Over CETA, feta en dwarse Walen - Rob Heirbaut

Hoe komt het dat het kleine Waals Parlement of het nog kleinere parlement van de Franse Gemeenschap in staat is om een handelsverdrag tussen de Europese Unie en Canada tegen te houden? En is dat wel democratisch, wanneer een regio van een paar miljoen inwoners de besluitvorming van de hele Europese Unie en zijn 500 miljoen inwoners kan bepalen?
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Rob Heirbaut en Hendrik Vos schrijven om de twee weken beurtelings een analyse- respectievelijk opinietekst over Europese politiek. Heirbaut is VRT-journalist, gespecialiseerd in de EU. Vos is hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij directeur is van het Centrum voor EU-studies.

Het antwoord op beide vragen is simpel: Europese en Belgische wetten maken het mogelijk, en verkozen Waalse politici maken van de mogelijkheid gebruik. Of het verstandig is, dat is een andere discussie.

Al van bij de oprichting van de EEG in 1957 hebben de lidstaten hun bevoegdheid om handelsverdragen te sluiten met andere landen overgedragen aan Europa. De Europese Unie is een douane-unie: een Amerikaans of ander niet-Europees bedrijf dat iets wil invoeren in Europa, moet invoerrechten betalen. De douane in de haven van Antwerpen int die rechten, en die komen dan in de Europese begroting terecht.

België kan niet op zijn eentje afspraken maken met niet-Europese landen over die tarieven, of over andere handelsbeperkingen. Alleen de Europese Unie kan dat.

Canada

De voorbije tien jaar is de Europese Unie erg actief geworden op dat vlak. Dat komt omdat pogingen om wereldwijde afspraken over vrijhandel te maken, zijn mislukt. In 2009 begon de Europese Unie te onderhandelen met Canada, over een zogenaamde “Brede en Economische Handelsovereenkomst”, de vertaling in het Nederlands van “Comprehensive Economic Trade Agreement” of CETA.

Het zijn niet de 28 lidstaten die aan tafel gaan zitten met Canada om te onderhandelen. De 28 regeringen gaven in 2009 een onderhandelingsmandaat aan de Europese Commissie om met Canada te onderhandelen.

In de loop van de onderhandelingen brengt de Commissie regelmatig verslag uit aan de lidstaten en aan het Europees Parlement.

De lidstaten kijken mee over de schouder, en proberen allerlei uitzonderingen in de tekst van het verdrag te krijgen, om bepaalde sectoren of gebruiken in hun land te beschermen. Op bladzijde 1320 van CETA staat te lezen dat België zich het recht voorbehoudt om, ook wanneer CETA van kracht is, regels te maken voor private rusthuizen.

Op bladzijde 1322 staat een uitzondering die door de gewesten (Vlaanderen, Brussel en Wallonië) is bedongen, namelijk dat zij zullen kunnen blijven bepalen hoeveel taxi’s een licentie krijgen.

CETA zal de gewesten met andere woorden niet kunnen verplichten om de taxidienstenmarkt open te gooien voor onbeperkte concurrentie.

België is inderdaad een specifiek geval in dit verhaal. Heel veel bevoegdheden zijn in ons land aan de gewesten en de gemeenschappen toebedeeld.

Wanneer er plannen zijn om over die materies handelsverdragen te sluiten in Europees verband, moeten zij groen licht geven aan de federale minister van Buitenlandse Zaken. Zij bepalen dus mee het mandaat voor de onderhandelingen door de Europese Commissie.

Protest

Op 26 september 2014 geraakten de Europese Unie en Canada het eens over alles, en werd CETA voorlopig ondertekend, onder andere door toenmalig Europees president Herman Van Rompuy.

Op 5 juli 2016, nadat de tekst van 1600 bladzijden uitvoerig door juristen was nagelezen, maakte de Europese Commissie bekend dat de tekst nu rijp was voor definitieve goedkeuring door de lidstaten in de Raad van Ministers, en door het Europees Parlement.

Intussen was er in verschillende lidstaten veel protest gerezen tegen CETA, dat door critici als een voorloper van het omstreden TTIP wordt beschouwd (het handels- en investeringsverdrag met de Verenigde Staten, waarover de onderhandelingen nog altijd aan de gang zijn). Daarom vond de Commissie het veiliger om CETA niet als een puur handelsakkoord te beschouwen, maar als een zogenaamd gemengd akkoord, dat ook door de nationale parlementen moet worden goedgekeurd om definitief van kracht te worden.

Dit in de hoop om het draagvlak voor CETA te vergroten, en ook om de regeringen te verplichten om CETA in hun eigen parlement en voor hun eigen bevolking te gaan verdedigen. In België betekent dit dat CETA ook door de regionale parlementen zal moeten worden goedgekeurd.

Waals Parlement

In die fase zijn we nu nog niet. Op 18 oktober is een vergadering gepland van de Europese Raad van Ministers. Het is de bedoeling dat daar alle ministers CETA zullen goedkeuren.

Onze minister van Buitenlandse Zaken Reynders kan dat pas doen wanneer hij daarvoor het mandaat krijgt van alle gewest- en gemeenschapsregeringen. De Vlaamse regering heeft al haar go gegeven, in Franstalig België ligt het moeilijker.

Het Waals Parlement keurde in april al een resolutie goed tegen CETA, en Waals minister-president Paul Magnette wil sindsdien geen mandaat geven aan Reynders om CETA namens België goed te keuren. Magnette zou zijn eigen parlement kunnen negeren, en toch een mandaat geven, maar dat lijkt op dit ogenblik vrij onwaarschijnlijk.

Indien dat toch zou gebeuren, en de Raad CETA goedkeurt, zal het Europees Parlement er wellicht in december over stemmen. Zodra dat gebeurd is, kunnen grote delen van het verdrag al voorlopig in werking treden. Het verdrag treedt pas volledig in werking zodra alle nationale (en in ons land de regionale) parlementen de tekst hebben goedgekeurd.

De Europese en Belgische regels inzake het sluiten van (handels)verdragen verklaren dus waarom het mogelijk is dat een kleine Belgische regio het spel hard kan spelen.

Ironisch genoeg komt de kritiek op Wallonië onder meer van Vlaamse politici die ervoor pleiten om meer Europese bevoegdheden terug te geven aan de lidstaten (en in ons land de gewesten en de gemeenschappen), wat de EU democratischer zou moeten maken (want nationale/regionale parlementen zouden dichter bij de bevolking staan dan het Europees Parlement).

Wanneer Wallonië echter van die bevoegdheid gebruikt maakt, krijgt het de kritiek zich ondemocratisch te gedragen, en de wil van 500 miljoen Europeanen te negeren.

Ook in andere landen kritiek

Tot voor kort was Wallonië niet alleen in zijn verzet tegen CETA. Ook andere landen hadden bedenkingen of reserves. In Duitsland liep er een klacht bij het Grondwettelijk Hof, maar dat heeft nu geoordeeld dat Duitsland het verdrag mag goedkeuren.

Oostenrijk lijkt genoegen te zullen nemen met een “interpretatieve tekst” die aan CETA zal worden toegevoegd. Griekenland leek zich lang te zullen verzetten tegen CETA omdat er geen juridische bescherming tegen Canadese feta in de tekst stond. Intussen staat feta wel in de lijst van beschermde landbouwproducten. Canadese feta-fabrikanten zullen hun kaas voortaan “feta-style” of “feta-imitation” moeten noemen.

Wallonië speelt het spel hoog. PS en CDH maakten deel uit van de federale regering tot 2014, sindsdien niet meer. Gebruiken ze CETA nu om, via Europa, oppositie te voeren tegen de federale regering?

Of hebben ze tijdens de onderhandelingen écht niet goed opgelet, en ontdekken ze nu pas de inhoud van CETA? Of gaat het om “voortschrijdend inzicht”, aangewakkerd door de vele protestbewegingen tegen vrijhandel en het succes van de PTB in Wallonië?

In elk geval, ook elders in Europa is er veel protest tegen CETA en TTIP. Niet weinigen zullen blij zijn wanneer Wallonië de boel opblaast. Voor de Europese Unie doet dit een andere vraag rijzen: zal ze er ooit nog in slagen om een handelsakkoord met succes af te sluiten?

Iets waar ze best ook in Groot-Brittannië van wakker liggen. Want na de brexit zullen de EU en de Britten ook een handelsverdrag moeten afsluiten. En bestaat het risico dat ook dat in Wallonië, Vlaanderen of Duitstalig België wordt afgeschoten.