Ik ben de moeder die rond de baby zit - Noëmi

"Stipt op tijd, zoals bijna alle nachten sinds ik moeder werd verschijnen de spoken. Flitsende, helwitte, pikzwarte flashbacks. De angstaanjagende film van de geboorte, die zich als een eindeloze lus in mijn hoofd afspeelt." Een oproep om bij bevallingen ook te kijken naar de vrouw in de moeder.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Noëmi blijft liever anoniem. Zij heeft het "portret" hierboven getekend. Hier de link naar het geboorteverhaal dat ze ook beschreven en getekend heeft. VRT-journalist Katrien Kubben heeft een gesprek gehad met Noëmi voor het radioprogramma "Bonus".

Januari 2015. Een donkere winternacht. Rechts van me slaapt mijn lief. Links is de baby weer ingedommeld na een borstvoedingsmomentje. Tussen hen in, lig ik wakker. En voor mijn ogen, die ik – alsof dat helpt - krampachtig probeer te sluiten, verschijnen ze.

Stipt op tijd, zoals bijna alle nachten sinds ik moeder werd. De spoken. Flitsende, helwitte, pikzwarte flashbacks. De angstaanjagende film van de geboorte, die zich als een eindeloze lus in mijn hoofd afspeelt. Ik daver van het huilen. Mijn lief wordt er wakker van. Hij weet na twee maanden ook niet meer wat zeggen. Die fameuze slapeloze nachten, we hadden ze ons anders voorgesteld.

De geboorte van mijn kind was één van de donkerste momenten in mijn leven. Ik was weken in shellshock. Het kostte maanden om een band op te bouwen met mijn baby. Ik ging in therapie, waar ik keer op keer het verhaal vertelde van die ingeleide bevalling die uitliep op een spoedkeizersnede. “Je hebt echt pech gehad”, zei de therapeut. Pech?

Recent onderzoek in the Lancet wijst op een verontrustende trend in de geboortezorg. Waar enerzijds werk wordt geleverd om de massa’s vrouwen wereldwijd te helpen voor wie zorg “too little, too late” komt, wordt de andere kant van het spectrum bedreigd door een overmedicalisering van het normale geboorteproces, waarbij steeds vaker “too much, too soon” geïntervenieerd wordt.

Voor sommige van die interventies, zoals het continu monitoren van de foetale hartslag, het lavement en de knip, is geen evidence-based meerwaarde aan te dragen, van sommige werd bewezen dat ze kwalijk zijn. Andere ingrepen kunnen levens redden maar zijn schadelijk als ze te veel en routineus toegepast worden.

Elk van deze ingrepen - inleiden, een infuus om de weeën te stimuleren, toucheren, epidurale verdoving, ...- kan voor complicaties zorgen en verhoogt de kans dat meer interventies zullen volgen. Dit cascade-effect doet zorgkosten oplopen en werkt grensoverschrijdende behandelingen en geweld in de hand. Dat laatste houdt mij wakker.

Laat ons voor het gemak even aannemen dat alle interventies waar ik mee te maken kreeg aangewezen waren en proportioneel ten opzichte van de gepercipieerde nood. Dat het een keizersnede moest worden.

Laat ons voor mijn zielenheil even vergeten dat mijn gynaecoloog me achteraf vertelde dat ze dacht dat de baby nog een paar uur veilig in mijn buik had kunnen blijven. En dat het alarm van de monitor – zoals wel vaker- een onnodige noodsituatie gecreëerd had, waarna een protocol gevolgd werd dat eiste dat een baby binnen de 20 minuten gehaald moest worden. Pech?

Als het criterium voor een geslaagde bevalling een blozende, brullende neonaat is, was de operatie geslaagd. De maternale uitkomst zal voor velen ook wel volgens het boekje zijn, want wat is mijn litteken mooi genezen.

Ik geloof ook dat de aanwezige hulpverleners hun best gedaan hebben en dat ze hun job, zoals zovelen in de zorgsector, met liefde en passie kozen en doen. Misschien hadden ze een slechte dag, die vroege novemberochtend, toen ze me zonder uitleg vastbonden aan een tafel en een blaaskatheter tussen mijn benen duwden. Misschien was iedereen zo druk bezig, dat ze vergaten dat er rond die baby nog een moeder zat.

Tegen hun zin

Vrouwen die een naar gevoel of post-traumatische stress overhouden aan hun bevalling getuigen vaak over controleverlies, beslissingen die over hun hoofd genomen werden en keuzes die genegeerd werden.

Het lijkt erop dat te veel zorgverleners zich niet bewust zijn van de cruciale rol van hun eigen optreden in de beleving van moeders. Anderen lijken simpelweg niet te beseffen dat ze aan de psychische en seksuele integriteit van hun patiënten raken.

Te veel mama’s zeggen dat ze bang gemaakt werden, meewarig toegesproken, toegeschreeuwd, ruw getoucheerd of erger. Te veel vrouwen bevallen tegen hun zin op hun rug, omdat geen alternatieven worden aangereikt of worden geknipt, zonder dat ze gewaarschuwd worden, laat staan kunnen toestemmen.

Pech? De wet denkt daar anders over. Het gaat hier niet om subjectieve beleving. Zwangeren en barenden hebben - net als àlle patiënten - het fundamentele recht om geïnformeerde keuzes te maken wat zorgverlening betreft, toestemming te geven voor ingrepen of ze te weigeren.

De moeder blijft de regisseuse van haar baring. Want het is haar lijf. Op die veel gestelde vraag: “Wie doet jouw bevalling?”, telt maar één antwoord: “Ik doe mijn bevalling zelf.”

Heel wat zorgverleners zijn vastberaden om het tij te keren en in te zetten op autonomie. We hebben hen nodig, want met het sensibiliseren van individuele ouders, los je een systematisch (ziekenhuis)probleem niet op. 

Bevallingen laten zich niet voorspellen. Het zijn belangrijke scharniermomenten, die een diepe indruk nalaten. Dwing ouders niet om op dat ogenblik een strijd aan te gaan om gehoord te worden. Laat moeders hun baby’s op de wereld zetten in een veilige omgeving, waar hun keuzes het uitgangspunt zijn.

Laat het een moment van eigen kracht zijn, die eerste kaap als mama. Een andere bevalcultuur, die uitgaat van ouderrechten, legt zo ook een stevige basis in de strijd tegen postpartumdepressie.