Hoeveel "Brussels" is er nog? - Marc Hooghe

De discussies over Eandis en Brussels Airlines roepen de vraag op waarom er veel protest is als politieke macht wordt overdragen aan Europa terwijl we het normaal vinden dat bedrijven worden overgenomen door grote buitenlandse ondernemingen?
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Marc Hooghe is gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan de KU Leuven.

Lufthansa verwerft binnenkort de volledige controle over Brussels Airlines. Maar waarom vinden we het normaal dat de economische macht verdwijnt uit ons land, terwijl we moord en brand schreeuwen als hetzelfde gebeurt met de politieke macht?

Het is allicht een sentimentele overweging, maar de volgende vlucht met ‘Brussels Airlines’ voelt al meteen iets anders aan dan vroeger. De luchtvaartmaatschappij wordt dus gewoon een volledige dochteronderneming van Lufthansa. Voorlopig blijft de aparte identiteit nog wel bestaan, maar er komt uiteraard ooit nog wel een moment waarop we het gewoon over Lufthansa-Brussel zullen hebben.

Economen zullen natuurlijk zeggen dat al die heimwee naar vroeger verkeerd is: de tijd van de nationale luchtvaartmaatschappijen is al lang voorbij, en zonder Lufthansa bestond Brussels Airlines zelfs niet meer, dus laten we maar realistisch zijn.

Schaalvergroting

Toch zie je dat het in veel andere landen wel nog lukt, ook al zijn die landen kleiner dan België. De vijf miljoen Finnen blijven koppig gebruik maken van Finnair, en als je de vlucht neemt naar Helsinki dan heeft het inderdaad wel iets, om zo meteen ondergedompeld te worden in een totaal onbegrijpelijke taal. Voor sommige landen blijft de ‘national carrier’ nog altijd ook een stukje van de eigen nationale identiteit.

Mijn collega’s van de economie houden me dan voor dat al die ouderwetse kleinschaligheid nergens toe leidt: schaalvergroting heeft onbetwistbare voordelen. Uiteraard hebben ze gelijk: een groot bedrijf kan veel grotere uitdagingen aan van een van onze kleine Belgische KMO’s. 

Geruisloos

Voor een klein land als het onze is schaalvergroting altijd een riskant gegeven: meestal komt het erop neer dat wij opgeslokt worden door een grotere internationale groep. De grote banken, verzekeringen, energiebedrijven, en dus nu ook luchtvaarmaatschappijen zijn al helemaal overgegaan in buitenlandse handen.

Wanneer je wat verder terug gaat in de tijd, valt op dat zoiets vaak volgens hetzelfde scenario verloopt. Helemaal in het begin wordt er sussende taal gesproken, en horen we dat er nog een ‘beslissingscentrum’ in Brussel blijft. Tot er uiteindelijk zoveel jaar later een of andere crisis plaatsvindt, en het moederbedrijf het noodzakelijk acht de controle volledig naar zich toe te trekken. Dit proces van schaalvergroting voltrekt zich over het algemeen heel geruisloos, en zonder dat daar al te veel protest rond ontstaat.

De hele Eandis-saga van de afgelopen week vormt daarop een uitzondering, nadat de staatsveiligheid had opgemerkt dat het misschien strategisch niet zo verstandig was om een deel van ons energienet te verkopen aan een Chinees staatsbedrijf. Maar dergelijk protest is uitzonderlijk: over het algemeen gaat de uitverkoop rustig en gestaag verder.

Protest bij politieke schaalvergroting

Het is vreemd dat de publieke opinie ongevoelig blijft voor het feit dat de economische beslissingscentra op die manier vertrekken uit Brussel. Als ook in de politiek een dergelijke schaalvergroting optreedt, komt er wél protest. Dan horen we dat Europa zich niet te veel mag bemoeien met de besluitvorming, en dat dit een aanslag vormt op de democratie.

Zowel in Groot-Brittannië als in ons land zien we dan de reflex opsteken dat men het proces van Europese integratie weer wil omdraaien, waarbij men blijkbaar liever zich terugtrekt in een eigen kleine wereld.

Die angst is begrijpelijk: we verliezen een stukje controle als we naar een groter geheel overschakelen. Dan is de verleiding groot zich terug te plooien op het eigen kleine gelijk, en zich te proberen af te sluiten van de buitenwereld. Meestal is dat niet echt verstandig, maar voor wie zich bedreigt voelt is dat psychologisch wel begrijpelijk.

Maar het echte probleem is dat we uiterst selectief zijn in onze angst voor schaalvergroting: we passen het enkel toe op de politiek, en niet op de economie. Europa mag zich niet te veel nieuwe bevoegdheden toe-eigenen, en het liefst zouden we alles terug op het eigen dorpsplein beslissen.

Maar op economisch vlak hebben we er geen enkel bezwaar tegen dat onze banken worden bestuurd vanuit Parijs of Amsterdam, dat Amerikaanse bedrijven beslissen over tewerkstelling, en dat een groot deel van onze bedrijven worden opgekocht.

Daarin ligt de grote uitdaging: waarom vinden we het normaal dat een Ierse ondernemer zonder al te veel sociale bekommernis de regels dicteert binnen het Europese luchtverkeer? Maar als een EU-commissaris uit Malta zich gaat bemoeien met ons leefmilieu, dan is dat opeens een inbreuk op de nationale democratie.

Dat blijft de blinde vlek van het hedendaags nationalisme: er wordt telkens moord en brand geschreeuwd over allerlei symbolen, en de emoties laaien telkens hoog op. En al die emoties doen ons vergeten dat de echte economische macht intussen al lang verplaatst is, zonder dat we er erg in hebben.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen