“Bekijken wanneer we Jordy beter hadden kunnen begeleiden”

Jordy, de 19-jarige jongen die vorige week dood werd teruggevonden in een tentje in Gent, is vanochtend gecremeerd. Op het kerkhof van Ninove volgt er om 11.30 uur een intieme dienst voor de jongen die kennelijk door de mazen van de jeugdhulp is geglipt. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) gaat bekijken waar het precies fout is gelopen, maar houdt vol dat de begeleiding van jongeren in instellingen in Vlaanderen goed geregeld is.

Toen vorige week het lichaam van de 19-jarige Jordy werd gevonden in de Blaarmeersen in Gent was Vlaanderen verontwaardigd. Hoe kon het anno 2016 gebeuren dat iemand door honger en dorst eenzaam, aan zijn lot overgelaten, overlijdt in een tentje? Omdat er aanvankelijk geen uitvaart zou komen, werd er een crowdfunding-actie op het getouw gezet. Met de 8.500 euro die werd ingezameld, zal een gedenksteen op zijn graf worden gezet.

Maar de vragen blijven: waar is het fout gelopen en waar zijn de maatschappij en -meer concreet- de jeugdzorg tekortgeschoten? “Na een stukje rouw en stilte moeten we beleidsmatig kijken wat er is gebeurd”, zei minister Vandeurzen in “De ochtend” op Radio 1.

"Aanklampendheid"

“Op de een of andere manier zijn de hulpverleners zijn spoor bijster geraakt en is er geen aanklampendheid geweest”, gaf Vandeurzen toe, daaraan toevoegend dat Jordy kennelijk zelf hulp had geweigerd. Hoe en waar het precies verkeerd is gelopen, “moeten we nu proberen op een serene manier in kaart te brengen”, kondigde de minister aan. “We moeten kijken op welk moment we door een goede organisatie aanklampender hadden kunnen zijn en hem niet loslaten.” Als daaruit concrete conclusies worden getrokken, moet volgens Vandeurzen het beleid worden aangepast. Maar hij blijft op zijn hoede voor te snelle conclusies.

Na de dood van Jordy klonk de kritiek dat jongeren in instellingen niet genoeg voorbereid worden op het moment waarop ze als meerderjarige op eigen benen moeten staan. Vandeurzen wilde dit vanochtend “in algemene termen betwisten”. Hij geeft toe dat er wel gevallen zijn waarin dit niet goed verloopt, maar de minister maakt zich sterk dat de jeugdhulp genoeg aandacht schenkt aan de voorbereiding van jongeren op het leven buiten de instelling.

“Bovendien worden jongeren door de integrale jeugdhulp nog na hun achttiende begeleid, als ze daarvoor open staan”, merkte de minister nog op. Ook hier zegt de minister dat de structuren hiervoor bestaan. Tegelijk “moeten we de moed en correctheid hebben om te kijken of alles hier is gebeurd” en als niet het geval is, wil de minister bekijken of de begeleiding van jongvolwassen die uit instellingen komen nog beter georganiseerd kan worden.