"Unfinished business", de comeback van de pure performer

Het stond in de sterren geschreven: Alex Agnew zou terugkeren als komiek. Bloed kruipt waar het niet gaan kan en wanneer de passie in iemand begint te jeuken, zal krabben alleen niet volstaan. Dat moet je laten ontploffen. Zodoende. Agnew heeft een nieuwe worp: "Unfinished business". Typisch Agnew: één lang, ratelend sermoen zonder God of gebod. En waarin hij niemand ontziet. Nieuw is het allemaal niet, maar boeiend is het wel.

Drie jaar geleden zette Agnew er een punt achter. Na 9 keer een uitverkocht Sportpaleis leek het wel goed geweest. Hij wou toeren et zijn metalband Diablo Bvd., maar toen al vermoedde ik dat hij comedy ooit weer eens zou vastpakken. Al was het maar om over de plas in Londen of op het festival van Edinburgh iets te proberen. Maar neen, enkele maanden geleden maakte hij bekend dat de puist was ontploft en dat hij zou terugkeren.

"Ik begon te veel te zagen"

“Unfinished business” zegt alles qua titel. “Ik had een tijdlang het gevoel dat ik nog wel wat te zeggen had. En de wereld is de voorbije jaren zodanig veranderd dat ik er wel mijn mening wou over geven. Sommige dingen kun je niet negeren. En ik had goesting om weer op een podium te staan en zalen te amuseren. En mijn maten op café zeiden ook dat ik te veel begon te zagen over de wereld, dat ik dat maar weer op een podium moest doen”, vertrouwt Agnew me toe. “En het geld was op, dat ook”.

Hoe dan ook, met zijn terugkeer slaat Agnew geen slag in het water: “Ik wou niet gewoon een mindere show maken. Hij moet in het rijtje komen van al mijn andere voorstellingen en mijn fans moeten blijven discussiëren over welke nu de beste was. En deze laatste moet tot de mogelijkheden behoren.” Vergis je niet, comedy is een bezigheid voor egotrippers en podiumbeesten, maar ook een vak vol harde werkers en creatieve durvers.

Agnew begint zijn show badinerend. Verhalen over thuis, zijn vrouw, zijn dochtertje, zijn kat… Is hij braaf geworden? Neen, plots duikt de steekvlam op en dan vliegen de maatschappelijk getinte en vaak beladen thema’s je rond de oren. Van de voordelen van Hitler over de blijvende idiotie van Filip Dewinter tot -en daar zaten we op te wachten- de analyse van de multiculturele samenleving en de dans der religies.

Sympathieke Satan

Hij fileert de islam en de buitensporigheden ervan, hij lacht met joden (opnieuw, herinner je je de klacht die hij ooit van Joods Actueel kreeg), snijdt en kerft in de katholieken en wijst en passant nog eens op de onzin van goden en de strijd in hun naam. “Ik geloof in Satan. En da’s geen slechterik, in zijn naam zijn veel minder doden gevallen dan in de naam van de andere godsdiensten. Satan is nog de sympathiekste van de hele hoop”, zo klinkt het.

Op een intelligente manier, met slaan en zalven, ontleedt hij de hele discussie rond religie en extremisme, de actualiteit van de voorbije jaren dwingt hem ertoe alles eens koudweg op een rijtje te zetten en aan te tonen wat het belachelijke is van de strijd in naam van een opperwezen. Hij toont de mens als een miezerig morzeltje meningen die -als het er echt op aankomt- ook maar niets voorstelt.

“Mijn decor is één grote spiegel. Dan kan het publiek zichzelf zien en zie ik mezelf ook. Want wie ben ik, wat stel ik voor? Ik sta daar ook maar wat te leuteren he, ik heb ook maar mijn mening, maar ze moet wel eens gezegd worden”, vindt de Antwerpse komiek. Zeer knap decor trouwens, iets waar Agnew en zijn crew altijd op gelet hebben. Zie ik graag.

Krachttermen

En ja, een hele reeks schunnigheden en krachtige woorden en seksueel getinte flarden passeren. Typisch Agnew, je bent ervoor of je bent ertegen. Je weet dat het erbij hoort, je weet dat het zal gebeuren en je kan erom lachen of niet. Agnew heeft zichzelf niet heruitgevonden, maar hij heeft ook nooit beweerd dat dat zo zou zijn. Maar wie houdt van de ingrediënten van het Agnew-menu zal niet bedrogen uitkomen. What you see is what you expected. En het publiek eet uit zijn hand en zal dat de komende drie maanden blijven doen. Goed 50 shows in drie maanden tijd, dat is behoorlijk waanzinnig qua tempo, allemaal uitverkocht (of toch zo goed als) en de laatste voorstelling wordt zelfs ook gestreamd in de bioscoopzalen van Kinepolis - en dat verkoopt goed, hoor ik.

Agnew is een machine die vijf kwartier lang draait, oerdegelijk en gesmeerd. En ik moet het toch weer zeggen: met wat voor een gemak staat Agnew toch op dat podium. De typische look, de typische houding, zijn gelaveer tussen Antwerps en een bijgeschaafd taaltje, een sympathieke arrogantie (dat bestaat, ja), een stem als een klok en hij palmt het publiek in alsof het niet is. Alsof hij alles zomaar ter plekke staat te verzinnen (wat zelfs af en toe eens is gebeurd op de première).

Niemand kan hem omver walsen en dat straalt hij ook uit. Een pure performer. “Pas op, ik ben echt wel zenuwachtig, het is toch drie jaar geleden dat ik in een grote zaal stond en ik ben een beetje bang dat ik mijn timing weer moet zoeken. Maar toch, ik ben zeker van mijn tekst en hij kan alleen maar groeien. En sommige dingen zijn nog niet helemaal af, dat moet zo, ik moet mezelf wat uitdagen”, zei hij me vooraf.

Stampen en strelen

Agnew eindigt met een requisitoor, met een pleidooi waarin hij het gedoe in de wereld hekelt. Hij maakt brandhout van het onderscheid tussen links en rechts, flirt met racistische standpunten en knuffelt progressieve praat.

Indrukwekkend hoe hij in een gesproken opiniëring alles en iedereen eens goed voor de spiegel zet en een stamp geeft op de plaats waar het écht pijn doet. Ik geef toe, het was een beetje schrikken, zo’n discours op het einde, wel een kwartier lang. Maar dan komt de ware Agnew naar boven: “Zo, ik heb nu mijn vijf sterren bij De Standaard en De Morgen verdiend, ik ga zo niet eindigen, ik ga er eens snel twee sterren afspelen zie.” Waarop Agnew nog wat -naar eigen zeggen- “onnozelheden en amusementjes” opdiept.

Alex Agnew is terug en dat zal zijn vele fans plezieren. Agnew wordt niet beter met de jaren, neen. Maar hij blijft absoluut op constant niveau. Staat er met passie en présence. Kletst en streelt, maait en kietelt, brult en briest, maar met zachte hand. Iets zegt me dat zijn verhaal nog altijd “unfinished” is nu. Deze Agnew kan nog jaren mee.