Het einde van een beroemde Zeppelin-kapitein

In deze reeks geven we een overzicht van grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog deze week 100 jaar geleden. Boven Engeland is opnieuw een Zeppelin neergehaald. Het is al de 4e Zeppelin in een maand tijd die niet terugkeert van een raid boven Engeland. Een van de bekendste Zeppelin-commandanten is omgekomen.

De zeppelin is in de nacht van 1 op 2 oktober boven Engeland neergehaald.

De L-31 van de Kaiserliche Marine liet bommen op Londen vallen, toen hij werd aangevallen door een Brits jachtvliegtuig. Het luchtschip vloog in brand en stortte neer.

Een Engelse journalist beschreef het gebeuren: “Ik zag hoog in de hemel een geconcentreerde flits van zoeklichten en in het midden een rossige gloed zich snel verspreidde rond de omtrek van een brandend luchtschip. Dan werden de zoeklichten gedoofd en de zeppelin viel loodrecht in de donkere hemel, een gigantische piramide van vlammen, rood en oranje, als een verwoeste ster die langzaam naar de aarde valt. Zijn gloed lichtte de straten op en gaf zelfs een rossige tint aan de wateren van de Theems.”

De 19 bemanningsleden kwamen om. Eén van hen werd op een zekere afstand van het wrak gevonden. Het was de gezagvoerder van de L-31, kapitein-luitenant Heinrich Mathy. Blijkbaar is hij tijdens de val uit het tuig gesprongen.

This content is subject to copyright.

Het wrak van de L-31 wordt bewaakt om souvenirjagers op afstand te houden (Getty Images)

Mathy (34) was een van de weinige zeppelin-commandanten die onder het grote publiek bekend werd.

Hij stond bekend om zijn stoutmoedigheid en voerde 14 bombardementsvluchten uit.

In nog geen maand tijd hebben de Duitsers vier van hun grootste zeppelins boven Engeland verloren. De Britse luchtverdediging wordt blijkbaar steeds efficiënter.
 

Heinrich Mathy, links, naast de bemanning van een van zijn zeppelins.

Hier vindt u een filmverslag over de neergehaalde L-31 en de begrafenis van Heinrich Mathy

Roemeense nederlaag in Transsylvanië

De Roemenen die het Hongaarse gebied Transsylvanië binnenvallen hebben een zware nederlaag geleden.

Het Roemeense leger dat vanuit de zuidelijke Karpaten oprukte werd nabij Hermannstadt (Sibiu in het Roemeens of Nagy-Szeben in het Hongaars) omsingeld door Duitse en Oostenrijks-Hongaarse troepen.Na zware gevechten moest het zich naar de bergpassen terugtrekken.

Meteen een triomf voor de nieuwe Duitse generaal Erich von Falkenhayn. De voormalige chef van de Duitse generale staf is nog maar enkele weken bevelhebber in Transsylvanië.

Vanuit de Noordelijke Karpaten blijft de Roemeense opmars wel voortduren.

Beierse Jagers beschieten vanuit een hinderlaag de Roemeense troepen die via een bergpas in de buurt van Hermannstadt proberen te vluchten; tekening uit de Duitse Illustrirte Zeitung, oktober 1916

Aan een ander Roemeens front, in de Dobroedzja (tussen de Donau en de Zwarte Zee) zijn de Roemenen erin geslaagd de Duitse en Bulgaarse legers terug te dringen.

De Roemenen hebben ook gepoogd om ten zuiden van Boekarest de Donau te overschrijden, die daar de grens met Bulgarije vormt. Daardoor zouden ze de Duits-Bulgaarse strijdmacht in de Dobroedzja van achteren kunnen aanvallen.

Oostenrijks-Hongaarse kanonneerboten zijn er echter in geslaagd die overtocht over de Donau te verhinderen.

Oostenrijks-Hongaarse kanonneerboten bestoken Roemeense troepen die over een pontonbrug proberen de Donau over te steken; tekening uit de Duitse Illustrirte Zeitung, oktober 1916

Oorlogsinzet verscheurt Griekenland

De Griekse liberale leider en oud-premier Eleutheros Venizelos heeft openlijk de bruggen verbrand met de koning en de regering in Athene.

Vanuit zijn thuisbasis Chania op het eiland Kreta heeft hij op 29 september een proclamatie gericht tot het Griekse volk, waarin hij de “levende krachten” oproept de zijde van de Geallieerden te kiezen.

De Griekse staatsman was al lang voor deelname aan de oorlog aan de Geallieerde kant. Door de recente gebeurtenissen (de oorlogsverklaring van Roemenië, de Duits-Bulgaarse invasie van Grieks-Macedonië…), is die deelname voor hem een noodzaak geworden.

“De kroon, die naar slechte raadgevers luisterde, heeft een persoonlijke politiek proberen te voeren waarin Griekenland zich verwijderde van zijn traditionele vrienden en probeerde zich te binden met zijn traditionele vijanden”, aldus de proclamatie.

Een niet mis te verstane aanval op koning Constantijn I, die met een zuster van de Duitse keizer is getrouwd. Venizelos roept echter niet op tot opstand tegen Constantijn. Niet de koning is een vijand, maar de Bulgaren.

Griekse troepen in Saloniki, 1916

De proclamatie is medeondertekend door admiraal Pavlos Kondouriotis, een zeeheld uit de voorbije Balkanoorlogen. Kondouriotis was eerder opgestapt als minister uit protest tegen de regeringspolitiek. Onlangs nam hij ook ontslag als vleugeladjudant van de koning.

Venizelos en Kondouriotis waren vier dagen eerder in het geheim vertrokken uit Athene. Een Frans schip bracht hen naar Kreta. Samen met generaal Danglis vormen ze nu een driemanschap dat een tegenregering moet worden.

Het garnizoen in Chandia heeft zich al achter de oproep geschaard. En de opstandelingen van het “Comité voor nationale verdediging” in Saloniki erkennen de leiding van het driemanschap.

Intussen is premier Kalogeropoulos, die nog geen maand in functie was, ontslagen. Hoewel een tegenstander van Venizelos, sprak de premier zicht uit voor oorlog tegen Bulgarije. Daarmee kwam hij in botsing met de koning.

Niet alle Geallieerde regeringen zijn blij met de machtsgreep van Venizelos.

De Russische tsaar houdt niet van verzet tegen een vorst. De Britten zien er een Franse poging in om van Griekenland een republiek te maken. Maar zelfs in Parijs wordt aarzelend gereageerd.

En Italië wil liever Griekenland niet als bondgenoot, want het wenst zijn eigen invloed op de Balkan, in de eerste plaats in Albanië, uit te breiden ten koste van de Grieken.

Het nieuwe leidende trio in Griekenland, van links naar rechts, Kondouriotis , Venizelos en Danglis

Ramp met Frans troepentransportschip

Op 4 oktober is het Franse schip ’Gallia‘ in de Middellandse Zee door een Duitse U-boot tot zinken gebracht.

De ‘Gallia’ was een luxueus passagierschip bedoeld voor de vaart op Zuid-Amerika, maar tijdens de oorlog gebruikt voor troepentransporten. Het was amper drie jaar in de vaart.

Het was de dag daarvoor uit Toulon vertrokken, richting Saloniki. Aan boord bevonden zich 1650 Franse en 350 Servische militairen, naast circa 350 bemanningsleden.

De Gallia in de haven van het Tunesische Bizerte, Servische militairen staan klaar om in te schepen, eind mei 1916

De ‘Gallia’ werd door een torpedo getroffen in een deel van het ruim waar munitie was opgeslagen. Een zware explosie was het gevolg. Het schip zonk in minder dan een kwartier. Aan boord heerste een chaos.

Slechts 600 opvarenden konden worden gered. Dat maakt dat er meer dan 1700 zijn omgekomen.

Het zwaarste verlies bij een scheepsramp tijdens deze oorlog tot nu toe.

Overlevenden van de Gallia poseren een maand na de ramp

Lloyd George wil vechten tot “knock-out”

“De strijd moet doorgaan tot het einde, tot een knock-out.”

Dat heeft de nieuwe Britse minister van Oorlog David Lloyd George gezegd in een interview met een Amerikaans persagentschap.

Volgens Lloyd George moet de oorlog worden voortgezet “totdat het Pruisisch militarisme onherstelbaar gebroken is”.

Het is de eerste keer dat een Brits regeringslid zo’n verregaande uitspraak doet.

Officieel zijn de Britten aan de oorlog te gaan deelnemen om België ter hulp te komen tegen een Duitse invasie. Een herstel van de Belgische onafhankelijkheid zou langs Britse zijde de basis voor een compromisvrede vormen.

Lloyd George heeft de voorbije dagen ook een bezoek gebracht aan het front bij de Somme. Deze foto is gemaakt in het dorpje Fricourt, dat pas door de Britten is ingenomen. De Britse minister van oorlog staat links, achteraan in het midden zijn Franse collega Albert Thomas, en vooraan de Britse opperbevelhebber Haig (Albums Valois, BDIC)

Nu de strijd aan de Somme ontaardt in een bloedbad, nemen de geruchten over een compromisvrede weer toe. In Londen zouden nogal wat politici het idee niet ongenegen zijn, ook premier Asquith, Lloyd Georges eigen partijleider.

Mogelijk zijn Lloyds Georges woorden bedoeld om vredespogingen van de Verenigde Staten te torpederen.

De Duitse kanselier Bethmann Hollweg heeft rond dezelfde tijd in de Rijksdag gezegd dat hij vredesvoorstellen verwerpt, vanwege de afwijzende houding van de vijand.

Australiërs keren terug uit de loopgraven in de omgeving van Fricourt, Somme, september 1916 (Albums Valois, BDIC)

Dwangarbeid in bezet België

In een verordening laat het Duitse militair bestuur weten dat werklozen voortaan tot werken gedwongen kunnen worden. De verordening is afgekondigd in het Etappengebied, het deel van bezet België dat rechtstreeks door het Duitse leger wordt gecontroleerd.

Wie weigert te werken wordt bedreigd met 10.000 mark boete of drie jaar gevangenisstraf. Ook buiten zijn eigen woonplaats kan men tot werken gedwongen worden!

Belgen konden zich al vrijwillig melden voor werk in Duitsland of achter het front, maar daarvoor hebben er zich nog niet veel gemeld.

Vooral enkele Duitse industriëlen hebben er op aangedrongen om meer gebruik te maken van het grote aantal Belgische werklozen. Ze hebben gehoor gevonden bij de nieuwe militaire leiders in Duitsland, von Hindenburg en Ludendorf.

De verordening zorgt voor grote onrust in het bezette land.

Duitsers tegen Brugs stadsbestuur

Het is tot een openlijke botsing gekomen tussen de stad Brugge en de leiding van het Marinekorps Flandern, dat in de stad de baas is. En ook hier gaat om gedwongen arbeid.

De bevelvoerende admiraal van het Marinekorps eist van het stadsbestuur een lijst van 400 arbeiders die moeten worden ingezet voor de aanleg van versterkingen. Burgemeester Visart de Bocarmé zei dat hij die lijst onmogelijk kon geven. Hij had allerlei juridische bezwaren.

De burgemeester smeekte de admiraal “ons niet in een omstandigheid te plaatsen waarin eerlijke lieden niet meer weten wat hun plicht is”.

Admiraal von Schröder reageerde bikkelhard. Hij zette het voltallige schepencollege af en legde de stad een dwangboete van 100.000 mark per dag op tot de arbeiders aan het werk zouden gaan.

Burgemeester Visart de Bocarmé en admiraal Ludwig von Schröder

Een paar dagen later zijn de Duitsers wat teruggekrabbeld. De boete wordt beperkt tot vier keer 100.000 mark. De Brugse schepenen mogen aanblijven, maar de burgemeester blijft afgezet en wordt vervangen door de eerste schepen.

Graaf Amedée Visart de Bocarmé is 80 jaar oud en al veertig jaar burgemeester van Brugge. Zijn zoon Etienne is gearresteerd en zou naar Duitsland worden gedeporteerd.

De Duitsers hebben zich ook gewend tot het Brugse werklozencomité om aan de nodige arbeidskrachten te geraken, maar ook daar heeft men allerlei bezwaren.

Brugge ligt in een “marinegebied”. De haven van Zeebrugge wordt door de ‘Kaiserliche Marine’ gebruikt voor haar onderzeeboten. Nabij de stad zijn betonnen schuilplaatsen voor U-boten gebouwd.

Duitse militairen voor de Smedenpoort in Brugge, 1916

Meest gelezen