China ziet jonge “tegenstanders” in Hongkongse parlement belanden

In Hongkong hebben jonge radicalen na de verkiezingen acht van de zeventig zetels in het parlement bemachtigd. De jongeren willen meer autonomie voor hun stad en minder invloed van Beijing. De Chinese overheid gaf nog geen reactie.
Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved.
Leiders van het Paraplu-protest in 2014 vieren de verkiezingsoverwinning

De Paraplu-protesten, zo heten de rellen die in 2014 plaatsvonden in het centrum van Hongkong. In verschillende delen van de stad was het toen wekenlang onrustig. Jonge demonstranten waren op straat gekomen om meer democratie te eisen. Beijing had volgens hen almaar meer invloed op het beleid in de vroegere Britse kolonie.

Het regime gaf nooit toe aan de protesten. Maar de verzuchtingen blijven bestaan. Althans toch bij een deel van de Hongkongers. Dat bewijzen de acht zetels die de jonge radicalen na de verkiezingen hebben behaald. Van de 70 zetels gingen er voor de rest 22 naar pro-democratische partijen en 40 naar getrouwen van Beijing.

Het land samenhouden

De opkomst bij de verkiezingen was enorm. Hoewel ze geen meerderheid hebben, beschikken de democratische partijen samen over ruim één derde van het totaal aantal zetels. Dat betekent dat ze hun veto kunnen stellen bij mogelijke grondwetswijzigingen.

De Chinese regering heeft zich altijd verzet tegen het streven naar onafhankelijkheid en is niet geneigd dat standpunt te wijzigen. Integendeel, het regime zet volmondig in op eenheid. Ook binnen de meerderheid in Hongkong hopen ze dat de nieuwe parlementsleden hun ambities gaan bijstellen.

Eén land, twee systemen

De stad Hongkong maakt sinds 1997 deel uit van China. Daar is de communistische partij aan de macht. Toch geniet Hongkong een speciale status, waarbij andere wetten gelden dan voor het communistische China. Hongkong heeft een eigen parlement – de Legislative Council – en drijft zelf handel met het buitenland.