Acteur Ben Stiller heeft prostaatkanker overwonnen

In 2014 heeft Ben Stiller ontdekt dat hij prostaatkanker had én heeft hij die ook overwonnen. Dat onthult de Amerikaanse acteur in een blogpost. Tegelijk moedigt hij mannen aan zich op de ziekte te laten controleren.

Vrijdag 13 juni 2014: op die dag kreeg Stiller te horen dat hij prostaatkanker had, zo schrijft de acteur bekend van films als "Night at the museum" en "The secret life of Walter Mitty" vandaag in een blogpost. "Op 17 september van dat jaar kreeg ik de resultaten van een test waaruit bleek dat ik weer kankervrij was", vervolgt hij. "De drie maanden daar tussenin waren een gekke achtbaan waarin jaarlijks 180.000 mannen in de VS zich herkennen."

"Toen ik meer over mijn ziekte te weten kwam, begon ik te beseffen dat ik ongelooflijk veel geluk had. Geluk omdat mijn kanker vroeg genoeg was ontdekt zodat een behandeling mogelijk was. En ook omdat mijn internist een test uitvoerde die eigenlijk niet hoefde."

Prostaat specifiek antigeen

De test die Stiller aanhaalt is de PSA-test (prostaat specifiek antigeen). Hoewel prostaatkanker niet in zijn familie voorkwam en hij geen risicopatiënt was, liet hij die test een eerste keer uitvoeren toen hij 46 was.

Van prostaatkanker was toen nog geen sprake. Wel kon de dokter dankzij die eerste test zijn persoonlijke PSA-basiswaarde vaststellen. Hij herhaalde de test vervolgens om de zoveel maanden en stelde vast dat zijn PSA-waarde voortdurend bleef stijgen. Dit zette Stiller aan verdere onderzoeken te ondergaan die uiteindelijk zijn prostaatkanker aan het licht brachten.

"Geen wetenschappelijk standpunt, maar een persoonlijk"

"De PSA-test heeft mijn leven gered", schrijft Stiller. "Rond die test heerst een grote controverse. Ik verkondig dan ook geen wetenschappelijk standpunt, maar wel een persoonlijk." En dat standpunt is duidelijk: mannen zouden minstens moeten overwegen een PSA-test te ondergaan om zo tijdig prostaatkanker op te sporen.

"Als mijn dokter had gewacht tot ik 50 was om de test uit te voeren, zoals de American Cancer Society aanbeveelt, dan had ik niet geweten dat ik een tumor had tot twee jaar na mijn uiteindelijke behandeling. Als ik de richtlijnen van de US Preventive Service Task Force had gevolgd, had ik de test zelfs nooit ondergaan en had ik pas geweten dat ik kanker had wanneer het te laat was."

Overdiagnoses

Stiller beseft dat een overmatig uitvoeren van PSA-tests tot overdiagnoses kan leiden evenals tot nodeloze operatieve ingrepen bij oudere mannen bij wie de prostaatkanker niet levensbedreigend kan zijn. "Maar hoe kunnen dokters abnormale gevallen zoals het mijne opsporen zonder de PSA-test of een andere screeningsprocedure", vraagt hij zich af. "Dit is een complex en evoluerend thema. Maar in deze imperfecte wereld geloof ik dat een vroege detectie de beste manier is om de meest behandelbare, doch dodelijk kanker aan te pakken."