Geen verkiezingskoorts in het Democratische Massachusetts

In de rubriek "Vlamingen in de VS" laten we Vlamingen aan het woord die in één van de staten van Amerika wonen. Zij beschrijven hoe ze de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 8 november ervaren. Vandaag: Massachusetts.

Wanneer ik op maandagmorgen op de bus stap aan Harvard Square, een pittoresk pleintje naast een universiteit met dezelfde naam, bevind ik mij in het bruisende hart van Cambridge in New England. Hele hordes Amerikanen reizen van heinde en verre naar Massachusetts om hun patriottische voorouders een bezoek te brengen. Het is immers hier dat de eerste Amerikanen het juk van de Engelsen afwierpen en aan hun eigen succesverhaal begonnen: de USA. Wanneer mijn bus luid krakend en wild schuddend voortrijdt richting de rivier Charles herinnert bijna niets nog aan het politieke belang dat Massachusetts genoot aan het eind van de 18e eeuw. Wel integendeel.

In minder dan twee maanden stemmen de Amerikanen een nieuwe president(e) het Witte Huis in. In het straatbeeld doet echter niets vermoeden dat de belangrijkste verkiezingen ter wereld voor de deur staan. Wat ik in ieder geval niet mis op weg naar mijn werk aan het Massachusetts Institute of Technology zijn de alomtegenwoordige en in vele gevallen spuuglelijke verkiezingsposters die ik gewoon was in mijn thuisland.

De talrijke politieke koppen verstrooid in het Vlaamse landschap hadden op mij steevast een afstotend effect. In Boston echter vraagt een mens zich soms af of de duurste verkiezingskaravaan ter wereld de hele staat zomaar links heeft laten liggen. Ik moet de eerste verkiezingsposter nog tegenkomen, en ook geen enkele flyer van een van beide presidentskandidaten is tot hier geraakt.

Vruchteloze zoektocht naar Trump-aanhangers

In schril contrast met de algemene verkiezingen begin november, wisten de voorverkiezingen voor de Democratische en Republikeinse presidentskandidaten veel volk te lokken. In het erg liberale universiteitsstadje Cambridge liepen veel jongeren warm voor de zelfverklaarde socialistische senator Bernie Sanders. Op de koffie wist mijn boeddhistische, vegetarische collega zijn lofzang over de man in kwestie nauwelijks voor zichzelf te houden. Mijn collega had de man nog persoonlijk gekend als burgemeester van Burlington, waar hij blijkbaar zijn burgers niet schuwde. Maar sinds het intrekken van zijn kandidatuur, intussen al een tijdje geleden, zijn de meeste Bernie-bumperstickers uit het zicht verdwenen en de nog overgebleven verkiezingsaffiches verliezen langzaam hun kleuren.

Sinds hun lokale politieke held uit de race verdween, is Cambridge en omgeving wat in slaap gedommeld wat betreft de algemene verkiezingen. De man en vrouw in de straat staan niet bepaald te springen voor de Democratische kandidate Hillary Clinton, laat staan voor haar Republikeinse tegenstander. Mijn verbeten zoektocht naar overtuigde Donald Trump-aanhangers kan alleen als een fiasco worden omschreven. Het de facto tweepartijensysteem in de Verenigde Staten werkt de polarisatie van het al zeer diverse Amerikaanse electoraat soms jammerlijk in de hand.

Voor het merendeel van mijn Amerikaanse collega's‚ vrienden en kennissen, is het noemen van The Donald alleen al vloeken in de kerk. Het water tussen de aanhangers van beide presidentskandidaten is erg diep. Mijn buurvrouw merkte echter handig op dat dit schisma niet uniek is. Ze herinnerde zich nog in geuren en kleuren de afkeer die de Al Gore-aanhangers koesterden voor diens toenmalige rivaal George W. Bush.

Desinteresse

Het uitblijven van de verkiezingskoorts in Massachusetts kan ook worden gelinkt aan een pervers gevolg van het eigenaardige Amerikaanse verkiezingssysteem. Amerikaanse verkiezingen worden georganiseerd per staat. Elke staat werpt een aantal kiesmannen in de strijd voor de algemene verkiezing op federaal niveau. Wanneer een kandidaat een meerderheid van de stemmen wegkaapt, dan schrijft men de hele staat naast zijn of haar naam. Dit winner-takes-all-systeem zorgt in het diep democratische Massachusetts voor een desinteresse van de kiezer. Het belang van ieders individuele stem is immers marginaal. Vele Amerikanen blijven dus gewoon liever thuis voor de algemene verkiezingen. Dat de stembusgang altijd op een dinsdag valt, helpt hier niet bepaald bij.

(Kaartjes: openbare verkiezingsuitgaven per staat van de presidentskandidaten Clinton en Trump gedurende de maand augustus in dollar per hoofd. Zoals verwacht spitst de campagne van Clinton zich toe op de liberale basis aan beide kusten. De Republikeinse campagne daarentegen legt meer de nadruk op de conservatieve buik van het land en de Bible Belt. Bron: Federal Election Commision.)

Ook de kandidaten zijn zich bewust van dit eigenaardige fenomeen. Omdat niet elke staat even zwaar doorweegt op de uitslag, wordt niet overal even fel campagne gevoerd. Op mijn werk liet ik mij vertellen dat beide kandidaten geavanceerde algoritmes ter beschikking hebben die met behulp van historische data en de laatste verkiezingspeilingen, hen helpen beslissen waar ze best hun obscene hoeveelheid campagnegeld kunnen besteden. Als data-onderzoeker kon ik het niet nalaten om dat even grafisch te illustreren met behulp van openbare gegevens over de verkiezingsuitgaven van beide kandidaten (zie kaartjes).

Verkiezingsstrijd wordt digitaal gevoerd

De belangrijkste staat heeft deze keer geen ster in de Amerikaanse vlag. De verkiezingsstrijd editie 2016 wordt vooral digitaal gevoerd. Sociale media zijn voor beide kandidaten de plaats bij uitstek om goedkoop vele harten te veroveren. Online valt aan deze verkiezingen gewoon niet te ontsnappen. Ondanks de vele doemdenkers en onheilsprofeten, vermoed ik dat ook na de verkiezingen mijn bus van Harvard Square naar de rivier Charles zal rijden. Zoals altijd in de politiek is de volgende verkiezing de belangrijkste ooit. Om te eindigen met een Nederlands gezegde: de soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend.