PKK eist zware aanslag op Turks politiekantoor op

Bij een aanslag met een autobom in Turkije zijn minstens 11 politiemensen omgekomen en 70 gewonden gevallen. De aanslag is opgeëist door de Koerdische PKK. De aanslag gebeurde in een regio waar het Turkse leger rond de jaarwisseling nog een felle strijd leverde met de Koerdische rebellen.

De bom ontplofte op zo'n 50 meter van een politiepost in de stad Cizre, in het zuidoosten van Turkije. Door de explosie werd het politiekantoor verwoest en werden omliggende gebouwen zwaar beschadigd. Na de aanslag ontstond er een schietpartij tussen de politie en daders. De daders zouden nog op de loop zijn.

Nog voor de aanslag opgeëist was, wees het Turkse staatspersbureau Anadolu, de spreekbuis van president Erdogan, al met een beschuldigende vinger naar de Koerdische rebellenbeweging PKK. 

Die heeft de aanslag later ook opgeëist op haar website. "Onze zelfmoordploeg heeft een actie uitgevoerd in Cizre die tientallen levens heeft gekost bij de politie", zo staat er. De PKK heeft de gewoonte te overdrijven over het dodental bij aanslagen. Volgens de website is de aanslag een vergelding voor het "voortdurende isolement" waarin de gevangen leider van de PKK, Abdullah Öcalan, gehouden wordt, en "het gebrek aan informatie" over zijn situatie. 

Öcalan werd in 1999 ontvoerd in Kenia en naar Turkije overgebracht. Daar werd hij ter dood veroordeeld, wat omgezet werd in levenslang bij de afschaffing van de doodstraf in 2002. Öcalan wordt gevangen gehouden op een eiland waar hij zeker tot 2009 de enige gevangene was. Daarna zouden er andere PKK-gevangenen naar het eiland gebracht zijn. Volgens het Europees Hof van de Rechten van de Mens heeft hij geen eerlijk proces gekregen. Zijn verzoek voor een nieuw proces werd afgewezen door een Turkse rechtbank.

De provincie Sirnak, waarin Cizre ligt, grenst zowel aan Syrië als aan Irak, en heeft een overwegend Koerdische bevolking. Rond de jaarwisseling vocht het Turkse leger er nog een hevige strijd uit met de PKK-rebellen. Daarbij zette Erdogan de grote middelen in.

Het Turkse leger gaat er prat op dat het tijdens de operatie bijna 600 rebellen heeft gedood. Volgens premier Davutoglu vielen er geen burgerslachtoffers, maar Amnesty International schat dat er toen zeker 150 burgers zijn omgekomen, onder wie kinderen, vrouwen en ouderen.

Turkije heeft de afgelopen dagen een offensief ingezet op Syrisch grondgebied, in de grensstad Jarablus. Naar eigen zeggen om IS er te verjagen, maar eigenlijk ook om te voorkomen dat Syrisch-Koerdische rebellen het gebied zouden innemen.