"Kersverse moeders die worstelen met hun nieuwe rol: het blijft taboe"

Moeders die een traumatische, moeilijke of ingrijpende bevalling achter de rug hebben, krijgen vaker een postnatale depressie, zo blijkt. Los daarvan worstelen veel vrouwen na de bevalling met allerlei negatieve gevoelens. En dat is anno 2016 nog steeds een groot taboe, aldus therapeute Lieve Van Weddingen in het Radio 1-programma "Bonus".

Volgens cijfers die geregeld circuleren, belandt 10 tot 20% van de moeders in een postnatale depressie. "In werkelijkheid ligt dat aantal een stuk lager. Een sombere stemming is niet hetzelfde als een depressie", nuanceert Van Weddingen. "Al is het wel zo dat 60 tot 70% van de kersverse ouders niet meteen een band voelt met hun kind. Die negatieve gevoelens, of het geworstel met de nieuwe situatie, monden niet altijd uit in een depressie, maar het zegt wel iets."

De komst van een kind zet je leven volledig op zijn kop, zegt Van Weddingen, die een geboorte vergelijkt met een rouwproces. "Dat lijkt contradictorisch, maar moeders verliezen bijvoorbeeld even hun lichaam, hun job, hun relatie met hun partner en vaak ook zichzelf. Ze worden bestookt met ideaalbeelden over de bevalling en het moederschap. Er komt veel op hen af, dat vraagt wat aanpassingstijd", zegt ze. "Bovendien is het brede netwerk rond jonge ouders weggevallen. Nu voelen veel moeders zich alleen, als hun partner weer gaat werken en zij nog maanden thuis blijven bij hun kindje."

Kind en Gezin start nu met een sensibiliseringscampagne onder de slogan "Mama, je hoeft niet perfect te zijn", om het taboe rond postnatale depressies te doorbreken. Een goed idee, zegt Van Weddingen. "Er is een grote grijze zone van moeders die worstelen met hun nieuwe rol. Ze zijn in eerste instantie angstig en onzeker, en dat is perfect menselijk en gezond. Alleen is het nog steeds not done om dat te ventileren. Er is weinig begrip voor. Het is belangrijk dat vrouwen daarvoor durven uitkomen", zegt ze. 

Praten werkt, al weten kersverse moeders nu niet goed bij wie ze terechtkunnen met hun verhaal. "In eerste instantie spreken vrouwen hun huisarts, vroedvrouw of gynaecoloog aan. Er zijn ook psychologen en therapeuten die er meer aandacht voor hebben, maar er is nog te weinig gespecialiseerde hulpverlening. Nochtans is het belangrijk om hulp zo snel mogelijk op te starten. Zo kunnen mama's zo snel mogelijk goed functioneren, een band opbouw met hun kind en hun bevalling achter zich laten."