Wat zoekt Turkije in Syrië?- Inge Vrancken

Turkije stuurt tanks naar Syrië, strijdt tegen IS én tegen Syrisch-Koerdische strijders, zoekt toenadering tot Rusland en aanvaardt dat de Syrische president Assad een rol behoudt in een overgangsfase. Is het een 180°-ommekeer van het Turkse beleid inzake Syrië of is Turkije toch consequent?
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Inge Vrancken is buitenlandverslaggever bij VRT Nieuws. Zij volgt het Midden-Oosten en Turkije.

De bloedige aanslag op een huwelijksfeest in Gaziantep was er te veel aan. 54 doden, vooral vrouwen en kinderen, bij een aanslag die toegeschreven wordt aan IS. De terreurgroep eist nooit aanslagen op in Turkije.

Dat zou een regelrechte oorlogsverklaring zijn aan het adres van de Turkse regering, dan zou die niet anders kunnen dan keihard terugslaan. Nu blijft de verantwoordelijkheid toch nog een beetje dubieus. Maar “genoeg is genoeg”, zei president Erdogan.

Tanks

Met tanks en special forces trekt Turkije Syrië binnen, met de steun van Syrische rebellen en luchtsteun van Amerikaanse en andere internationale vliegtuigen. “We strijden tegen alle terreurgroepen”, zegt premier Binali Yildirim, en dan vallen de namen van Daesh (IS), PKK (Turks-Koerdisch) en PYD of YPG (Syrisch-Koerdisch). Voor Turkije zijn het vijanden die op één lijn staan: een bedreiging voor de staat.

In Jarabulus gaat de strijd onder meer tegen IS omdat het stadje in het Syrisch-Turkse grensgebied de laatste enclave is in handen van IS. Maar Turkije wil er ook de YPG verdrijven, de gewapende arm van de Syrisch-Koerdische PYD. Turkije vreest immers dat als IS verdreven is, dat de Syrische Koerden hun plaats innemen.

Een Koerdische enclave in het noorden van Syrië ziet Turkije niet zitten. In Irak hebben de Koerden ook al een autonoom gebied. Dat moet vermeden worden in Syrië, anders zal het mogelijk ook Turkse Koerden naar een autonome regio doen verlangen.

Amerikanen

Dat brengt de Amerikanen in een lastig parket. Zij steunen de Syrisch-Koerdische strijders omdat die de belangrijkste bondgenoot op het terrein zijn in de strijd tegen IS.

De Amerikanen werken ook samen met Turkije (ze mogen de luchtmachtbasis van Incirlik gebruiken voor luchtaanvallen tegen IS), maar dat Turkije strijdt dus tegen de Syrisch-Koerdische strijders. Verbaast het nog dat het wespennest Syrië na vijf jaar oorlog nog altijd geen oplossing kent?

De verhouding tussen Turkije en de VS is ook ferm bekoeld na de mislukte staatsgreep van 15 juli. De VS – en Europa – hebben nauwelijks solidariteit met Turkije geuit, er kwamen geen steunbezoeken van belangrijke westerse leiders aan Ankara. Dat is bij veel Turken in het verkeerde keelgat geschoten. Zij ervaren dat als een groot gebrek aan empathie, gevoeligheid en solidariteit. Het is moeilijk om te verteren dat een Turks gebombardeerd parlement zovelen ijskoud liet.

Zuivering

Turkije maakt het natuurlijk ook niet gemakkelijk. Er was al de vervolging van kritische journalisten en andersdenkenden. Na de couppoging van juli zijn ook nog eens tienduizenden mensen ontslagen, opgepakt en opgesloten, is de noodtoestand afgekondigd en lijkt er een ware zuivering aan de gang.

Zijn echt alle 1.577 universiteitsdecanen Gülenisten? Wie zal al die mensen vervangen en wat gebeurt er met hen? Europa maakt zich zorgen om autoritair gezag en mensenrechtenschendingen.

De Turken zijn bezorgd om hun toekomst, om de invloed van de zogenaamde Gülenisten. Veel Turken willen nu net een sterke en kordate president die hard optreedt tegen wat landverraders wordt genoemd.

Want er zijn ook seculiere en liberale Turken die erg wantrouwig staan tegenover de Gülenisten. Die achterdocht en angst maakt een zeldzame eenheid en solidariteit zichtbaar binnen Turkije. 2 miljoen Turken zwaaiden op het Taksimplein met Turkse vlaggen. De steun voor de president neemt alleen maar toe.

Daarnaast blijft ook de achterdocht stevig overeind, dat de president de vernieuwde eenheid zal gebruiken/misbruiken om zijn greep op de macht te versterken. Lees om snel dat presidentieel systeem in te voeren.

Gülen

Dat de leider van de Gülenbeweging, Fethullah Gülen, al jarenlang in zelfgekozen ballingschap in de VS leeft, zet de relatie met Washington nog meer onder druk. Volgens Ankara zat hij achter de couppoging.

De betrokkenheid van Gülen is (nog?) niet duidelijk bewezen maar wat wél duidelijk is, is dat steeds meer mensen binnen en ook buiten Turkije geloven dat leden van de beweging – die zich vaak tot in de hoogste rangen van veiligheidsapparaat, justitie, leger en politiek hebben opgewerkt – effectief, op z’n minst gedeeltelijk, mee de macht hebben proberen te grijpen op die vrijdagavond en –nacht in juli.

Vicepresident Joe Biden verontschuldigde zich gisteren in Ankara dat hij niet eerder naar Turkije is gekomen om Amerikaanse solidariteit te uiten. Hij zei ook dat Amerikaanse experten de vraag om uitlevering van Gülen bestuderen en leek te zeggen dat die uitlevering er ook zal komen. Al is dat interpretatie en dus nog afwachten.

Washington kan het zich niet permitteren om z’n NAVO-bondgenoot weg te duwen. Om diezelfde reden kregen ook de Syrische Koerden – na hun succesvolle strijd tegen IS - een duidelijke waarschuwing van Joe Biden: "Blijf oostelijk van de Eufraat of je verliest onze steun."

Rusland

Nadat het Turkse leger eind vorig jaar een Russisch gevechtsvliegtuig heeft neergeschoten boven de Turks-Syrische grens, zijn ook de relaties tussen Turkije en Rusland stevig bekoeld. Maar er is veel gebeurd intussen. Dié twee landen hebben de strijdbijl begraven en werken weer samen, wat in het Westen tot een onbehaaglijk gevoel leidt.

De vernieuwde vriendschap met Rusland, maakt dat Turkije andere standpunten inneemt. Van bij het begin van de Syrische crisis in 2011 hamerde Turkije erop dat president Assad geen rol meer had in de toekomst van Syrië. Maar nu de relaties met Rusland – en met Iran – zijn aangehaald, laat Turkije die eis vallen.

Assad kan tijdelijk aanblijven en Ankara bekijkt met Moskou en Teheran of een akkoord rond Syrië haalbaar is, waarbij Syrië geen Koerdische enclave krijgt in het noorden, tegen de Turkse grens. Daarin is en blijft het land wel consequent.

Changemaker?

Of dit offensief van Turkije in Syrië de changemaker is waar velen op wijzen, valt nog af te wachten. Eerdere zogenaamde changemakers – zoals het gebruik van chemische wapens – draaiden uiteindelijk ook niet op een cruciale verandering uit. Wie durft nog voorspellingen te doen als het om Syrië gaat? Of om Turkije?