"Verkiezingen volgen alsof het één grote soap is"

In de rubriek "Vlamingen in de VS" laten we Vlamingen aan het woord die in één van de staten van Amerika wonen. Zij beschrijven hoe ze de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 8 november ervaren. Vandaag: Maryland.

Sinds anderhalf jaar woon ik nu in de Verenigde Staten van Amerika en dat heeft mijn beeld over de relatie tussen de Amerikaan en de politiek behoorlijk veranderd. Mijn ervaring hier heeft mij ontdaan van de indruk dat Amerikanen apolitiek zijn. Bijna dagelijks spreek ik met collega’s en vrienden over de presidentsrace. En ik krijg van iedereen dezelfde boodschap: dat geen van beide kandidaten een goede president zou zijn.

Hier en daar ontmoet ik mensen die wel een duidelijke favoriet hebben. Af en toe ontmoet ik mensen die in Trump een sterke en krachtdadige president zien. Een man uit één stuk die binnen- en buitenlandse dreigingen kan afweren. Ze geloven in zijn winnaarsmentaliteit en vinden dat hij Amerika weer groot kan maken door het land te runnen zoals hij zijn bedrijven runt. Die mensen vinden dat hij "het zegt zoals het is, zonder onnodige politieke correctheid".

Daarnaast ontmoet ik regelmatig mensen die resoluut voor Hillary willen stemmen. Vaak (maar zeker niet altijd) zijn dat vrouwen die vooral blij zijn dat ze eindelijk eens op een vrouw zullen kunnen stemmen. Die mensen zien in haar een stap naar meer gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen. Maar ze zien in haar ook een ervaren politica die haar vele jaren van expertise kan gebruiken om Amerika door een moeilijke periode te helpen.

"Anything but Hillary"

Maar de supporters aan beide kanten zijn de outliers. De meerderheid van de mensen die van plan zijn om te stemmen, zeggen dat ze vooral van plan zijn om TEGEN de andere kant te stemmen.

Professioneel kom ik vooral in contact met iets oudere, blanke, welstellende collega’s die vaak in de suburbs wonen, en dan nog vooral in het diepe zuiden (Georgia, South Carolina, Florida,...). Buiten het werk kom ik dan weer vooral in contact met jonge mensen uit downtown Baltimore, die proberen hun studentenleningen af te betalen. Die demografische verschillen bepalen blijkbaar heel sterk hoe zij allemaal zullen stemmen in november.

Op het werk heb ik een collega met wie ik vaak over politiek discussieer. Zij heeft het vaak over “anything but Hillary”. Zij denkt dat de Democratische partij het land kapotmaakt met haar politieke correctheid, en de “open grenzen” van de USA voor iedereen die naar hier wil komen. Zij denkt dat we een voorbeeld moeten nemen aan het liefdadigheidsideaal van de Republikeinen, die opkomen voor veteranen en andere mensen die het land hebben gediend. En dat we meer wantrouwen moeten hebben tegenover bevolkingsgroepen van wie we de bedoelingen niet kennen.

Black Lives Matter

Met mijn vrienden uit downtown Baltimore leidt het tot minder verhitte discussies. Met hen gaan de discussies meestal over Bill Maher of John Oliver, of wie ook de laatste talkshowhost was die Donald Trump een sneer gegeven heeft. Velen van hen zijn ook nog steeds zeer bitter over hoe de “corrupte Democratische partij” Bernie Sanders aan de kant geschoven heeft. Maar toch zijn ze er allemaal van overtuigd: “anything but Trump”.

Maar hier in Baltimore leven de verkiezingen ook op straat. Misschien ligt het aan het feit dat Baltimore maar op een uurtje van Washington D.C. ligt, en veel mensen dagelijks naar D.C. pendelen om te gaan werken. Of misschien ligt het aan de turbulente geschiedenis van Baltimore, op de grens tussen noord en zuid. Maar mensen zijn hier zeker met politiek bezig.

Dat is nog meer zo sinds begin vorig jaar, met de dood van Freddie Gray in een politiewagen en de daaropvolgende rellen in de armere “The Wire”-wijken van West-Baltimore. De Black Lives Matter-beweging is heel actief hier in Baltimore. Dat ondervind ik zelf aan den lijve. Mijn appartement ligt tegenover het gerechtsgebouw waar momenteel de 6 politieagenten berecht worden die betrokken waren bij de dood van Freddie Gray. Dat betekent dat het voetpad aan de voordeur overdag bezet wordt door camera’s en blanke journalisten in pak, en ’s avonds door plakkaten en groepjes van zwarte betogers, niet zelden met Guy Fawkes-maskers.

Meebabbelen aan de waterkoeler

Ook over de betogingen zijn de mening verdeeld. Sommige mensen vinden de betogers respectloos tegenover de politie, en vinden dat ze anti-Amerikaans zijn. Andere mensen vinden het ongehoord dat elk groepje van 20 vreedzame betogers omringd wordt door 30 politieagenten in riot gear. Onlangs was er een betoging vlak voor het Baltimore World Trade Center waar ik werk. Ik kwam buiten met een Amerikaanse collega, en we zagen een groep van een 50-tal betogers die borden vasthielden met daarop de slogan: “Send killer cops to jail”. Haar onmiddellijke reactie was er één van verontwaardiging. Ze begreep niet dat iedereen altijd maar blijft de politie aanvallen, terwijl de politie net zo moedig is om een gevaarlijke job uit te oefenen.

Uiteraard speelt ook die verdeeldheid tussen bevolkingsgroepen in Baltimore zijn rol in de tegenstelling tussen de “anything but Hillary” - en de “anything but Trump”-stemmers. In elk geval, hoe zeer iedereen ook tegen beide presidentskandidaten is, ik heb nog niemand gesproken die er onverschillig bij blijft. Iedereen is op de hoogte van de laatste weerzinwekkende uitspraak van Donald Trump of van het laatste corruptieschandaal van Hillary. Het wordt allemaal gevolgd alsof het één grote soap is. Niemand wil missen wat er aan het gebeuren is, want anders kun je niet meer meebabbelen op het werk de volgende dag aan de watercooler.

Mijn vriendin hier heeft zich alvast voorgenomen om te verhuizen op de dag dat Donald Trump ingezworen wordt. Want zoals een vriend van me het onlangs formuleerde: “Hillary might be our most corrupt president ever, but then again, Trump might be our last.”