Grote tegenstellingen in afgelegen stukje Michigan

In de rubriek "Vlamingen in de VS" laten we Vlamingen aan het woord die in één van de staten van Amerika wonen. Zij beschrijven hoe ze de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 8 november ervaren. Vandaag: Michigan.

Houghton/Hancock, tweelingstadjes in de UP (de Upper Peninsula, uitgesproken als You-Pee) van Michigan, zijn samen goed voor een kleine 15.000 inwoners. Gedurende een typisch academiejaar komen daar nog zo’n 7.000 studenten van Michigan Technological University bij. Hiermee is Houghton, op een gedeelde tweede plaats, de op één na grootste gemeenschap in de UP, een gebied bijna anderhalve keer zo groot als België, maar met een totale bevolking van maar 320.000 mensen.

De UP is in zekere zin een gigantisch bos, waar meer herten dan mensen wonen, en waar behalve genieten van de wondermooie natuur en de ellenlange winter, weinig te beleven valt. Ooit was het echter anders.

Einde van de gouden tijd door ondergang van mijnindustrie

Op het einde van de 19e eeuw was de UP, en in het bijzonder het gebied rond Houghton, een van de belangrijkste industriële centra van de VS. De vele koper-, zilver- en ijzermijnen maakten de regio zo belangrijk dat het nu grotendeels vervallen Calumet (nu 700 inwoners) in 1847 aanspraak maakte om de staatshoofdstad van Michigan te worden.

Het einde van de gouden tijd werd ingeluid door het ten onder gaan van de mijnindustrie. Steeds sterkere concurrentie en barslechte werkomstandigheden creëerden de perfecte voedingsbodem voor stakingen zo beroemd en belangrijk dat Woody Guthrie er een song over schreef (1913 Massacre).

Hoewel de inwoners van de UP in die tijd qua waarden vooral conservatief waren, waren ze ook bijna revolutionair als het op de vraag naar meer loon en betere werkomstandigheden aankwam. Na het sluiten van de mijnen ging het met de regio snel bergaf, met als gevolg weinig werkgelegenheid en een bevolking die de regio verlaat als ze daar de kans toe krijgt.

Een van de uitzonderingen is Michigan Tech in Houghton, dat zich dankzij een aantal visionaire rectoren de kleine "School of Mines" heeft weten om te vormen tot een internationaal gerenommeerde technologische universiteit.

Lokale boeren stemmen op Trump

Houghton is in die zin een interessante regio om de verkiezingen te volgen. Enerzijds is er de lokale bevolking en anderzijds zijn er de "universitairen". Een goede plaats om navraag te doen naar het stemgedrag leek me dan ook de lokale Farmer’s Market (lokale boeren, maar vooral bezocht door diegenen die het geld en de tijd hebben om met voeding bezig te zijn, veelal die hoger genoemde universitairen).

Het leuke aan de gemiddelde Amerikaan is dat hij/zij heel open is om over stemkeuzes, politiek, en soms zelfs persoonlijke financiën te praten (ik zie marktkramers en kopers op de Brugse markt nog niet zo snel openlijk spreken over of ze nu voor de SP.A, CD&V of de N-VA gaan stemmen).

Het resultaat van mijn rondvraag is overduidelijk. De lokale mensen stemmen voor Trump, maar de redenen waarom ze dat doen, zijn niet altijd dezelfde. Enerzijds is er een groep, zeer religieus en conservatief, die per definitie voor de Republikeinen stemt.

Zo is er de boer bij wie ik altijd mijn rode biet en broccoli koop, die vindt dat Trump met al zijn escapades en al zijn glitter helemaal niet aansluit bij het religieuze wereldbeeld van de strenge lokale Evangelische kerk. Maar Trump komt op voor de Republikeinen, en dat is waar je voor stemt (deze groep kiezers had gehoopt dat Ted Cruz de voorverkiezing zou winnen).

Anderzijds is er een groep die niet noodzakelijk voor de Republikeinen stemt, maar het zijn mensen voor wie de slogan "Make America great again" veel betekent. Veelal zijn dit mensen voor wie de regio nauw aan het hart ligt, die hier al generaties lang wonen, en die maar al te goed weten dat de traditionele nationale politiek (en zelfs de staatspolitiek) al gedurende decennia weinig gedaan heeft om regio’s als de UP te helpen.

Er zijn wel mooie projecten om dit soort regio’s te helpen, maar vooralsnog voelt de lokale bevolking daar bitter weinig van. De lange wachtrijen aan de lokale voedselbank spreken boekdelen. Voor deze mensen is Hillary vanwege haar persoonlijke geschiedenis en haar banden hetzelfde als Wall Street, en daar valt niets goeds van te verwachten.

Universitairen kiezen Hillary

Bij de universitairen een gelijkaardig verhaal, maar dan aan Democratische kant. De lunches in de faculty club leveren dezer dagen interessante en soms hoogoplopende discussies op.

Het eindresultaat aan de tafel is echter bijna altijd hetzelfde, we stemmen voor Hillary (ik ben jammer genoeg niet stemgerechtigd in de VS). Het zijn hier vooral, maar zeker niet alleen, de vrouwen die voluit Hillary steunen.

Misschien speelt het ook dat Michigan Tech een technologische universiteit is, waar vrouwelijke proffen nog steeds in de minderheid zijn en harder moeten knokken om het te maken. Het idee dat de VS eindelijk een vrouw als president zou hebben, is hartverwarmend voor velen.

Een niet onaanzienlijke groep zal echter voor Hillary stemmen, omdat ze Trump zo’n complete verwerpelijke kandidaat vinden: "Ja, Hillary is louche, maar Trump is gewoonweg te gek voor woorden".

Gevolgen van werkloosheid en armoede

Natuurlijk zullen er boeren voor Hillary stemmen, en natuurlijk zullen er universitairen voor Trump stemmen, maar ik heb er weinig twijfel over dat dit stukje van de landkaart rood (Republikeins dus) zal kleuren op 8 november.

Wat vooral interessant is vanuit een persoonlijk perspectief, is dat het volgen van de verkiezing hier, in een regio met grote werkloosheid en armoede, mij dieper heeft doen nadenken over de mogelijke invloed van de vele fabriekssluitingen in België op het stemgedrag van de getroffenen, en de mogelijke "vertrumping" van de maatschappij als gevolg (steeds rechtser en populistischer).