Nobelprijs voor Vrede voor Colombiaanse president Juan Manuel Santos

De Nobelprijs voor de Vrede gaat naar de Colombiaanse president Juan Manuel Santos. Dat heeft het Nobelcomité in de Noorse hoofdstad Oslo bekendgemaakt. Santos krijgt de prijs voor zijn inspanningen om de burgeroorlog in zijn land te beëindigen.
AFP or licensors

Het einde van het 52 jaar durende conflict tussen de Colombiaanse regering en de FARC-guerrilla heeft het comité geïnspireerd bij zijn beslissing voor het toekennen van de Nobelprijs. De burgeroorlog heeft minstens 220.000 mensenlevens gekost en bijna 6 miljoen mensen ontheemd.

Het Nobelcomité heeft een lange traditie om vredesprocessen te bekronen. Het deed dat al met de processen in Noord-Ierland, Israël/Palestina en Vietnam.

Santos was na het akkoord met de rebellen van de FARC de favoriet voor de gegeerde prijs. Dat het akkoord met de FARC vorige zondag bij referendum door een nipte meerderheid van de bevolking werd verworpen, dreigde roet in het eten te gooien.

Toch heeft het Nobelprijscomité gekozen voor de president van het Latijns-Amerikaanse land. "De mensen zeiden geen nee tegen vrede, wel tegen dit specifieke proces. Dit is heel belangrijk om te vermijden dat de burgeroorlog weer oplaait", zegt de voorzitster van het Nobelcomité.

"We hebben de evolutie in Colombia van heel dichtbij gevolgd voor een hele lange tijd. We hopen dat het alle goede initiatieven en alle belangrijke partijen zal aanmoedigen om het vredesproces te bewaren", laat het Nobelcomité weten.

Recordaantal kandidaten dit jaar

De jury in Oslo moest dit jaar kiezen tussen een recordaantal kandidaten, wat niet echt als een pluspunt moet worden beschouwd, maar eerder als een vaststelling dat zovele vredesprocessen muurvast zitten.

De 376 kandidaten waren 228 personen en 148 organisaties. Slechts weinige kandidaten waren vooraf bekend. Santos moet nog, net als alle andere Nobelprijswinnaars, tot 10 december wachten om zijn beloning, ongeveer 850.000 euro, in ontvangst te nemen.

Wie is Juan Manuel Santos?

De Colombiaanse president is 65 jaar en was in vorige regeringen onder meer minister van Financiën en van Handel. Onder zijn voorganger Alvaro Uribe, die de burgeroorlog met een soort vuile oorlog wou oplossen, was hij minister van Defensie.

In die hoedanigheid was hij verantwoordelijk voor het militaire offensief tegen de FARC-guerrillero's. In 2010 kandideerde hij voor het presidentsambt als ideologische erfgenaam van Uribe. In 2012 wisselde hij het geweer echter drastisch van schouder en koos hij voor de dialoog met de rebellen.

Santos studeerde aan de prestigieuze universiteiten van Kansas en Harvard. Hij stamt uit één van de meest invloedrijke families van het land. Een grootoom van hem, Eduardo Sanchez, was van 1938 tot 1942 president en een neef van hem was vicepresident onder Uribe. Zowel Uribe als die neef is tegenstander van het akkoord met de FARC.

Colombia is nog in het geheel niet uit de problemen, ook als het akkoord met de FARC het "no" van de volksraadpleging overleeft. Er zijn nog uiterst linkse guerrilla's én uiterst rechtse paramilitaire groeperingen waarmee een akkoord bereikt moet worden. En Colombia blijft ook de grootste coca-boer van het continent.