaats van hen meteen naar het buitengewoon onderwijs te sturen.

Gewone scholen moeten voor die kinderen dan zoeken naar redelijke aanpassingen, zoals langere tijd om een toets te maken, technische hulpmiddelen of rustmomenten tijdens de dag.

Het M-decreet werd begin 2015 stapsgewijs ingevoerd. Maar de bereidheid van gewone scholen om kinderen met een beperking op te nemen, verschilt enorm van school tot school, blijkt uit een tussentijdse evaluatie door het Kinderrechtencommissariaat.

"Sommige scholen zijn al een hele tijd bezig met het ontwikkelen van een echt zorgbeleid, terwijl andere scholen achterop hinken. En dan zie je bijvoorbeeld dat een leerling een school finaal moet verlaten, omdat hij bij één bepaalde leerkracht komt die het niet ziet zitten", zegt kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen.

Volgens Vanobbergen is het "belangrijk dat het inclusieve onderwijs voorbereid wordt door de hele school en dat dat echt gedragen wordt door een zorgbeleid waar alle leerkrachten bij betrokken zijn".

Onwetendheid

Dat gewone scholen er niet voor staan te springen om zulke kinderen op te nemen, komt volgens de kinderrechtencommissaris meestal uit onwetendheid

De kinderrechtencommissaris pleit voor een centraal aanspreekpunt voor de ouders. "We zien scholen die hun best doen, ouders die niet goed weten wat ze al dan niet mogen vragen. Sommige scholen willen niet meestappen in dit verhaal en gaan daarmee in tegen het decreet, maar in het grootste deel van de gevallen stellen we vast dat scholen en ouders naar elkaar kijken en zich afvragen hoe ze kunnen verdergaan."

Vanobbergen pleit daarom voor een centraal aanspreekpunt voor de ouders.

Crevits: "Discussies blijven"

Volgens Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) gaat het niet alleen over ouders die geconfronteerd worden met een school die hun kind afwijst. "Omgekeerd zijn er ook ouders die vinden dat hun kind veel meer gebaat is bij de specifieke zorg die in het buitengewoon onderwijs geboden kan worden."

De minister wijst er op dat de CLB's de "lokale aangewezen partner van ouders en scholen" zijn om beide hierin te begeleiden. "Ik vind het echt van belang dat de CLB's hier hun verantwoordelijkheid nemen." Crevits wijst er ook op dat er een bemiddelingscommissie bestaat die tussenbeide komt als ouders het niet eens zijn met het standpunt van het CLB.

In elk geval benadrukt ze dat het "anno 2016 niet kan dat scholen de deur dichtdoen voor kinderen met specifieke zorgnoden". Al ziet ze zelf een positieve evolutie: "Ik denk dat er heel weinig scholen zijn die die deuren dichthouden, maar we moeten wel nog een stuk evolueren. Daar is tijd voor nodig."