Begroting 2017: 70 procent besparingen, 30 procent nieuwe inkomsten

Op een persconferentie hebben premier Charles Michel (MR) en de andere ministers van de federale regering de begroting voor 2017 voorgesteld. Dit zijn de belangrijkste maatregelen.

"Wat ons verenigt, is sterker dan wat ons verdeelt." Met die uitspraak stak premier Michel even over 11 uur van wal op de persconferentie over de begroting voor 2017. Daarmee herhaalde hij de woorden die hij afgelopen donderdag in de Kamer uitsprak. In tegenstelling tot toen, ligt nu wél een begrotingsakkoord op tafel. "De regering toont aan dat ze beslissingen kan nemen in gevoelige en delicate dossiers", concludeerde hij daarom.

Alles samen moest de regering 3 miljard euro vinden om de Europese Commissie tevreden te stellen, inclusief een buffer van 739 miljoen euro. 70 procent van het totale bedrag komt voort uit besparingen, 10 procent uit "diverse inkomsten" en 20 procent uit fiscale maatregelen (lees: belastingen).

Hierdoor zal het tekort dit jaar onder de Europese drempel van 3 procent blijven. Opvallend: de regering blijft vasthouden aan een het doel van een begroting in evenwicht in 2018.

Gezondheidszorg

Het grootste deel van de besparingen realiseert de regering in de gezondheidszorg. Daar vermindert ze de uitgaven met 900 miljoen euro. De grootste besparing komt van een versnelde invoering van de ziekenhuishervorming. Voorts zullen antibiotica duurder worden, de artsenhonoraria zullen maar gedeeltelijk worden geïndexeerd en het aantal generieke geneesmiddelen zal worden verhoogd.

De regering bespaart voorts op de laagste uitkeringen. De welvaartsenveloppe die dient om deze uitkeringen te verhogen, zal niet volledig worden uitgegeven, maar slechts voor 75 procent. Daarnaast beknibbelt de regering op de pensioenen van militairen en het rijdend personeel van de NMBS. Hun pensioenleeftijd gaat omhoog: naar 57 jaar vanaf 2018, nu is dat nog 56 jaar. Daarna zou er elk jaar 6 maanden bijkomen.

Daarnaast gaan ook enkele voordelige pensioensystemen bij de politie, de NMBS en het onderwijs op de schop, terwijl de regering mensen wil belonen die langer dan 45 jaar werken.  Nu leveren extra jaren werken geen bijkomend pensioen op. Dat zou veranderen. 

Belangrijk: in tegenstelling tot eerder geruchten, blijft een lineaire besparing in alle departementen uit.

Roerende voorheffing

Langs de inkomstenzijde, valt vooral de verhoging van de roerende voorheffing op dividenden en obligaties op. Die gaat van 27 naar 30 procent. Dat moet dit jaar ook al wat geld opleveren.

Werkgevers zullen voortaan ook belastingen moeten betalen op tankkaarten die ze aan hun werknemers verstrekken. Tegelijk maakt de regering werk van het mobiliteitsbudget dat ze werknemers als alternatief voor de salariswagen wil aanbieden.

De veelbesproken speculatietaks die pas vorig jaar is ingevoerd, verdwijnt alweer omdat die weinig opbracht. Verder wordt de beurstaks uitgebreid. De meeste bijkomende belastingen haalt de regering dus uit kapitaal.

Vlucht vooruit

De regering trekt voorts een drietal dossiers naar zich toe waarover de sociale partners een akkoord hadden moeten vinden. Dat is hen echter niet gelukt. Het gaat onder meer om nachtarbeid in de zogenoemde e-commerce: dat was voorheen verboden in ons land, maar zal in de toekomst wel kunnen.

Ook de flexiblisering van de 38-urenweek wordt doorgezet, de zogenoemde wet-Peeters. Op aandringen van de N-VA en Open VLD is het betalen van overuren geschrapt. Tegelijk kan de annualisering van het aantal werkuren pas worden ingevoerd als de vakbonden akkoord gaan op bedrijfs- of sectorniveau.

Tot slot maakt de regering de zogenoemde wet-96 strenger, de wet op het concurrentievermogen. De regering neemt niet langer 1996 als uitgangspunt, voortaan kijkt ze naar de reële loonhandicap met de buurlanden. Dit betekent dat de lonen de komende jaren niet snel zullen stijgen.

Hete hangijzers

Premier Michel bevestigde dat de drie hete hangijzers die de coalitiepartners dagenlang diep hebben verdeeld, niet in deze begrotingsopmaak zijn opgenomen. Het gaat dan om de hervorming van de vennootschapsbelasting (een eis van de N-VA), de meerwaardebelasting op aandelen (een eis van CD&V) en het mobiliseren van spaargeld richting de reële economie (een eis van Open VLD).

"We moeten fiscale rechtvaardigheid koppelen aan economische efficiëntie", benadrukte de premier. "Het zijn bondgenoten, geen tegenstanders."

"Als ik de weg zie die we de voorbije twee jaar hebben afgelegd, de obstakels die we hebben overwonnen, dan ben ik optimistisch. Deze ploeg heeft de troeven in handen om samen resultaten voor onze burgers te boeken. We willen niet dag na dag de zaken beheren, maar een positieve visie voor de toekomst ontwikkelen. Onze beslissingen van vandaag, moeten morgen, overmorgen en de komende jaren een positief effect hebben."