Brexit-wolken boven nog altijd groeiende Britse economie

Ondanks het referendum over de uitstap van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie en de val van het pond sterling blijft de Britse economie het vooralsnog goed doen, beter zelfs dan de meeste andere grote industrielanden. Toch blijft de vraag of dat niet snel kan veranderen, eens de procedure tot brexit op gang komt.
AFP or licensors

Gisteren maakte het Internationaal Muntfonds (IMF) bekend dat de Britse economie de snelst groeiende van de G7, de zeven belangrijkste industrielanden ter wereld, is. Dat gaat in tegen eerdere prognoses van het IMF in de aanloop naar het referendum over een brexit. Dit jaar zou de Britse economie met 1,8% groeien.

Opvallend is ook dat de Britten ook na het referendum van eind juni geld blijven uitgeven. De consumenten over het Kanaal halen blijkbaar hun schouders op over de mogelijk negatieve gevolgen van een brexit. In september keerde het consumentenvertrouwen terug tot het niveau van voor het brexitreferendum en met zes punten erbij was dat de hoogste stijging per maand sinds juni vorig jaar.

Ook de woningmarkt blijkt vooralsnog goed stand te houden. Enkel de prijs van luxevastgoed in Londen daalt, maar die trend was al bezig voor het referendum en heeft te maken met de erg hoge prijzen daar. Wel zijn er in augustus merkbaar minder contracten voor nieuwe woningen gesloten. De bouw stagneert dus.

De koersval van het pond sterling heeft bovendien het toerisme naar het Verenigd Koninkrijk deze zomer duidelijk een duwtje in de rug gegeven. Het aantal boekingen zou met 7,1% gestegen zijn en wat Chinese toeristen betreft, was er zelfs een stijging met 20%. Voor de Britse toeristen "overseas" is dat natuurlijk minder prettig en zeker voor de talrijke Britten wiens pensioen in ponden betaald worden, maar die wonen in Spanje, Frankrijk of elders in Europa.

Wat als een brexit op gang komt?

Toch moet opgemerkt worden dat er nog altijd geen procedure voor een brexit opgestart is en er dus in principe nog altijd niets in die richting gebeurd is. Premier Theresa May (foto in tekst) heeft nu echter aangekondigd dat ze ten laatste in maart volgend jaar artikel 50 van de Europese verdragen zal inroepen. Dat houdt in dat het VK dan officieel de procedure in gang zet om de EU te verlaten en dan kan het plots snel omslaan.

Zo gaat het IMF ervan uit dat het Britse bruto binnenlands product (bbp) dan niet met 2% zou stijgen zoals voor het referendum geschat werd, maar slechts iets meer dan 1%. Dat is een halvering.

De koers van het Britse pond zit nu op het laagste niveau tegenover de dollar sinds 1985. Ook tegenover de euro staat het pond erg zwak. Die koersval was al bezig voor het referendum en heeft zich daarna uitgediept.

Dat de Bank of England -de centrale bank voor alle duidelijkheid- in augustus de intrestvoeten van 0,5% naar 0,25% bijstelde, heeft het pond uiteraard ook geen goed gedaan. Bovendien wordt niet uitgesloten dat de nu al historische rente nog lager zou kunnen. 

Bovendien heeft de centrale bank 70 miljard pond extra in de economie gepompt via "quantitative easing", iets wat de koers van de munt nu ook niet meteen ondersteunt.

Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved.

Negatieve handelsbalans is zwakke plek

De nu nog bloeiende Britse economie heeft twee achillespezen. De eerste is het gevaar van een brexit voor Londen als financieel centrum van de wereld. Veel grootbanken zoals Morgan Stanley hebben nu al hun investeringen in Londen bevroren en kijken de kat uit de boom. Amsterdam, Parijs, Frankfurt en zelfs Singapore staan te drummen om de rol van Londen over te nemen of ten minste een deel daarvan. 

De andere zwakke plek van het VK is de negatieve handelsbalans. De Britten leveren weliswaar meer diensten -vooral financieel en consulting- aan het buitenland dan ze invoeren, maar dat wordt te niet gedaan door het grote deficit voor geproduceerde goederen. 

Het zwakke pond kan de uitvoer wat opkrikken, maar in de geintegreerde wereldeconomie is de Britse industrie afhankelijk van veel ingevoerde onderdelen en die worden nu duurder, wat zich dan ook dreigt te vertalen in duurdere afgewerkte producten die minder gemakkelijk uit te voeren zijn.

Een voorbeeld daarvan is de autofabriek van Nissan in Sunderland. Het Frans-Japanse concern dat eigenaar is, stelt dat en in Sunderland geproduceerde auto 10% duurder zou worden als het VK naar Europa zou moeten uitvoeren onder het handelsregime van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). In dat geval zou de EU invoertarieven op Britse auto's kunnen opleggen. Het voorbeeld van Nissan geldt echter voor veel buitenlandse investeerders in het Verenigd Koninkrijk.

AP2010

Singapore aan de Noordzee?

Of een brexit de bloeiende Britse economie onderuit zal halen en in een lange -en onnodige- recessie zal storten zoals het Remain-kamp beweert, is nog niet te voorspellen. Wel zeker is dat het een moeilijke overgangsperiode zal gaan met heel wat barensweeën.

De voorstanders van een brexit beweren dat het VK zich zonder "Europese curatele" kan opwerpen als een pionier van vrijhandel en vergelijken dat met de opgang van de Britse industrie en het Britse koloniale imperium als leverancier van grondstoffen en afzetmarkten. Britain wordt volgens hen dan een groot Singapore voor de kust van Europa.

Daartoe zijn echter stevige handelsakkoorden met andere grote industriestaten nodig en de brexiteers mikken dan vooral op Canada, Australië, de Verenigde Staten, Japan en China. Die investeren graag in het VK wegens het gunstige "business climate", maar dat doen die vooral ook omdat Groot-Brittannië een springplank is naar de Europese eenheidsmarkt, waar het nu nog deel van uitmaakt.

Veel zal dus afhangen van de handelsakkoorden en voorwaarden die Londen en de EU onderling zullen afspreken. Europa wil het VK behouden in de Europese eenheidsmarkt, maar enkel op voorwaarde dat de Britten dan ook de andere afspraken zoals vrij verkeer van personen respecteren en het stoppen van migratie uit de EU was net een belangrijk argument om voor een brexit te stemmen.