Met Filip en Mathilde naar Japan - Stefan Blommaert

Koning Filip en koningin Mathilde zijn vanochtend vroeg vertrokken naar Japan voor een officieel bezoek. VRT-journalist Stefan Blommaert reist mee en onderzoekt het belang van zo'n staatsbezoek.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Stefan Blommaert is journalist buitenland bij VRT nieuws en was voor de VRT correspondent in China.

Een A321. Het zegt u misschien niets, maar dat is een Airbus die normaal wordt ingezet voor Europese vluchten. Een vliegtuig met twee keer drie stoelen per rij. En daarmee is de koning naar Japan gevlogen, voor een respectabel staatsbezoek.

Vroeger werden bij verre staatsbezoeken meestal grotere toestellen ingezet die geschikt zijn voor intercontinentale vluchten. Maar het leger heeft die niet (meer), en Defensie koos ervoor om er nu ook geen te huren. Met als gevolg dat gisteren en vannacht twee keer moest worden geland om bij te tanken, eerst in het Russische Jekaterinburg, en later opnieuw in het exotisch klinkende Ulaanbaatar, de hoofdstad van Mongolië. Zestien uur onderweg, flink wat langer dan met een rechtstreekse vlucht.

KMO's en gewesten

Geen probleem uiteraard, zo geraak je ook in Japan. En de orkestleden, businesslui en academici die vroeger in een groter vliegtuig meekonden, vlogen nu gewoon met een commerciële vlucht naar Tokio.

Want ja, staatsbezoeken hebben meer en meer het karakter gekregen van een economische missie. Dat is een tiental jaar geleden al begonnen onder koning Albert II. Die wou af van het louter protocollaire bezoek, zodat zo’n officiële reis ook iets voor het land zou opbrengen. En met een koning worden er natuurlijk nog meer deuren geopend dan met een prins of een prinses op een klassieke economische missie. 

Koning Filip heeft dat concept nog wat verruimd, door niet alleen de grote Belgische bedrijven mee te nemen, maar ook kmo’s een kans te geven. En ook de gewesten en gemeenschappen kregen een grotere rol toebedeeld, we heten niet voor niets België.

Japan is een bijzondere bestemming, om velerlei redenen. De relatie tussen België en Japan is bijzonder hecht. Dat gaat terug tot het midden van de negentiende eeuw. Na de zogenaamde Meiji-restauratie in Japan die een einde maakte aan het internationaal isolement waarin het land zich een paar eeuwen lang had bevonden, was België in 1866 een van het eerste landen om diplomatieke relaties aan te knopen met het gemoderniseerde keizerrijk. En zoiets wordt niet licht vergeten in Azië.

Ook de persoonlijke band tussen het Belgische koningshuis en de keizerlijke familie is van belang. In de jaren twintig van de vorige eeuw waren er al contacten tussen koning Albert I en de toenmalige kroonprins en latere keizer Hirohito. Na de Tweede Wereldoorlog logeerde de huidige keizer Akihito verscheidene malen ten kastele Boudewijn, tijdens zijn vele reizen in Europa.

Wederzijdse staatsbezoeken zijn altijd bijzonder hartelijk, de laatste keren in de jaren negentig, met een bezoek van Akihito aan ons land, en een van Albert II aan Japan. Hij werd toen vergezeld door kroonprins Filip, die later ook verscheidene economische missies naar Tokio leidde. Keizer Akihito beschouwt hem als een zoon, zeggen Japanse experts. “Ik vind dat een mooi compliment,” reageerde Filip daar ooit op.

Nello en Patrasche

Japan is economisch belangrijk voor België. In de rangorde van de landen waar we naar exporteren staat Japan op de zeventiende plaats, onder de Aziatische landen zelfs op de derde. Zowat 300 Japanse bedrijven hebben vestigingen in België. Samen zijn ze goed voor 30.000 werkplaatsen.

België is ook een aantrekkelijke toeristische bestemming voor Japanners. Niet alleen onze cultuur, historische bezienswaardigheden en culinaire kwaliteiten vormen een trekpleister voor veel Japanse toeristen die naar Europa trekken. Ook het verhaal van Nello en Patrasche speelt een rol om een bezoek te brengen aan – in dit geval – Antwerpen.

Bij ons is het volksverhaal amper bekend (het is gebaseerd op de negentiende-eeuwse roman ‘A Dog of Flanders’), maar als Japanners spreken over de Vlaamse pauperjongen Nello en zijn hondje, dan krijgen ze tranen in de ogen. En ze bezoeken dus ook het kleine monument op de Handschoenmarkt onder de kathedraal, waar de doorsnee-Antwerpenaar achteloos aan voorbijloopt.

Economische terugval

Niet alleen voor België is Japan belangrijk. Het is de derde grootste economie ter wereld, na de VS en China. Dat komt natuurlijk vooral door de export van auto’s en elektronica. Als we al iets kennen van het land, dan zijn het de merknamen Toyota, Honda, Mitsubishi, Sony, Canon en Nikon, om er maar enkele te noemen.

In de jaren zeventig en tachtig behoorde het land tot de zogeheten Aziatische tijgers, de groei-economiën in het Verre Oosten. Van die economische expansie is al lang geen sprake meer. De voorbije twee decennia bedroeg de jaarlijkse groei in Japan gemiddeld amper 1 procent, in dezelfde periode dat de Chinezen – aanvankelijk – met ‘double digits’ groeiden en nu toch nog een respectabele 7% kunnen neerzetten.

Wat dit jaar betreft moesten de Japanners zich in het tweede kwartaal tevreden stellen met een miserabele 0,2% (later iets naar boven bijgesteld). De Japanse economie lijdt al jaren aan ‘deflatie’, dat zijn stagnerende of dalende prijzen en lonen. Het land snakt naar iets waar wij van gruwen: inflatie, het negatieve bijverschijnsel van groei.

Structurele problemen

De economische politiek van premier Shinzo Abe – ook wel Abenomics genoemd – is overigens al jaren helemaal gefocust op een drastische versterking van de Japanse economie. Daarvoor werd enkele weken geleden nog een grandioos stimulusplan gelanceerd dat 275 miljard dollar vrijmaakt om de groei te bevorderen.

Maar die formule werd de voorbije decennia al zo vaak gehanteerd dat weinig economisten nog geloven in een spectaculair resultaat. Het land kampt immers met een aantal structurele problemen die moeilijk op te lossen vallen. Een laag geboortecijfer en een snel verouderende bevolking, met tekort aan werkkrachten als gevolg. Een hoge staatsschuld die tweeënhalve keer de grootte van de economie omvat. En een sterke munt die de export bemoeilijkt (alleen al dit jaar steeg de yen 18% in waarde tegenover de dollar, ook al omdat de munt na het brexitreferendum voor velen een veilig alternatief werd). 

Dat alles neemt natuurlijk niet weg dat de economische prestaties van Japan imposant blijven. Wie het land bezoekt komt alras onder de indruk van de moderne steden, de gedegen infrastructuur en de technologische ontwikkeling.

Onder westerse vleugels

Japan is ook een belangrijke politieke en militaire bondgenoot voor het Westen. Na de Tweede Wereldoorlog lag het land in puin, het gruwelijke conflict had 2,7 miljoen Japanse doden gekost. Japan was de vijand die verloren had, maar al snel kwamen de Japanners onder de vleugels van de Verenigde Staten, en bij het uitbreken van de Koude Oorlog en de drie jaar durende oorlog in Korea werden ze meer en meer gekoesterd door de westerse mogendheden.

Dat had ook veel te maken met de groeiende invloed van het communistische China. De rivaliteit met de Chinezen is een constante geworden in de moderne geschiedenis van Japan. De voorbije jaren is China – gelijke tred houdend met zijn wereldwijde economische invloed – op geopolitiek en militair vlak alsmaar assertiever geworden. Getuige onder meer de spanningen in de Zuid-Chinese Zee, waar Peking in de clinch ligt over eilandengroepen die ook door andere landen zoals Vietnam of de Filipijnen worden geclaimd. Het gaat dan niet over die rotspartijen in zee, maar wel over koopvaardijroutes, olie- en gasvoorraden onder water, en rijke visgronden.

Japan heeft zijn eigen eilandenconflict met China. De Senkaku-eilanden (of Diaoyu zoals ze door de Chinezen worden genoemd) liggen in de Oost-Chinese Zee, en zowel de Japanners als de Chinezen beweren dat ze er historisch aanspraak op kunnen maken. Vier jaar geleden kwam het conflict tot een hoogtepunt, met betogingen in Chinese steden die soms gepaard gingen met baldadigheden tegen Japanse auto’s, winkels en bedrijven over heel China.

De Japanners van hun kant kijken met lede ogen naar de jaarlijkse stijging van de Chinese defensie-uitgaven met gemiddeld tien procent. Zelf geven ze zowat 50 miljard dollar uit aan hun leger, de Chinezen drie keer meer. Behalve China is er ook nog Noord-Korea dat voor Tokio een potentiële bedreiging vormt.

Pacifisme

Eigenlijk beschikt Japan formeel niet eens over een echt leger. Het land wordt beschermd door ‘Zelfverdedigingskrachten’. Dat is het gevolg van de pacifistische grondwet die Tokio werd opgedrongen na de Tweede Wereldoorlog (en die door een groot deel van de bevolking tot vandaag wordt ondersteund).

Artikel 9 van die grondwet zegt dat het Japanse volk nooit zal overgaan tot oorlog om een internationaal conflict op te lossen. Bij nader inzien heeft het land wel degelijk uiterst moderne en goed getrainde strijdkrachten, zowel ter land, ter zee als in de lucht. Alleen mogen die uitsluitend defensief worden ingezet.

Het Japanse leger maakte ook naam en faam bij hulpoperaties in het binnenland (na de tsunami, om maar één voorbeeld te noemen) en bij vredesmissies in het buitenland. 

Maar premier Abe wil eigenlijk af van het strikte pacifisme. Als voorzet liet hij vorig jaar twee omstreden wetten goedkeuren die de buitenlandse inzet van troepen mogelijk maakt als een van de Japanse bondgenoten wordt bedreigd. Lees: de Verenigde Staten. Lees: na agressie van China. Maar voorlopig blijft een groot deel van de bevolking zich dus verzetten tegen een strijdlustigere interpretatie van de Japanse grondwet.

Een fascinerend land, dat is het minste wat je kan zeggen. Japan spreekt velen tot de verbeelding. “Daar wil ik ooit een bezoek aan brengen,” je hoort het vaak. De kersenbloesem, de literatuur, de goed georganiseerde maatschappij, de discipline, de geraffineerde hiërarchie, we maken er in stukken en brokken kennis mee via de media.

En dat trekt aan. Zowat 230 leden van de koninklijke delegatie met de economische en academische volgelingen zullen het de komende dagen van nabij kunnen meemaken. Dat maakt dit staatsbezoek boeiend.

Alleen al de uitwisseling tussen twee culturen die zo verschillend van elkaar zijn maakt deze ontmoeting tot iets aantrekkelijks. En natuurlijk, hoe je het ook draait of keert, dat er vandaag nog altijd een land bestaat met een echte keizer, dat is helemaal sprookjesachtig.