Jongeren op de dool - "Lost to be found" - Filip Keymeulen

Het eenzame overlijden van Jordy lokt emoties uit bij straathoekwerkers. Ook kwaadheid over het eigen falen soms en het falen van onze opvang. Straathoekwerker Filip Keymeulen zette emoties en gedachten op papier.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina
Jordy.

Filip Keymeulen (foto onder) is straathoekwerker in Brussel bij Diogenes vzw.

Er is een jongen gestorven van ontbering, honger en dorst. Ik heb dat even moeten laten bezinken. Als straathoekwerker voor de vzw Diogenes, kom ik met veel dakloze jongeren in Brussel in contact. Het is dus niet dat jongeren op de dool me vreemd zijn, tragische levenseindes jammer genoeg evenmin.

Maar toch, een 19-jarige die op deze eenzame manier sterft in een tentje... Het deed me echt iets. Tristesse en verontwaardiging, was wat ik voelde. Merci trouwens voor de familie die een inzameling heeft georganiseerd voor een waardig afscheid.

Werkend met straatbewoners, werkend met de eenzamen en de verstotenen van de stad en onze maatschappij, kan ik alleen maar beamen dat een waardig afscheid o-zo-belangrijk is. We zijn beschaafd of we zijn het niet.

Alles van Waarde is Weerloos,
Eerst als het is, is het ernst,
Onomkeerbaar.
Jongeren op de dool - "Lost to be found".

Er leven veel 18-25-jarigen in en rond de prémétro van de Noord-Zuid-as, in en rond de grote treinstations. De laatste tijd zelfs minderjarigen. 17-, 16-jarigen, zelfs een 15-jarige die regelmatig voor enkele dagen tot enkele weken op straat belandt.

Jeugdrechter, consulent en familie zijn op de hoogte en kunnen geen gepast antwoord bieden. Ik durf het hier niet te hebben over het grote aantal niet begeleide minderjarigen en jongvolwassenen zonder papieren die door de stad zwerven, bang, dat “onze daklozen” weeral in concurrentie worden gezien met zogenaamde “gelukzoekers” die even verloren lopen in onze straten, niet wetend hoe het met hen verder moet… Mensen op de sukkel zijn mensen op de sukkel.

We weten dat er een grote nood is aan woningen en begeleiding voor de grote groep 18-25-jarigen. We weten het, en we komen er niet toe om dit aan te bieden.

Sommige jongeren zouden baat hebben aan een ontwenningskuur, anderen aan een intensieve begeleiding, nog andere aan een minder intensieve begeleiding.

Op papier, in jaarverslagen en in folders bestaat het. Allemaal! Wat een fantastisch vangnet hebben we toch. Maar in realiteit: we kunnen ze nog maar nauwelijks voorzien van propere naalden, een uitkering, administratief minimaal in orde brengen… Basale veiligheid en een klein stapje verder, geborgenheid, is al helemaal een brug te ver. Als we al van een vangnet mogen spreken, moeten we het zeker eens hebben over de mazen… want die zijn groot en talrijk…

Allemaal werken?

Huisvesting, betaalbaar en degelijk, is nauwelijks te vinden in Brussel. Administratie is zo strikt dat jonge gasten, die zich vaak in een grijze zone bevinden (couchsurfen bij vrienden, af en toe nog eens bij ouders, op straat dan in die gemeente en dan in een andere…), zich hierdoor niet kunnen inschrijven in een OCMW of hun mutualiteit in orde brengen…

Dat men moeite doet om jongeren aan het werk te krijgen, ik zou idioot zijn om daar niet achter te staan, maar om dat nu uniform van iedereen onder de dertig te eisen, en zo nog maar eens een drempel te organiseren voor al wie al kniediep in de stront zit, is intriest en een gigantisch bewijs dat de maatschappij alle empathie met zijn zwakste leden kwijt is.

Moest men als hulpverlener nu eens even ambitieus zijn als de ambities de we onze cliënten soms durven opleggen? Werken naar dagbesteding? Leren leven met een budget? Leren een kamer onderhouden? Leren alleen zijn? Fuck! Dat zijn ambities die we zestienjarigen durven opleggen. Soms krijgen ze zelfs er punten voor.

Dichtbij

Onze ambitie, als hulpverlener, zou eruit moeten bestaan om veiligheid en zelfs genegenheid, ergens, voor deze gasten te zoeken, te organiseren. Ervoor te zorgen dat er ruimte voor hen gemaakt wordt om te groeien, om dat leven terug op de sporen te krijgen. Dat er terug ergens belangrijke anderen zijn die er voor hen willen zijn.

Daarom moeten we als werker, in contact gaan met deze gasten, ons onderdompelen in hun context en mee op zoek gaan naar belangrijke anderen die hen rust en veiligheid kunnen geven.

Soms moeten we op bepaalde momenten zelf die persoon durven zijn, die dichtbij blijft, ook als het fout gaat. Dat we in plaats van redenen te zien om te stoppen, de schreeuw horen om door te gaan. Extreem gedrag is extreme communicatie en daar moet men mee omgaan als begeleider, naar luisteren, niet stoppen en hun dan eigenlijk negeren. Moeten we onze structuur, onze organisatie durven op de achtergrond te zetten.

Teamverantwoordelijken, directies, die dit hun personeel niet toestaan, zitten op de verkeerde plek. We moeten ons verontwaardigen en dat als aanzet gebruiken om steeds weer een weg te zoeken om met onze gasten af te leggen.

Doelgroepen

Naast geëngageerde werkers, hebben we ook nood aan geëngageerde politiek. Politiek die durft gaan voor het welzijn van onze jongeren, voor onze medemens in het algemeen. Brussel wacht een grote taak om massaal huisvesting aan betaalbare prijzen aan te bieden. Wachtlijsten van meer dan acht jaar zijn ronduit belachelijk. Ludiek moest het zo schrijnend niet zijn.

Naast woningen om deze wachtlijsten in het algemeen te decimeren, is er nood aan aandacht voor de nood van bepaalde doelgroepen. Jongeren, daklozen, (ex-) psychiatrische patiënten, ex-gevangenen, mensen met een handicap…

Deze doelgroepen bereik je niet, helemaal niet, als we ons niet direct tot hen richten. Als we kansarme jongeren willen laten wonen en zodoende minder jongeren op straat willen, dan gaat de overheid dit moeten organiseren. In de privé maken deze mensen geen kans.

Politiek

Politiek moet niet alleen gaan over meer huisvesting, ze zouden zich ook moeten durven engageren naar meer toegankelijke hulpverlening. We moeten ons specifiek durven richten op jongeren, daklozen (ook buiten het seizoen), ex-gevangenen,… ook al zijn die doelgroepen niet altijd even populair. Maar willen we de dakloze, de ex-gevangene of de jongere een faire kans geven, wel dan gaat de overheid ook in hulpverlening naar hen toe, meer moeten investeren.

Men zou om te beginnen het werk van de hulpverlener terug moeten reduceren tot werk van een hulpverlener. Alles wat ruis is op het basiswerk, zou van de takenlijst van een hulpverlener moeten verdwijnen. We zouden terug vertrouwen in teams en werkers moeten krijgen, weg met vernauwende procedures en toegangsregels. Registratie herleiden tot het minimum. Alles wat hiërarchie is, zou ondersteuningsfiguur van deze basiswerkers moeten zijn en niet omgekeerd.

Politiek kan ook de toegang tot maatschappelijke structuren vereenvoudigen. Voor vele jongeren en mensen in marginale levensomstandigheden, is het bijvoorbeeld niet evident om zich bij het OCMW aan te melden. Waarom gaat er nergens geen lampje af wanneer iemand helemaal geen uitkering heeft, geen adres meer heeft?

Een tragisch einde zoals dat van Jordy, is geen persoonlijk accident de parcours. Geen levensverhaal dat veel te vroeg een fatale wending heeft genomen.

Dit is het gevolg van ergens, ooit, politieke besluitvorming, politieke keuzes. Dat maakt dat sociale woningen weinig toegankelijk zijn, dat hulpverlening op een bepaalde manier georganiseerd is en zulke gasten gemakkelijk onder de radar kunnen gaan, dat onze maatschappij aan het verkillen is.

Vandaag nog rouwen we om Jordy. Ik ken die jongen niet. Ik leer hem post-mortem kennen via de kranten. Via interviews met vrienden, via opiniestukken van opvoeders die hem al dan niet gekend hebben.

Ik weet niet voor welke voetbalploeg hij graag supporterde, of hij graag playstation speelde, of hij een oogje had op één of ander meisje, wat ik wel weet, is dat hij de moeite was om voor te gaan. Om af en toe eens voor zijn tent te gaan zitten. Om hem uit te nodigen voor een koffie of een pintje.

Om samen eens naar het OCMW te gaan, misschien hem een huisdokter te regelen. Ik noch collega’s van Gent gaan er nog de kans toe hebben dit voor en met Jordy te doen. Ik ga dagelijks Brussel in, op zoek naar mijn gasten. Afspraken herhalen, sociale démarches doen, doktersbezoeken regelen, met hen rondhangen en goesting in een verandering van levensloop proberen los te weken. Ik zal het met hen ook over Jordy hebben.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.