Spraakzame Amerikanen plots verlegen over politieke voorkeur

In de rubriek "Vlamingen in de VS" laten we Vlamingen aan het woord die in één van de staten van Amerika wonen. Zij beschrijven hoe ze de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 8 november ervaren. Vandaag: Louisiana.

Zelfs de meest spraakzame Amerikanen -en zo zijn er veel- worden vaak plots erg verlegen als het over hun politieke voorkeur gaat. Of dat aan verdeeldheid in het land of een obsessie met politieke correctheid ligt, is mij niet duidelijk, maar wat opvalt is dat zij die hun voorkeur deze keer wel uitspreken, dat veelal doen uit frustratie en met een gezonde schep zelfgenoegzaamheid.

Zo bevond ik mij enkele weken geleden in de rechtbank, en hoorde ik in de wachtkamer twee advocaten voor me die broederlijk een babbeltje met elkaar sloegen. Tot een van beide heren de conventies van beide partijen ter sprake bracht. “What a shame Hillary was even allowed to speak”, zei de blanke advocaat tot zijn Afro-Amerikaanse confrater. “She should be locked up.”

Zijn collega aarzelde even en dus vervolgde hij zijn betoog. Met ongemeen gedetailleerde kennis over veiligheidsprotocols binnen de Department of State en technische knowhow van e-mailservers werd haar vonnis bepaald. Zo werd tenminste één iemand terechtgewezen, want na decennia van budgettaire besparingen zit je vaak uren in rechtzalen voor je naar huis gestuurd wordt, om over enkele weken dezelfde dans nog eens over te doen. Zelfs om het motto in de rechtbank, “In God We Trust”, te herstellen zijn er momenteel geen middelen (zie foto).

"Mensen zijn afgeschermd van hun tegenstanders"

Dit gebrek aan dynamisme en een algemeen gevoel van teloorgang -economisch, militair en cultureel- wordt vaak verwoord in steun aan Trump, of misschien eerder afkeer van het status quo. Een oud-professor van mij wisselt op haar Facebookwall steun voor de veteranen en de grondwet af met verontwaardiging over Benghazi, de e-mailkwestie en de illegale immigranten die het land verwoesten. Nu en dan verwijst ze naar de patroonheilige van alle Republikeinen, Ronald Reagan, en het mooie verleden waarin hij president was.

Maar zoals bij velen blijft de expliciete steun voor Trump nogal beperkt. De passie uit zich vooral in wat het presidentschap en Amerika niet mogen zijn, in dit geval Hillary Clinton en verrassend vaak ook nog Barack Obama, die in dit milieu als twee handen op een buik worden beschouwd.

Buiten de passie valt op in welke mate deze mensen afgeschermd zijn van hun tegenstanders - en vice versa natuurlijk. Na het eerste televisiedebat gisteren hoorde ik in de stad New Orleans zelf veelal de mensen opgelucht reageren. Een vriendin die politiek geëngageerd is bij de Democraten stuurde me een bericht dat Hillary het zo goed gedaan had. Donald Trump was intellectueel belachelijk gemaakt. Het leek haast leedvermaak.

Neerslachtigheid over beide kandidaten

Maar de meest courante reactie, buiten de twee duidelijke kampen, was die van neerslachtigheid over beide kandidaten. In 2012 was veel hoop van de eerste verkiezing van Obama al verdampt, maar was het tegen eind september toch wel duidelijk dat het een verkiezingsjaar betrof, met bumperstickers op de auto’s en yard signs in de voortuinen.

Nu, New Orleans is zelfs nadat veel Afro-Amerikanen er permanent zijn vertrokken door Katrina, nog steeds 60 procent zwart (en zeer pro-Obama), maar zelfs in het aangrenzende Jefferson Parish, dat veel blanker en conservatiever is, is het enthousiasme deze keer enigszins zoek. Een aannemer uit Jefferson Parish, die ik ken als iemand die nooit verlegen is om een (politieke) mening wereldkundig te maken, hoorde ik vandaag vooral enthousiast praten over het jachtseizoen voor reeën. Meer dan de schouders ophalen en iets mompelen over “the lesser of two evils”  zat er niet in.

"Ik blijf thuis", zegt collega

Een zwarte collega sprak eveneens over zijn teleurstelling met de politieke keuzes van het post-Obama-tijdperk. Hij was boos op alle zwarten die nu (in zijn ogen) blindelings voor Clinton zullen stemmen. Met een referentie naar de grote wijzigingen die Bill Clinton doorvoerde in de jaren 90 in het gevangeniswezen, claimde hij dat “she’s locked up more black people than any president”. Of het dus over zichzelf of haar kiezers gaat, wie er al dan niet in de cel moet is een courant gespreksonderwerp.

Eén ding staat echter wel vast voor deze collega. Gevraagd of hij dan overweegt om voor Trump te stemmen, verkondigt hij trots de statistiek dat Donald Trump pas als vierde staat in de peilingen bij Afro-Amerikanen, na Clinton, de libertaire kandidaat Gary Johnson, en Jill Stein, de genomineerde voor de Green Party. “We may not demand enough of our politicians, but we’re not stupid.” Maar voor hem is Clinton toch een brug te ver. “I’m staying home”, zei hij met een zekere gelatenheid. En de blanken, die hebben al ruim 50 jaar in meerderheid voor de Republikeinse kandidaat gestemd. Wordt dit nog spannend?