"N-VA stelt iets voor waarvan men zelf ooit slachtoffer was"

Historicus Bruno De Wever, tevens broer van N-VA-voorzitter Bart De Wever, loopt niet zo hoog op met diens pleidooi voor een lokale Patriot Act, waarbij terreurverdachten zonder tussenkomst van het gerecht zouden kunnen worden opgesloten. In Humo trekt hij een parallel met een bijzondere wet uit 1945, waarbij al wie van collaboratie werd verdacht, kon worden opgesloten, zijn burgerrechten en vaak ook zijn job verloor.

Volgens Bruno De Wever klopt de vergelijking die zijn collega Luc Huyse maakte met de bijzondere besluitwet van september 1945. "Toen had je de gevreesde lijst van de auditeur, waarop soms mensen stonden die niets gedaan hadden, maar toch gestraft werden voor hun ideeën. Vaak heel arbitrair en zonder reden, bleek achteraf."

De Wever moet niet zoveel hebben van dergelijk "gewapend bestuur". Hij wijst erop dat een deel van de Vlaams-nationalistische achterban daar zelf geen al te beste herinneringen aan heeft. "Wij doen nog onderzoek bij nakomelingen van repressieslachtoffers: je voelt dat de rancune is doorgegeven."

"Men (de Vlaams-nationalistische N-VA, nvdr.) stelt vandaag voor waar men ooit zelf slachtoffer is geweest", waarschuwt Bruno De Wever. "De Vlaams-nationale familie heeft decennialang gefulmineerd tegen de onrechtvaardigheid van die wetten, heeft België daarom tot ultieme "onrechtstaat" uitgeroepen, en nu nemen ze verschillende elementen van die wetten bijna letterlijk over."

"Het gaat niet alleen over preventief opsluiten zonder rechterlijk bevel, maar ook over het afnemen van burgerrechten tot en met het verbod op publiceren van je eigen ideeën. Indertijd was dat gericht tegen "foute" Vlaams-nationale denkers en journalisten. Dan zou je toch verwachten dat uitgerekend hun politieke erfgenamen gevoelig zouden zijn voor het mogelijke misbruik ervan?"