"Ik betreur uitspraak "Ik ga Molenbeek opkuisen" niet"

Minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid Jan Jambon (N-VA) heeft geen spijt van zijn bekritiseerde uitspraak "Ik ga Molenbeek opkuisen". Dat vertelt hij in de laatste aflevering van het Vier-programma "Niveau 4". Jambon neemt tijdens een nachtpatrouille plaats in een combi, om met eigen ogen de dagelijkse realiteit van de politiezone Brussel-West te zien.

14 november 2015. Een dag na de aanslagen in Parijs schuwt minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon de grote woorden niet: "Ik ga Molenbeek opkuisen", klinkt het dan.

Bijna een jaar later blikt hij in het Vier-programma "Niveau 4" terug op die uitspraak. "Spijt heb ik niet. Het is de bedoeling om Molenbeek op te kuisen, maar je botst op een aantal zaken die je nog niet wist. Als je er nooit aan begint, zal je ook nooit resultaat boeken."

Tijdens de nachtelijke patrouille blijkt uit de getuigenissen van de agenten dat de eindmeet van die grote opkuis nog niet meteen in zicht is. "Al die jonge gasten die hier zitten, dat is de volgende generatie. Abdeslam en Abrini waren buurjongens van het commissariaat".

Vooral de straffeloosheid die er heerst, is een doorn in het oog van de agenten. "Dat is de oorsprong van alles. Als je iemand van jongsaf aan het gevoel geeft van "je doet maar", moet je niet verwachten dat er iets goeds van komt. Een frustratie die gedeeld wordt door de minister, die zich toch verantwoordelijk voelt. "Met zulke gevolgen kunnen we niet zeggen dat we niet gefaald hebben."

Dé grote vraag is wat er gedaan kan worden zodat het niet opnieuw misgaat. Volgens Jambon zijn de systemen er wel, maar werken ze niet genoeg. "Het wettelijke arsenaal is voorhanden, het is de magistratuur." Hij heeft overigens niets dan lovende woorden voor het werk van de agenten. "Met schroom bedank ik de agenten."