Zalm is minder gezond dan gedacht

De hoeveelheid van omega-3 (meervoudig onverzadigde) vetzuren in kweekzalm is de voorbije vijf jaar met de helft gedaald. Dat stellen onderzoekers van de Schotse universiteit van Stirling. De oorzaak voor de daling is het uitsterven van de ansjovispopulatie. Desalniettemin blijft zalm een van de rijkste bronnen voor vetzuren, wordt benadrukt.

"Vijf jaar geleden bevatte een portie Atlantische zalm van 130 gram 3,5 gram omega-3. Dat komt overeen met onze aanbevolen wekelijkse inname. Vandaag zien we dat dat niveau gehalveerd is", zegt professor Douglas Tocher die het onderzoek leidde aan de BBC. "We zouden dus eigenlijk, in de plaats van één portie, twee porties kweekzalm per week moeten eten."

 

Slachtoffer van eigen succes

De onderzoekers wijzen erop dat de zalm ten prooi gevallen is aan zijn eigen succes. "Kweekzalm haalt zijn omega-3 uit kleinere vette vis zoals bijvoorbeeld ansjovis. De ansjovis wordt vermalen en aan de voeding van de zalm toegevoegd. Hoe meer ansjovis de voedingspasta bevat, hoe meer omega-3 in de zalm terug te vinden is.

Tot voor kort bestond de maaltijd voor kweekzalmen voor 80 procent uit vette vis, vandaag is dat nog maar 20 procent. De reden daarvoor is duidelijk. Er is nu eenmaal maar een beperkt aanbod aan kleine vette vis, terwijl de vraag naar kweekzalm de voorbije jaren exponentieel is toegenomen.

Een oplossing voor het probleem zou erin kunnen bestaan dat de wetenschap op zoek gaat naar een alternatieve bron voor omega-3, en bijvoorbeeld visolie produceert op basis van algen. Die productiewijze - in fabrieken - blijft voorlopig erg duur. Een ander mogelijkheid is olie te halen uit koolzaad dat genetisch gemanipuleerd is om visolie voort te brengen, maar ook dat wordt een werk van lange adem.