Nobelprijs Economie gaat naar Oliver Hart en Bengt Holmström

De Brit Oliver Hart en de Fin Bengt Holmström winnen de Nobelprijs Economie. Dat heeft de secretaris-generaal van de Zweedse Academie voor Wetenschappen in Stockholm bekendgemaakt. Hart en Holmström krijgen de prijs voor hun afzonderlijke bijdrage aan de contracttheorie.

Economieën vandaag worden bijeengehouden door talloze contracten. De nieuwe theoretische modellen die Hart en Holmström ontwikkelden, zijn belangrijk voor het begrijpen van contracten in het dagelijkse leven, maar ook voor het voorkomen van mogelijke valkuilen bij het opstellen van contracten.

De term "contract" dekt een zeer grote lading en kan zowel om contractuele verbintenissen tussen aandeelhouders en het management van een bedrijf gaan, maar evengoed om een juridische verbintenis tussen een verzekeringsmaatschappij en auto-eigenaars of tussen een overheid en zijn leveranciers. Aangezien deze verbintenissen kunnen leiden tot belangenverstrengeling moeten contracten zo opgesteld worden dat de genomen beslissingen voor alle partijen voordelig zijn.

Hart en Holmström ontwikkelden de contracttheorie, een exhaustief kader dat verschillende facetten kan analyseren bij het opstellen van contracten. Het gaat dan bv. om een prestatiegebaseerd loon voor toplui van een bedrijf, aftrekbare elementen en gezamenlijke betalingen in de verzekeringssector en de privatisering van publieke activiteiten.

Oliver Hart, geboren in Londen in 1948, behaalde in 1974 zijn doctoraat aan de Amerikaanse universiteit van Princeton. Hij doceert momenteel economie aan de universiteit van Harvard. Hart leverde in de jaren 80 een belangrijke bijdrage tot een nieuwe tak in de contracttheorie die de onvolledige contracten behandelt. Omdat een contract onmogelijk elke mogelijke eventuele gebeurtenis kan voorspellen, bepaalt deze tak van de theorie de optimale aanwijzingen van controlerechten. Het legt m.a.w. vast welke partij in het contract het recht heeft om in welke omstandigheden beslissingen te nemen.

Harts werk heeft nieuw licht geworpen op het eigendom en het beheer van bedrijven en had een enorme impact op verschillende domeinen, niet alleen op het vlak van economie maar ook voor wat betreft politieke wetenschappen en recht. Dankzij zijn onderzoek zijn er vandaag nieuwe theoretische instrumenten om te bepalen welke soort bedrijven mogen fuseren, wat het correcte evenwicht is tussen schuld en eigen vermogen of wanneer scholen of gevangenissen nu het best door de staat of door een privébedrijf worden gerund.

De Fin Bengt Holmström werd in 1949 in Helsinki geboren en studeerde aan de universiteit van Stanford in Californië. Hij doceert momenteel economie het MIT, het Massachusetts Institute of Technologie.

Holmström toonde in de jaren 70 aan hoe een zogenoemde principal (de aandeelhouders van een bedrijf) een optimaal contract zou moeten opstellen voor een zogeheten agent (de CEO van het bedrijf). Niet alles wat de CEO doet is immers waar te nemen door de aandeelhouders.

Dat informatiegehalteprincipe van Holmström bepaalt nauwkeurig hoe in het contract het salaris van de agent gelinkt wordt aan prestatierelevante informatie. Zo worden in het ideale contract de risico's afgewogen tegenover de incentives. In zijn latere werk veralgemeende Holmström de resultaten naar meer realistische omgevingen, bv. wanneer werknemers niet alleen financieel beloond worden, maar ook het vooruitzicht krijgen op een promotie of wanneer individuele teamleden profiteren van de inspanningen van anderen in het team.

Geen officiële Nobelprijs

Officieel geldt de bekroning voor Economie niet als een Nobelprijs. De prijs gaat dus niet terug tot het testament van dynamietbedenker Alfred Nobel, maar werd door de Zweedse centrale bank voor het eerst toegekend in 1969. Vandaar de officiële naam: "Prijs van de Zweedse Rijksbank voor economische wetenschappen ter nagedachtenis van Alfred Nobel".

De prijs is goed voor acht miljoen Zweedse kronen (omgerekend 828.000 euro), te delen door de twee winnaars. Hart en Holmström volgen op de erelijst de Brits-Amerikaanse econoom Angus Deaton op. De prijs wordt op 10 december in Stockholm uitgereikt.