Is er nog een verschil tussen Di Rupo en Michel? - Marc Hooghe

Tijdens de verkiezingen van 2014 was het dé centrale belofte: er zou meer begrotingsdiscipline komen dan onder de regering-Di Rupo. Maar die belofte is duidelijk al weer vergeten.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Marc Hooghe is gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan de KU Leuven.

Het voordeel van papier is dat het geduldig is, en de meeste mensen hebben nu eenmaal een kort geheugen. Laten we even terugkeren naar het stabiliteitsprogramma dat de regering-Michel in april 2015 (net iets meer dan een jaar geleden) heeft goedgekeurd. Daar prijkt het zwart op wit: 0,0 procent overheidstekort in 2018.

De regering-Michel moest dat cijfer daar wel zo prominent vooropstellen. Ten eerste was er de Europese verplichting, en ten tweede ging het hier om de belangrijkste raison d’être van deze regering. Na de jaren van ‘potverteren’ onder een ‘slappe’ socialist als Di Rupo, zou deze nieuwe N-VA/MR-regering eindelijk eens orde op zaken stellen. Dat was ook de belangrijkste boodschap bij de vorming van de regering-Michel in oktober 2014: deze rechtse regering zou een nieuwe wind laten waaien.

We zijn nu nauwelijks een jaar verder en van heel die ‘flinksheid’ blijft niets meer over: de regeringspartijen zeggen nu openlijk dat een begroting in evenwicht tegen 2018 helemaal niet meer hoeft.

Daar zijn goede economische redenen voor, en je zou dat zelfs een vorm van voortschrijdend inzicht kunnen noemen. Als de regering-Michel daadwerkelijk al haar beloftes zou uitvoeren, dan zou dat nefaste economische gevolgen hebben.

Maar tegelijk zijn er natuurlijk vooral politieke redenen om na nauwelijks een jaar al meteen het fameuze begrotingstraject te doorbreken. Er is om te beginnen het feit dat de Europese Unie de strakke begrotingsdiscipline heeft laten varen. Vanuit economisch standpunt is dat een goede zaak, maar het heeft er ook mee te maken dat na het Britse referendum de Europese Commissie bang is geworden van haar eigen schaduw en de rol van de eeuwige boeman heeft laten varen.

Dat bevestigt meteen een vaste wetmatigheid van de Belgische politiek: als er geen Europese druk is, heeft België de neiging de zaken maar op hun beloop te laten. Belgische politici schieten vooral in actie als het moet van Europa, en als die druk wegvalt, dan keren ze terug naar hun oude gewoontes.

Maar even belangrijk is de vraag of al die dure eden ooit veel meer zijn geweest dan beloftes voor de eigen achterban. Als je het document van vorig jaar bekijkt, dan zie je dat het de bedoeling was de besparing uit te smeren over de tijd. Als je echt de bedoeling hebt een begroting te saneren, dan is dat meestal geen goede strategie. 

Je gaat er dan immers van uit dat je elk jaar opnieuw een strakke begroting kunt opstellen, en dat de coalitiepartners zich gedurende de hele legislatuur aan alle beloftes zullen houden.

Zoals nu blijkt: dat is een bijzonder onrealistisch scenario. Als de regering-Michel het echt meende, dan zou een veel veiliger scenario zijn geweest om al meteen in 2015 een groot gedeelte van het begrotingstekort weg te werken.

Verkiezingen en realiteit

Het is nog altijd augustus, en dus officieel zomervakantie. Af en toe een belachelijk voorstel over strandkledij van islamitische vrouwen lanceren, haalt nog altijd meer media-aandacht dan deze fundamentele politieke discussie.

Als je terugkeert naar de verkiezingscampagne van 2014, dan was een van de belangrijkste beloftes dat men het begrotingsbeleid van de regering-Di Rupo radicaal zou omgooien. Een deel van de publieke opinie heeft die beloftes blijkbaar geloofd, met als logisch gevolg een coalitiewissel.

Als we nu kijken naar de feiten, dan zien we dat er helemaal geen trendbreuk is geweest. Dat is een belangrijke vaststelling: politieke partijen verworden steeds meer tot pure verkiezingsmachines, die alles doen om verkiezingen te winnen.

Men zal zich herinneren dat de periode 2014-2019 werd voorgesteld als een unieke periode van vijf jaar zonder verkiezingen, waarin eindelijk eens een ernstig beleid kan worden gevoerd. We hebben daar weinig van gemerkt moeten we eerlijk toegeven: de politieke partijen spreken nu al voortdurend over de “komende” gemeenteraadsverkiezingen van eind 2018, en zonder de minste schaamte laten ze hun agenda daardoor bepalen.

Is er ook maar één iemand die gelooft dat een verbod op de fameuze boerkini een terreurdaad zal voorkomen? Nee, uiteraard, dat soort discussies begin je enkel omdat je in de publieke opinie wilt overkomen als vijandig tegenover allerlei uitingen van diversiteit. Af en toe een minderjarige het land uitzetten past ook bij dat imago.

Er is op zich natuurlijk niets verkeerd met de vaststelling dat politieke partijen verkiezingen willen winnen, dat is nu eenmaal hun doelstelling. Maar eerst jarenlang hameren op het belang van een begroting in evenwicht, om vervolgens dat streven direct weer te laten varen, is weinig rechtlijnig.

Verkiezingsbeloftes worden dan compleet losgekoppeld van de werkelijkheid. Democratie wordt dan een pure schertsvertoning. Wij maken ons graag vrolijk over de absurde beloftes van de Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump, omdat we heel goed weten dat een groot deel van die beloftes toch nooit kan worden uitgevoerd. Maar in werkelijkheid trappen we net zo goed in dezelfde val, zonder dat we het zelfs maar merken.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.