"Een goede Turk kan ook spek met eieren bakken" - Tim Verheyden

Het nieuwe VRT-programma "Pano" ging undercover met een moslimskoppel in een winkel in Tremelo, in Vlaams-Brabant. Ze filmen er met gewone en verborgen camera’s hoe mensen echt denken over moslims. In het kader daarvan ging collega Tim Verheyden met een cameraploeg op zoek naar straatinterviews en kreeg verrassende antwoorden.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina
©Joost Joossen

Tim Verheyden is reportagemaker bij VRT Nieuws. Hij schreef deze tekst en maakte bijhorende reportage in het kader van de documentaire van "Pano".

Ze stapt kordaat op de camera af. Een voorname dame, ergens begin 70, mooi gekapt, dure mantel. "Het is voor de televisie hé? En jullie zijn interviews aan het doen? Waarover?"
"Over de Islam, mevrouw. En moslims".
"Ah, ja, vraag maar hé".

Ik begin met de meest eenvoudige vraag die ik al de hele ochtend stel om gesprekken te beginnen; of ze een moslim kent?

De dame antwoordt met een triest verhaal over hoe ze met haar man wegvluchtte uit Borgerhout, nadat ze jarenlang moslimvrouwen hielp die het thuis moeilijk hadden: "Op een dag werden we lastiggevallen door tieners. Voor de zoveelste keer. Plots maakte één van hen een beweging met zijn duim langs zijn nek en zei dat als we in de buurt bleven ons leven wel heel erg moeilijk zou worden".
Ze maakt nog even het gebaar. Het gebaar met de duim langs de hals, dat van iemand de keel oversnijden.

Ze gingen dus weg uit Borgerhout en verhuisden naar Vlaams-Brabant.

Ik laat het even stil worden.

De toon wordt plots scherper. "Dat ze er niets meer van moet weten, van die moslims".
"Ze zijn nu al een blok aan ons been. Wat zeg ik? Twee blokken", gaat ze voort. "En als we niet oppassen, blokken aan onze armen ook. We zijn migrant in eigen land geworden". Haar stem wordt luider. "Neen, slaaf in eigen land!"

"Zo deden ze".
En ze maakt nog één keer het gebaar met de duim langs de hals.
"Als ze niet oppassen, steek ìk ze neer".

Mensen die boodschappen doen op de markt, stoppen. Een andere vrouw probeert de dame tot rede te brengen. Er volgt een discussie.

Café ‘Den Bonten Os’

Het één-programma ‘Pano’ (de vernieuwde Panorama) vroeg me straatinterviews te doen voor een reportage over discriminatie. De reportage, die u vanavond kan zien, waarin een moslimkoppel een winkel opent in een typisch Vlaams dorp. Dertien in een dozijn. Vlaanderen.

In de voorbereiding stuit ik op een fragment uit Panorama van 17 november 1988. Paul Muys doet interviews in café ‘Den Bonten Os’ in de Antwerpse Seefhoek. "Bomenklimmers, bananenvreters, dat Hitler maar terugkomt". En zoveel meer.

Onvervalst racisme.

Zouden mensen dat vandaag nog voor de camera durven zeggen, vraag ik me af? Zowat iedereen beseft wat de impact van een camera kan zijn. Alles is in een mum van een tijd gedeeld, in een tijd waar de retoriek harder wordt. En nuance het vaak moet afleggen tegen perceptie.

Al tijdens het eerste straatgesprek even voordien was de toon gezet: "Moslims, ik moet daar niet van weten."
Een andere vrouw wil liever niets voor de camera zeggen. Ze roept me toe dat het veel te grof zou zijn wat ze zou zeggen. Veel te grof voor op televisie.

"Dat ze zich moeten aanpassen"

Een man van in de vijftig wil weer wel: "Dat er veel goeie bij zitten hé. Maar dat al die winkeltjes geen belastingen betalen, dat ze leven op onze kap. Dat ze niks bijdragen. Dat ze zomaar alles krijgen. En uiteindelijk: dat ze mogen blijven leven."

Een ouder koppel dat ik er naar vraag komt niet verder dan: "Dat ze zich moeten aanpassen." Het moet zowat het meest gehoorde statement in Vlaanderen zijn als het over moslims gaat. "Wat dat dan betekent, vraag ik hen".

"Ja, huh, ze moeten zich aanpassen hé."
Maar hoe dat dan concreet zou moeten gaan, wil ik graag oprecht weten?

"Naar onze normen en waarden", antwoorden ze.
Opnieuw wil ik graag weten hoe dat dan concreet zou moeten gaan, maar nadat ik een achtste keer een poging onderneem, duwt de man lichtjes in de rug van zijn vrouw, omdat het tijd is om te vertrekken. Tot een echt gesprek, komt het niet. Antwoorden blijven uit.

"Domme, domme moslims"

Ik loop al de hele ochtend rond op de markt. De toon op straat is hard en ongenuanceerd. Van de 22 mensen die ik uitgebreid vraag of ze moslims een verrijking vinden voor onze samenleving of hun mening pols over de hoofddoek, zijn er drie of vier gematigd. De rest is bits van toon. Wantrouwig. Angstig.

Straatinterviews pretenderen allesbehalve wetenschappelijk te zijn. Daar streven we ook niet naar. Maar soms, zoals vandaag, kom je te weten wat er leeft bij mensen. Op de markt lopen veel oudere mensen rond, is er een verband? Ik doe veel interviews. En ze duren lang. Zes uur beeldmateriaal.

30 jaar na de "Den Bonten Os"

Op een terras toont een man zich van zijn minst fijngevoelige kant.

"Je moet daar toch eerlijk in zijn hé, die vluchtelingen vluchten wel heel erg rap weg uit Syrië en Irak". Een man aan het tafeltje ernaast kijkt bedenkelijk en schudt het hoofd.
Op de vraag of moslims ook een verrijking voor de samenleving kunnen zijn volgt een bijzonder antwoord: "Allez, je weet toch dat moslims niet in staat zijn om hogere studies aan te vatten".
De man aan het tafeltje naast ons blijkt een prof te zijn. Er volgt een pittige discussie.

Even later vertrek ik met de cameraploeg naar de wagen. We kijken naar mekaar en zwijgen even. Ik bel met mijn collega's. Ik vertel over de bij momenten onmenselijke toon van de interviews. En dat mensen bijna 30 jaar na Café ‘Den Bonten Os’, nog altijd hun onverdraagzaamheid voor de camera willen tonen.

"Een goeie Turk, dat is ene die naast kebab ook spek met eieren serveert", kan ik het interview met iemand anders samenvatten.

De taal van de straat

Het verlies van identiteit. Eigen aan populistische politici om daarop in te spelen, denk maar aan die ene presidentskandidaat over de plas. Misschien is er wel te weinig geluisterd naar de taal op de straat.

Ex-Beerschot-speler Paul Beloy vertelde dit weekend in een krant hoe hij bijna 40 jaar geleden een banaan naar het hoofd kreeg op het voetbalveld. Vandaag gooien we met woorden, die hard weerkaatsen. En we schamen er ons blijkbaar ook niet altijd meer voor.

Maar hoe hard de woorden ook zijn, er is hoop. En dat ziet u onder meer in de uitzending van ‘Pano’. Want als we de moeite doen om mekaar (beter) te leren kennen, gebeuren er mooie dingen. Of zoals de Amerikaanse schrijfster en activiste Maya Angelou ooit zei: "in diversiteit schuilt schoonheid én kracht".