Is de Turkse invasie in Syrië goed nieuws voor Europa?

Is de overwinning van Turkije op IS-strijders vlak over de grens in Syrië een goede zaak voor ons? Het is moeilijk in te schatten, maar journalist Jens Franssen, kenner van het Midden-Oosten, zoekt toch naar een antwoord.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Jens Franssen is Midden-Oostenspecialist van VRT Nieuws.

Eind augustus steken Turkse tanks en militairen de Syrische grens over bij de stad Jarablus. Ze verdrijven er strijders van IS die er een laatste toevlucht hadden gezocht nadat ze eerder door Koerdische rebellen waren verdreven.

Schakelt Turkije een versnelling hoger in de strijd tegen terreurgroep IS, of is er meer aan de hand? En is de Turkse interventie noodzakelijk goed nieuws voor Europa? (Klik hier voor een kaart)

IS uit, geen Koerden in

Na nog maar eens een bloedige aanslag in Turkije waarschuwde de Turkse president Erdogan midden augustus dat Turkije zich opmaakte om (beperkt) in te grijpen in het noorden van Syrië. De situatie in het noorden van Syrië was onhoudbaar, aldus Ankara.

Wellicht doelde de Turkse president daarbij niet alleen op de aanwezigheid van IS-strijders aan de lange Turkse landsgrens met Syrië. Want sinds twee jaar zijn bijna alle grensgebieden tussen Syrië en Turkije stukje voor stukje heroverd door Koerdische rebellen van de YPG. Dat diezelfde Koerdische rebellen nu op het punt stonden het laatste stuk grensgebied te heroveren op terreurgroep IS en dus zo bijna het volledige grensgebied in handen dreigden te krijgen, bleek een stuk te ver voor Ankara.

Voor Turkije zijn de Koerdische rebellen in Syrië immers gelijk aan de strijders van de PKK, de Koerdische afscheidsbeweging die in Turkije geregeld aanslagen uitvoert. En dus heeft Turkije vermeden dat de Syrische Koerden dat laatste stuk grensgebied ook nog in handen zouden krijgen.

Turkije voerde de militaire forcing en droeg het bevel nadien over aan de rebellen van het Vrije Syrische Leger (dat al langer steun krijgt van onder meer Turkije). Aan de Koerden is duidelijk gemaakt dat ze zich ten oosten van de Eufraat moeten terugtrekken, indien ze niet getroffen willen worden door Turkse luchtbombardementen.

No fly Zone – No Koerd Zone

President Erdogan herlanceert intussen zijn oude idee om in het noorden van Syrië grote vluchtelingensteden te bouwen in ‘veilige zones’. Turkije huisvest vandaag grosso modo een miljoen Syrische vluchtelingen en wil een deel daarvan, in ruil voor Europees geld, hervestigen in Syrië.

Praktisch is dat niet eenvoudig want voor een veilige enclave in Syrië moeten er afspraken met de grote strijdende partijen (regime president Assad, Rusland, Iran, EU en de VS) worden gemaakt. Iemand moet die enclave dan ook beveiligen, met een no-fly-zone, maar evengoed via bv. blauwhelmen die voor een minimum aan veiligheidsgaranties en orde kunnen zorgen.

Het plan-Erdogan voor veilige zones biedt voor Ankara vele voordelen. Niet het minst wordt de beveiliging (en de kostprijs) van een deel grensgebied met Turkije uitbesteed aan de internationale gemeenschap en door er massaal Syriërs uit alle landstreken te hervestiging is Ankara zeker dat de Koerden etnisch niet langer de meerderheid zullen gaan uitmaken in dat deel van het land.

Ook sommige Europese leiders zullen zich aangesproken voelen door het voorstel: wie kan er nu tegen zijn dat Syrische vluchtelingen zich weer kunnen vestigen in veilige zones in eigen land?

Turkse agenda eerst

Door de grote opmars van de Koerdische rebellen heeft Ankara zijn positie ten opzichte van het conflict in Syrië moeten aanpassen. Het terugdringen van de Koerdische invloed heeft op korte termijn voorrang gekregen op de verwijdering van president Assad.

Hiermee lijkt Turkije wel steeds meer en meer in het Syrische conflict te worden gezogen. Bovendien lijkt het de bedoeling van Turkije even in Syrië te blijven. Dat is voor het Westen niet noodzakelijk positief omdat het NAVO-lid Turkije afleidt van de westerse militaire agenda (het uitschakelen van terreurgroep IS en Al Qaeda-franchises).

De relaties tussen Europa en Turkije waren de voorbije jaren al flink bekoeld door de aanslepende vluchtelingenproblematiek en stroeve onderhandelingen over een mogelijke Europese toetreding. Vanuit westerse ogen voert Turkije vandaag de dag eigengereid steeds meer zijn eigen geostrategische agenda uit.

Bovendien lijkt Turkije na de mislukte staatsgreep en de grote zuivering die daarop volgde politiek instabieler geworden. In die zin is Turkije voor Europa een minder betrouwbare militaire partner dan voorheen.

De Turkse inval in het noorden van Syrië bevestigt dat nog maar een keer. Een politiek verdeeld en militair relatief zwak Europa kijkt met lede ogen aan hoe Turkije niet langer de westerse doelstellingen uitvoert, maar meer en meer voluit voor de eigen belangen gaat.