IS-propaganda daalt drastisch door groeiende militaire druk

Sinds terreurgroep IS in Syrië en Irak onder zware militaire druk is komen te staan, is het aantal propagandaboodschappen dat de extremistische groep uitstuurt, drastisch gedaald. Dat blijkt uit een rapport van de United States Military Academy in West Point. De onderzoekers stelden vast dat IS in augustus van dit jaar ruim twee derde minder berichten de wereld instuurde dan op hetzelfde tijdstip vorig jaar.

Op haar hoogtepunt in augustus 2015, verstuurde IS vanuit haar officiële kanalen ruim 700 officiële propaganda-items. Na een jaar van luchtaanvallen en militaire nederlagen waren dat er in augustus 2016 nog “slechts” minder dan 200. Voor die cijfers baseerde West Point zich enkel op visuele propaganda-output, zoals video’s, foto’s of visuele Twitter-posts.

“We zien bovendien niet alleen een achteruitgang in aantal,” zegt Daniel Milton, hoofd van de onderzoekscel in het Combat Terrorism Center van West Point, aan de New York Times. “Ook het ideaalbeeld van het kalifaat brokkelt stap voor stap af.” In een jaar tijd is het aantal berichten gewijd aan militaire verslaggeving namelijk verdubbeld tot ruim 70 procent, waardoor de utopie van een welvarende en eengemaakt moslimstaat zwaar wordt overschaduwd.

“Het succes van de IS-propaganda schuilt niet alleen in de kwaliteit van de berichtgeving,” klinkt het in de New York Times,”maar ook in de aanhoudende boodschappen van overwinning, die jonge strijders naar Syrië weten te lokken”.

Dat beeld kan IS door de geleden nederlagen echter steeds moeilijker aanhouden, zegt Milton. En dat heeft ook een effect op de rekruteringspoule. In april van dit jaar berichtte het Pentagon al dat het aantal buitenlandse strijders in Syrië gedaald was van 2000 naar 200 per maand.

Experts waarschuwen echter dat die ontwikkelingen niet zomaar het einde van het IS-tijdperk zullen betekenen. Haar ideologie zal jonge strijders blijven inspireren, zeggen ze in de New York Times, ook als de utopie van het kalifaat verder blijft afkalven. Bovendien lonkt ook nog steeds het gevaar van terugkerende Syriëstrijders, die dan wel het oorlogsveld verlaten hebben, maar in hun thuisland de strijd voortzetten.