Wingsuit maakt steeds meer slachtoffers in de Alpen

In Frankrijk en Zwitserland kwamen volgens de Franse zender BFM TV de voorbije drie maanden al zeven mensen om het leven toen ze een sprong deden met de alsmaar populairder wordende wingsuit, een speciaal pak met vleugels. Vandaag overleed in het massief van de Brévant een Noor van 31 na een vlucht met een wingsuit. “Er is geen marge voor fouten”, zo stelt Cedric Dumont, een Vlaamse stuntman bij Red Bull, in "De wereld vandaag" op Radio 1.
Sam Hardy / Barcroft Media

Dumont heeft al talloze sprongen met een wingsuit op zijn teller staan: uit vliegtuigen, van kliffen enzovoort. “In een wingsuitpak lijk je op een eekhoorn. Je hebt stof tussen je armen en benen. In plaats van te vallen, glijd je door de lucht, met een snelheid van 150 à 160 kilometer per uur. Aan het pak is een parachute bevestigd om te landen”.

“Elke zomer opnieuw gebeuren er ongelukken en het zijn niet enkel onervaren springers die verongelukken. Meer dan de helft van de dodelijke slachtoffers deze zomer zijn heel ervaren, maar ze gaan elke keer opnieuw over hun limiet."

"Je kan de sport gevaarlijk maken door dicht bij de grond te vliegen of scheerlings langs rotsen, maar je kan dezelfde sport ook op een veiligere manier beoefenen door op 100 of 200 meter boven de grond te vliegen. Dicht bij de grond heb je geen marge, er is geen plaats voor fouten. Een ongeluk bij ons is altijd een menselijke fout, technische mankementen zijn er quasi nooit”.

“Iedereen wil beter, hoger en sneller. Het is een ontzettend competitieve wereld, waar ego’s geen uitzondering zijn. Dat maakt het gevaarlijk. Om te overleven in een omgeving met zo’n hoge risico’s, moet je je ego thuislaten. Ik heb zelf ook dicht over de rotsen gevlogen en het is een feit dat het een enorme kick geeft. Ga je door? Of ga je een beetje hoger – en dus veiliger – vliegen? Dat is een keuze die je zelf maakt”.